J. Vrakking over illegale naaiateliers; "Sluiten ateliers heeft grote economische gevolgen'

Amsterdam staat een geleidelijke aanpak van illegale naaiateliers voor. Geen massale invallen, maar ook geen laissez aller.

AMSTERDAM, 8 OKT. Meer dan de helft van de naar schatting duizend illegale naaiateliers in Nederland zit in Amsterdam. “Als je die ateliers allemaal in één keer zou sluiten heeft dat grote economische en ook sociale gevolgen”, zegt de Amsterdamse hoofdofficier van justitie mr. J.M. Vrakking.

Begin dit jaar stuurde minister Hirsch Ballin (justitie) een plan naar de Tweede Kamer om de illegale naaiateliers aan te pakken. Behalve preventieve maatregelen, zoals een systeem van "waarborgverklaringen' waarmee een "nette' herkomst van de kleding gegarandeerd kan worden, moet er volgens de regering ook repressief worden opgetreden. Regelmatige invallen door de politie en andere diensten moeten het aantal "grijze' en "zwarte' confectieateliers terugdringen.

Inmiddels heeft Amsterdam een eigen beleid ontwikkeld. In zijn glazen kantoor boven de rechtzalen schetst Vrakking de contouren. “Wij kiezen voor een geleidelijke aanpak. Geen massale invallen, maar ook geen laissez aller. Met regelmatig controleren en voorwaarden stellen, proberen we het aantal illegale ateliers te reduceren.” "Realistisch', zo zou hij nieuwe Amsterdamse beleid typeren.

“Je stond toch een beetje voor aap”, vertelt de hoofdofficier over de pogingen in het verleden om ateliers op grote schaal te sluiten. Hoe ging dat? Men liep een atelier binnen. De mensen werden achter hun naaimachines vandaan gehaald, in een bus gezet en naar de vreemdelingenpolitie gebracht. Daar kregen ze dan een gele kaart, die betekende: u mag niet in Nederland verblijven. “Maar die mensen denken dan niet: oh, nou mag ik niet meer naaien. Ze lopen het kantoor van de vreemdelingendienst uit en gaan bij de eerste de beste bushalte staan om weer terug te gaan naar het atelier. Dat naaien is nu eenmaal hun brood.” Die aanpak werkte dus niet, meent Vrakking.

Het alternatief was: het massaal uitzetten van illegale naaiers. Volgens Vrakking stootte dit echter op een aantal bezwaren. “Om te beginnen is er een aspect van ongelijkheid. Waarom moeten illegale naaiers en stikkers wel worden uitgezet en illegale schoonmakers bijvoorbeeld niet. Wij zeggen hier in Amsterdam al heel lang: we doen niet aan aan illegalenjacht.”

Belangrijk zijn ook de praktische bezwaren. Vrakking: “Stel dat we alle zeshonderd ateliers hier binnenvallen. En overal pakken we twintig tot veertig mensen op. Waar moeten we die dan laten? Het is een afschuwelijk voorbeeld. Maar ik heb wel eens gezegd: moet je die dan in het Olympisch stadion zetten, totdat je ze kan wegsturen? Dat kan natuurlijk niet.”

Het alternatief dat Amsterdam heeft ontwikkeld komt op een aantal punten overeen met het beleid rond de coffeeshops. Elk illegaal atelier dat overlast bezorgt wordt zonder omhaal gesloten. Zo zijn onlangs zes ateliers aangepakt. 's Nachts hielden ze de buurt uit hun slaap door met veel lawaai kledingrekken te laden en te lossen. “Dan is het afgelopen.”

Een tweede categorie die het moet ontgelden zijn de ateliers waarvan de behuizing niet deugt. “Er moet een goede ontluchtig zijn, behoorlijke wc's, een schaftgelegenheid, en het water mag niet door de electrabuizen druipen.” De ateliers moeten voldoen aan de normen van brandveiligheid, en er zal ook gelet worden op de arbeidsomstandigheden.

Derde en laatste punt is de controle op de atelierhouder. Enerzijds moet hij premies en belastingen afdragen, anderzijds moet hij zorgen dat hij geen illegalen in dienst heeft. Hoe ziet Vrakking dat voor zich? “Via de paspoorten controleer je wie er legaal is en wie niet. Dan zeg je tegen zo'n zetbaas: meneer, hier werken veertig mensen, en twintig daarvan zijn illegaal. U moet uw best doen om te zorgen dat u die illegalen vervangt door legale confectiewerkers. Vervolgens komt er weer een controle, en als hij het dan niet heeft gedaan, gaan we over tot sluiting.”

Sinds twee jaar wordt door het wijkteam Waddenweg in Amsterdam-Noord op deze manier gewerkt. Volgens Vrakking levert het goede resultaten op. “Een deel vormt zich om tot legaal atelier. Anderen verdwijnen omdat ze het met alle voorwaarden niet meer kunnen trekken. In het gebied van dit team zijn nu geen illegale naaiateliers meer.”

Een van de grootste problemen bij de strijd tegen illegale naaiateliers is het gebrek aan gekwalificeerd personeel dat het werk van de "illegalen' kan overnemen. Al sinds vier jaar worden pogingen ondernomen om werklozen voor de confectie op te leiden. De bak "confectiewerker' op het arbeidsbureau blijft nagenoeg leeg, en projecten lopen jammerlijk spaak. “Het was een debâcle”, zegt docente Nel Heijt, van streekschool De Batjan in Amsterdam-Oost. Van de vijftien werklozen die er met een speciaal project voor de confectie werden opgeleid, is uiteindelijk niemand in een naaiatelier beland.

Ook van de kant van de atelierhouders wordt geklaagd. “Laat het arbeidsbureau ze maar sturen”, zegt atelierhouder Mustafa Ayranci. “Maar dan moeten ze wel kunnen werken”. Vorig jaar november hield hij met vijftien andere eigenaren een actie bij het arbeidsbureau voor meer opgeleid personeel. Slechts acht werklozen waren in dat jaar doorgestuurd. “Een druppel op de gloeiende plaat”, meende Ayranci. Daarbij kwam dat geen van deze nieuw opgeleide mensen kon opboksen tegen de ervaring die de grotendeels uit Turkije afkomstige illegale confectiewerkers al sinds jonge leeftijd in hun geboorteland hebben opgedaan.

Grote handvaardigheid en lange werktijden zijn een voorwaarde in de branche. “Uiteindelijk is het een maatschappelijke keuze”, zegt hoofdofficier Vrakking. De illegale naaiateliers zijn ontstaan omdat de mode-industrie ze nodig had. Goedkope, snel gemaakte kleding waarvan de produktie niet meer kan worden uitbesteed aan verre derde-wereldlanden, zoals voorheen. “Of je zegt: ga alles legaal en volgens de regels doen. Dan maak je de kleding dubbel zo duur. Of je zoekt andere oplossingen. Bijvoorbeeld in de vorm van legaliseren.”

Met het nieuwe Amsterdamse beleid is het volgens Vrakking niet "ondenkbaar' dat illegale atelierwerkers via de vreemdelingenrechter een verblijfsvergunning kunnen krijgen. “Als zo'n atelierbaas via sociale zaken kan aantonen dat er op de reguliere arbeidsmarkt geen mensen te krijgen zijn, dan kan een rechter beslissen iemand een verblijfsvergunning te geven, speciaal voor het atelierwerk.”