Kuifje op de Toverberg; Absurdistische roman van Frederic Tuten

Frederic Tuten: Tintin in the New World. A romance. Uitg. William Morrow & Company, 239 blz. Prijs ƒ49,30 (geb).

Het is geen bestseller en zal niet eens in alle boekhandels te vinden zijn. Toch is Frederic Tutens Tintin in the New World de meest in het oog springende Amerikaanse roman van dit moment. Niet alleen door de vormgeving van de gebonden editie - een fraai beletterde, doorzichtige plastic kaft bedekt een Kuifje-interpretatie van Roy Lichtenstein - maar ook door de inhoud: in Tintin in the New World wordt Kuifje volwassen; hij gaat naar bed met zijn grote liefde, pleegt een moord, en eindigt als de langverwachte messias van de Amazone-indianen.

Striphelden oefenen een grote aantrekkingskracht uit op schrijvers en parodisten. Robert Anker liet zich inspireren door Kapitein Rob (en stuitte enkele jaren geleden op een veroordeling van de rechter "wegens inbreuk op het auteursrecht'); de Amerikaanse postmodernist Jay Cantor baseerde een serieuze roman op Krazy Kat; en de albums met pornografische persiflages op Astérix, Donald Duck en Tom Poes beslaan inmiddels een flinke boekenplank. Ook het geheime leven van Kuifje was al vaak onderwerp van ondeugende verhaaltjes. Vooral in de jaren zeventig was er geen progressief stripblad dat zich niet ten minste één keer vergreep aan de jonge reporter en de andere aseksuele bewoners van Kasteel Molensloot.

Frederic Tuten, kunstcriticus en docent creatief schrijven in New York, was er niet op uit om Kuifje belachelijk te maken. Toen hij twintig jaar geleden het eerste hoofdstuk schreef van Tintin in the New World, vroeg hij zelfs toestemming aan Kuifjes geestelijke vader Hergé. Zijn ontwikkelingsroman ("a romance' is de ondertitel) maakt van de kleurloze stripfiguur een round character, wiens bizarre avonturen bij tijd en wijle zelfs ontroeren.

Smokkelaars

Tintin in the New World, dat in Amerika werd geprezen door zulke verschillende critici als Susan Sontag, Oscar Hijuelos en Edmund White, begint als het archetypische stripverhaal: de held zit rusteloos bij het haardvuur te lezen, wanneer er een brief wordt binnengebracht die een nieuw avontuur aankondigt. In dit geval is de afzender Hergé zelf, die zijn geesteskind voor zijn laatste expeditie naar Peru stuurt. Op de toppen van de Andes, in de oude Inca-stad Machu Picchu, ontmoet Kuifje niet een gevaarlijke dictator of een bende smokkelaars, maar een Peruaanse revolutionair en een viertal figuren uit De Toverberg van Thomas Mann. Zij verzorgen zijn Bildung en maken hem van een naïeve Brusselse wees tot een volwassen man.

Met zijn leermeesters Settembrini en Naptha discussieert Kuifje over filosofie en politiek ("One bottle of Coca-Cola contains more spiritual microbes than all the boatloads of Marx and Engels') en van de mysterieuze Herr Peeperkorn krijgt hij lessen in kunstgeschiedenis en freudiaanse psychologie ("Isn't your mania for chasing wrongdoers a wish to punish your father?'). Maar het meest leert hij van de mooie Clavdia Chauchat, die hem inwijdt in de liefde en hem na hun gezamenlijke moord op haar vroegere minnaar als een femme fatale in de steek laat.

In het laatste hoofdstuk verandert de gelouterde Kuifje willens nillens in een Indiaanse god, compleet met baard, en spreekt hij tientallen stammen toe in een "lang vergeten gemeenschappelijke taal' - alvorens weg te zwemmen in de Amazone. Het is het mythische slot van een boek dat zich net als Kuifje stormachtig ontwikkelt: van een stripverhaal voor volwassenen tot een filosofische roman, tot een psychologisch drama rondom een moderne Parsifal. Het absurdisme regeert, net als in een andere geruchtmakende Amerikaanse roman die deze zomer verscheen, Amanda Filipacchi's Nude Men. Maar anders dan Nude Men is Tintin in the New World niet bepaald toegankelijk geschreven. Vooral in de quasi-filosofische discussies zal Tutens plechtstatige, vooroorlogs aandoende Engels nogal wat vergen van de argeloze lezer die denkt een parodie op Hergés Kuifje in handen te hebben.

Bobbie

Er staan in Tintin in the New World veel mooie passages. Ik heb genoten van het begin, van de grappige (innerlijke) monologen van Kuifje, Kapitein Haddock, en Bobbie, die zich ontpopt als een filosoof met lyrisch geformuleerde gedachten. De breed uitgewerkte nachtmerrie die Kuifje heeft als hij voor het eerst is ingeslapen naast Clavdia - een picaresk visioen van het leven na een huwelijk - is overweldigend, net als het droef stemmende einde. Toch kan Tutens Tintin Hergés Kuifje niet doen vergeten.

Halverwege het boek complimenteert Kuifje de heer Peeperkorn met de schilderijen die hij in de stijl van grote moderne schilders van Clavdia heeft gemaakt. "You at once capture and transcend the original sources,' zegt hij; "you synthesize and distill; from the old you create the new.' Frederic Tuten, die eerder romans schreef over Mao en de Franse revolutionair Tallien, is er in geslaagd om een oude figuur een nieuw leven te geven. Maar in tegenstelling tot Peeperkorn overtreft hij zijn bron niet. Dat stemt weinig hoopvol voor het volgende boek dat hij onlangs aankondigde: een roman over de laatste dagen van Van Gogh.

    • Pieter Steinz