In de handel

Vorige week sprak ik een kennis die rijk is. Niet zo'n klein beetje, hij heeft werkelijk miljoenen. Al zijn geld heeft hij in de handel verdiend. Hij verkocht auto's en chocola, speelgoed en zonnebrillen, kamerplanten en zomerjurken en dan nog al die dingen waarover hij nooit spreekt. Daar is hij natuurlijk het rijkst aan geworden.

Ik zie hem niet vaak. Hij heeft het veel te druk met geld verdienen om zijn tijd met praatjes te verdoen. Laatst kwam ik hem weer eens tegen en ik kreeg hem zo ver dat hij een kop koffie met me ging drinken.

In het café vroeg ik hem hoe hij vroeger was begonnen. Hij glimlachte en begon ineens gretig te vertellen. Lang geleden had hij besloten een jaar Spaans te studeren. Hij werkte toen op een klein kantoor dat handel dreef met Zuid-Amerika en verdiende nog zo goed als niets.

Na een paar lessen kreeg hij een idee. Waarom gaf hij zelf ook niet Spaanse les? Als hij het een beetje slim aanpakte hoefden zijn leerlingen niet te merken dat hij ook een beginner was. Hij zou ze altijd iets voorblijven. Zo leerde hij drie studenten de beginselen van de Spaanse taal.

Ik keek hem verbluft aan. Was het zo simpel.

Zo simpel was het. Hij boog zich naar mij toe en begon wat zachter te praten, alsof hij op het punt stond mij een van zijn grootste geheimen toe te vertrouwen.

In die tijd van het Spaans at hij ook al graag in dure restaurants. Die kon hij natuurlijk niet betalen. Op een dag kreeg hij weer een idee. En met zulke ideeën was hij nou later rijk geworden.

Hij deed een keurig jasje aan dat hij nauwelijks nog droeg. Een oude bril, die kwam ook van pas. Een balpen en een leeg opschrijfboekje deed hij in de zak van het jasje.

Als een klant die veel te verteren heeft ging hij het restaurant binnen. Hij at voortreffelijk en aan het eind van de maaltijd deed hij zijn jasje uit en hing het achter hem op de stoel. Zo mag een heer die lekker heeft gegeten zich wel gedragen.

Hij legde de bril op tafel, naast het opschrijfboekje en de pen. Toen stond hij op en liep het restaurant uit. De ober zag het wel, maar dacht dat de klant even iets uit z"n auto ging halen. De spullen op tafel en dat jasje waren het bewijs dat hij zo wel terug zou zijn.

De miljonair klapte me op een schouder, verliet het café en was al weer op weg naar grootse zaken.

    • K. Schippers