Juffrouw Afke van de manufacturen; Jeugdroman van Diet Huber

Diet Huber: Meisjes trouwen toch. Uitg. Leopold. ƒ 27,50. Vanaf ca. 13 jaar.

Tot dan toe had ze, zowel in het Nederlands als in het Fries, hoofdzakelijk versjesbundels gepubliceerd, maar halverwege de jaren tachtig sloeg Diet Huber opeens een geheel nieuwe weg in: die van de autobiografische jeugdroman. Rinske en de stoomtram (1986) is de weerslag van wat ze zelf meemaakte in de crisisjaren, toen ze een jaar of tien was; Hubers nieuwe boek Meisjes trouwen toch (zei tante Dirkje) bestrijkt de periode 1938-1940. Geen echt vervolg - om te beginnen heet de hoofdpersoon geen Rinske, maar Afke - maar wel weer een boek waarvoor haar eigen jeugd model heeft gestaan.

In tegenstelling tot veel van haar collega's komt Diet Huber daar rond voor uit. Een foto van haarzelf als jong meisje prijkt op het omslag en in de verantwoording laat ze weten onder andere gebruik te hebben gemaakt van haar persoonlijke archief. En wie het leuk vindt boeken op hun waarheidsgehalte te controleren - zelf probeerde ik op een gegeven moment erachter te komen of de schrijfster, net als het meisje Afke, jarig is in het voorjaar - zal aan dit boek een flinke kluif hebben, want de overeenkomsten met Hubers eigen levensloop zijn talrijk.

Het liefst zou Afke schrijfster willen worden, maar haar vader ziet daar niks in: die schrijverij is een hobby en dat moet vooral zo blijven. Als ze wil, mag ze naar de HBS, maar dat wil Afke niet. De HBS is voor rijkeluiskinderen en daar voelt ze zich niet thuis. En zo komt ze, veertien jaar oud, terecht als verkoopster in een manufacturenwinkel. Van behoorlijke arbeidsvoorwaarden heeft niemand er ooit gehoord, maar ze mag blij zijn dat ze een baan heeft. Opeens heeft ze geen klasgenoten meer maar volwassen collega's, opeens is Afke juffrouw Afke geworden, en dat terwijl ze nog nooit ongesteld is geweest.

Van meisje tot vrouw, we hebben het al zo vaak kunnen lezen, maar we doen Meisjes trouwen toch te kort door het in die hoek te schuiven. Want juist de combinatie met het historische decor waartegen dit intieme portret van een tienermeisje wordt opgebouwd maakt het boek bijzonder. Het zijn de jaren van "U kunt nu rustig gaan slapen', van toenemende schaarste en koortsachtig hamsteren en uiteindelijk het verduisteren van ramen. Naarmate de oorlogsdreiging reëler wordt, doet Afke afstand van de romantiek die aanvankelijk haar leven zo sterk beheerst: het jonge-meisjesgezwijmel maakt langzaam maar zeker plaats voor andere emoties, voor de oprechte verontwaardiging waarmee Afke in mei 1940 in haar opschrijfboek neerkalkt "WE HEBBEN ONS OVERGEGEVEN!'

Waar veel historische jeugdromans bezwijken onder een overmaat aan avontuur en een gebrek aan geloofwaardigheid, blijft Hubers boek fier overeind. Dat komt door de sfeer, door de rijkheid aan details, maar vooral door de betrokkenheid van de schrijfster. Want hoe uitvoerig gedocumenteerd het ook is, in de eerste plaats is Meisjes trouwen toch een integer, persoonlijk boek.

    • Carolien Zilverberg