Hoogland haakt aan bij wereldtop met zege op Lim

DEN BOSCH, 8 OKT. Het Nederlandse vrouwen-badminton heeft een nieuwe leidsvrouw. Na Eline Coene (gestopt) en Astrid van der Knaap (afbouwjaar) lijkt Monique Hoogland de hoofdrol definitief te hebben overgenomen. In de eerste ronde van de Dutch Open in Den Bosch bewees ze die positie aan te kunnen, want ze bedwong in drie games de wereldtopper Lim. En via een zege tegen de Schotse Gibson schoof ze soepeltjes door naar de kwartfinale.

Xiaoqing Lim is momenteel Europa's sterkste speelster. De geboren Chinese (26) ontvluchtte Peking na de studentenopstand van 1989. Ze vertrok naar Zweden, waar haar ontluikende talent al snel tot wasdom kwam. Inmiddels is ze een van de "grootverdieners' in het lucratieve Grand Prix-circuit. Haar prestaties in enkel- en dubbelspelen hebben haar topposities bezorgd op de internationale ranglijsten. Op de Grand Prix-lijst bezet ze zelfs de tweede plaats achter olympisch en wereldkampioene Susi Susanti, ook een van de deelneemsters tijdens de Dutch Open.

In Den Bosch trof Lim in de openingsronde Monique Hoogland. “Geen prettige loting,” constateerde de Duinwijck-speelster, die niet gehinderd door enig ontzag voor Lim een 9-4 voorsprong in de slotgame opbouwde. Met een gave reeks van zeven punten kwam de Zweedse international terug, maar het matchpoint wist ze niet te verzilveren. Met een briljante cross-drop sleepte Hoogland de partij met 12-11 in de derde game uit het vuur.

Met haar 26 jaar kan Hoogland bepaald niet worden betiteld als "jong talent'. Al jarenlang stelt ze verwoede pogingen in het werk om een constante factor te worden in het internationale badminton. Ze lijkt daar nu in te gaan slagen. Door een serie goede prestaties is ze inmiddels doorgedrongen tot de sub-top van de wereld. Tot haar eigen verbazing staat ze op de laatst gepubliceerde ranglijst zelfs negentiende.

Terwijl de selectie van bondscoach Franssen één wereldtopper in het dubbelspel heeft (Erica van den Heuvel), is in het enkelspel Hoogland nu toonaangevend. Achter haar bevinden zich routinier Van der Knaap, die vandaag 29 is geworden, en jongeren als Glebbeek, Beenhakker, Trouerbach, Jonathans en Meulendijks. Maar het vertrek van Eline Coene heeft wel een zeer grote leegte achtergelaten. Coenen is inmiddels een van Franssens assistenten. “Het zal wel een tijdje duren voordat ons team weer het niveau heeft van enkele jaren terug”, meent ze. “Talent is er voldoende, maar de vraag is of ze de motivatie en ook de lichamelijke conditie hebben om zich nadrukkelijk aan de internationale top te vestigen. Badminton is in alle opzichten een uiterst zware sport.”

Hoogland heeft haar hoop gevestigd op de Olympische Spelen in Atlanta. Ze heeft kansen in de single, maar misschien ook wel in het gemengd dubbelspel, een nieuw olympisch onderdeel. Met haar levenspartner en tevens clubtrainer Pierre Pelupessy heeft ze ongetwijfeld mogelijkheden. “Ik heb veel aan Pierre te danken. Met hem train ik enkele malen per week en daar heb ik veel baat bij. Hij is zelf een topspeler en heeft ook het hoogste trainersdiploma. Omdat hij als man nu eenmaal meer kracht en snelheid heeft dan de meisjes, komt dat mijn niveau ook enorm ten goede.”

Slechts over één ding maakt de Duinwijck-speelster zich ernstig zorgen. “Ik ben iemand die naast trainingen vooral ook veel wedstrijden op niveau nodig heeft. En dat is momenteel een probleem. Want na de Open Duitse kampioenschappen vorige week en dit toernooi speel ik tot eind december alleen nog maar Schotland. Dat is te weinig om het ritme vast te houden. Voor mijn progressie is dat bepaald niet bevorderlijk.”

Monique Hoogland was een lichtpunt op de eerste dag. Astrid van der Knaap en Chris Bruil werden uitgeschakeld. Vooral het verlies van Bruil tegen de onbekende Chinees Dong was pijnlijk. Te vaak verviel hij in zijn oude fout, een gebrek aan concentratie. Opmerkelijk was het optreden van Brenda Beenhakker. De 16-jarige protégée van Eline Coene wist haar winstkansen tegen Christine Magnusson uit Zweden (nummer 13 van de wereld) in de tweede game net niet te benutten.

    • Ted van der Meer