Hoe Freud vertaald werd; Een paard zien vallen

Met de vertaling van het volledige werk van Sigmund Freud in het Nederlands werd in 1971 begonnen. Pas deze week verscheen het laatste deel. Redacteuren, vertalers en uitgevers konden het vaak niet eens worden.

Sigmund Freud - Nederlandse Editie. Inleiding tot de Pschychoanalyse 1-4. Psychoanalytische Theorie 1-3. Psychoanalytische Duiding 1-5. Ziektegeschiedenissen 1-5. Klinische Beschouwingen 1-5. Cultuur en Religie 1-6. De Psychoanalytische Beweging 1-2. Uitg. Boom. Prijs laatste deel ƒ 67,50. Van 15 okt t/m 13 nov is de hele reeks te koop voor ƒ 1200, en zijn de delen 10 tot 15 procent in prijs verlaagd.

Deze week verschijnt het laatste van de uit dertig delen bestaande Nederlandse vertaling van het werk van Sigmund Freud. Ongeveer negentig procent van alles wat de grondlegger van de psychoanalyse geschreven heeft, zal dan voor iedere Nederlander toegankelijk zijn. Het laatste deel van de in kleurige omslagen gehulde serie bevat studies over hysterie en de ziektegeschiedenissen van de eerste drie patiënten uit de geschiedenis van de psychoanalyse.

In dit boek beschrijft Freud hoe hij samen met de huisarts Josef Breuer het eerste geval van hysterie ophelderde. Het komt erop neer dat een hysterische patiënt te genezen is door hem aan het spreken te krijgen over wat hem dwars zit. Breuer bracht zijn patiënten hiertoe onder hypnose, Freud liet ze op zijn divan vrij associëren om zodoende de zogeheten onbewuste gevoelens aan het licht te brengen. Meestal gaat het om seksuele trauma's uit de kinderjaren.

De Nederlandse vertaling heeft ruim twintig jaar op zich laten wachten. De eerste aanzet ertoe werd gegeven in 1971, toen de schrijver Adriaan Morriën en de vertaler Henk Mulder erover begonnen bij uitgeverij de Bezige Bij. In een eerste vergadering werden Morriën en Mulder benoemd tot redacteuren, en er werd een redactieraad gevormd met de psychoanalytici Huyck van Leeuwen en Louis Tas en de neurochirurg Pierre Vinken, de huidige hoofddirecteur van uitgever Reed Elsevier. Als vertalers werden behalve Morriën en Mulder de Bezige Bij-redacteur Oscar Timmers, de dichters Jan Eijkelboom en Gerrit Kouwenaar, de schrijver Jacq Vogelaar, Klaus Siegel en Jaap Walvis aangezocht. Maar hoewel er een aanbiedingsfolder verscheen en er een proefexemplaar werd gemaakt, kwam het niet tot een uitgave. Morriën en Mulder keurden alle vertalingen af, en in 1978 verkocht de Bezige Bij het project tegen vergoeding van de gemaakte kosten aan uitgeverij Boom.

Bij Boom verschenen de eerste jaren onder redactie van Morriën en Mulder dan eindelijk vier vertalingen: Analyse van de fobie van een vijfjarige jongen, over een jongetje dat op vierjarige leeftijd een paard ziet vallen en als gevolg daarvan, en onder invloed van seksuele trauma's uit zijn vroegste jeugd, een paardenfobie krijgt; Fragment van de analyse van een geval van hysterie, over een achttienjarige vrouw "Dora' met hoestaanvallen en migraine, die de wens heeft verdrongen dat een man haar ten huwelijk zou vragen; Uit de geschiedenis van een kinderneurose, over een man die op anderhalfjarige leeftijd getuige is geweest van een coïtus a tergo van zijn ouders en mede als gevolg daarvan een fobie voor wolven ontwikkelt; en een bundel opstellen over cultuur, onder andere een interpretatie van een Mozes-beeld van Michelangelo in Rome.

2060

Morriën en Mulder hebben het project niet afgemaakt. Boom-directeur Henk Bouman liet uitrekenen dat als het tempo waarin zij werkten gehandhaafd zou worden, de vertaling pas zou kunnen worden afgesloten in het jaar 2060 of daaromtrent, in elk geval lang na het verscheiden van intekenaars en van Morriën en Mulder.

Er werd een tweede redactie aangesteld met Hans W. Bakx en Paul Beers. Daarop zegden Morriën en Mulder hun medewerking op, evenals kort daarna de psychoanalytici Huyck van Leeuwen en Louis Tas. De laatsten hadden de indruk gekregen dat de vertalers in Nederland niet goed genoeg waren en hadden geen reden om aan te nemen dat dit onder een nieuwe redactie wel het geval zou zijn. Bovendien was Van Leeuwen het niet eens met de nieuw gemaakte thematische indeling. "In elk geval', schreef hij aan Bouman, "zou ik niet als adviseur willen prijken op delen waarvan ik de samenstelling niet geheel of geheel niet goedkeur - tenzij je zou vermelden: "adviseur wiens adviezen in de wind zijn geslagen'.

Tempo

Hans W. Bakx trok vervolgens twee nieuwe vertalers aan: de slavist Wilfred Oranje en de vorig jaar overleden Thomas Graftdijk. Zij zouden verreweg het meeste werk verzetten voor de in totaal zesduizend pagina's tellende uitgave. Oranje vertaalde ongeveer 2600 pagina's, Graftdijk kwam tot 2400. In relatief korte tijd verscheen het ene belangrijke werk van Freud na het andere: Psychopathologie van het dagelijks leven, De droomduiding, Colleges inleiding tot de psychoanalyse en als een van de laatste De man Mozes en de monotheïstische religie, waarin Freud zijn veronderstelling uitwerkt dat Mozes geen jood was maar een Egyptenaar.

De vraag is of de kwaliteit van de vertalingen niet heeft geleden onder het tempo van Graftdijk en Oranje. Hierover zijn de meningen verdeeld. De leek is geneigd hun werk ondanks de nodige germanismen en enkele slordigheden gunstig te beoordelen maar iemand als Henk Mulder vindt, zonder namen te willen noemen, de vertalingen typerend voor mensen die van de Duitse taal geen verstand hebben.

Wilfred Oranje, zelf slavist, is het daar niet mee eens en meent dat er een generatieconflict in het spel is. Morriën en Mulder zouden tot een generatie vertalers behoren die zich bezighoudt met de afstand tussen verschillende talen; het Nederlands mag van hen vooral niet op Duits lijken. Graftdijk en hij zouden van zulke gevoeligheden geen last hebben gehad. Zij zouden hebben getracht het Duits van Freud met grote aandacht voor de betekenis in goed lopend Nederlands over te brengen zonder zich aan de relatie met het Duits veel gelegen te laten liggen. De vertalingen van Morriën en Mulder noemt Oranje, daarin bijgevallen door Henk Bouman, weliswaar goed maar ook frikkerig, schoolmeesterachtig, weinig soepel.

Of het werk van Sigmund Freud in Nederlandse vertaling een groot publiek zal aanspreken, zal de toekomst moeten uitwijzen. Tot op heden heeft Boom er in elk geval geen verlies op hoeven lijden en Henk Bouman, die sinds kort alleen nog als adviseur bij de uitgeverij betrokken is, is bezig plannen te maken voor een volgende editie waarin door een systeem van verwijzingen gemakkelijker dan nu terug te vinden zal zijn waar Freud thema's behandelt als het onderbewuste, driftleven, regressie, infantiele neurosen, homoseksualiteit en religie.

Henk Mulder noemt Freud een grandioos stilist. Adriaan Morriën ziet in Freud een bevrijder die veel seksuele taboes heeft doorbroken en die bovendien heeft onthuld hoezeer de menselijke omgangsvormen gekenmerkt worden door schijn. De vertaler-van-het-eerste-uur Oscar Timmers noemt Freud niet zozeer een genezer als wel een ontdekker. En Wilfred Oranje meent dat Freud helemaal niet, zoals zoveel mensen graag zouden wensen, de arts wilde zijn van een aantal Weense geesteszieken, maar veeleer de mensheid wilde wekken en verlossen, ongeveer zoals de door Freud beschreven Mozes de wereld wilde bevrijden uit de slavernij, in dit geval van het onbewuste denken.