Hemofilielijders willen schadevergoeding

ROTTERDAM, 8 OKT. Verenigingen voor hemofiliepatiënten in Duitsland en de sociaal-democratische oppositie in de Bondsdag eisen van de regering schadevergoeding voor die patiënten, die volgens hen door laksheid van de Duitse overheid met het aidsvirus (HIV) zijn geïnfecteerd. Zij wijzen er op dat 373 patiënten vóór 1985 bloedprodukten hebben gekregen (stollingsfactor 8), die niet waren nagekeken op de aanwezigheid van HIV, terwijl dat toen al mogelijk was.

Er zou een fonds moeten worden gecreëerd waarin overheid, farmaceutische industrie en verzekeringen een bedrag van twintig miljoen D-mark dienen te storten. De patiëntenverenigingen hebben een bod van het ministerie van tien miljoen D-mark geweigerd. Van de rente zouden uitkeringen moeten worden betaald.

De schade-vergoedingseisen volgen op een "schandaal' dat in september door Der Spiegel aan het licht kwam. Volgens die publikatie heeft het ministerie van volksgezondheid, dat deels in Berlijn is gevestigd, een lijst van 373 patiënten achtergehouden die zouden zijn geïnfecteerd op een moment dat zulks voorkomen had kunnen worden.

Volgens cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie in Genève zijn er in Duitsland ongeveer 8.000 hemofilie-patiënten, van wie vijftig tot zestig procent in het begin van de jaren tachtig is geïnfecteerd doordat bloedprodukten toen niet konden worden onderzocht op de aanwezigheid van het aidsvirus. Duitsland importeerde toen (en nu nog) op grote schaal bloedprodukten uit de Verenigde Staten van betaalde donoren. In veel landen in Europa heeft die wijze van verwerving van bloed(produkten) niet de voorkeur, omdat nogal wat Amerikaanse donoren "verdacht' waren en niet konden worden getest. Het aantal infecties in Duitsland is relatief vele malen hoger dan in Nederland.

Minister Horst Seehofer, die door het schandaal in een lastig parket is gebracht, ontkent dat de overheid verkeerd heeft gehandeld. Op elk ogenblik dat de stand van de wetenschap dat aangaf is naar de laatste inzichten gehandeld, zo verklaarde hij gisteren in Bonn. Daarmee trachtte hij de schijn weg te nemen dat in Duitsland een vergelijkbaar schandaal als in Frankrijk aan de orde zou zijn. Daar werd twee jaar geleden bekend dat de Franse overheid willens en wetens heeft toegestaan dat zo'n 1.200 hemofilie-patiënten produkten kregen toegediend waarvan bekend was dat ze besmet waren. Daarvoor is een drietal socialistische ministers verantwoordelijk gesteld, maar door verjaring van de feiten zijn zij uiteindelijk niet veroordeeld; een aantal autoriteiten van de Franse bloedbank wel.

Hoewel Seehofer volhoudt dat de overheid niets te verwijten valt, heeft hij wel twee topambtenaren van het ministerie in Berlijn met vroegtijdig pensioen gestuurd, omdat zij de lijst van 373 zouden hebben achtergehouden, waarmee Der Spiegel hem vorige maand verraste. Ze zijn beiden in de zestig. De twee hebben inmiddels de schuld op zich genomen en hebben ingestemd met hun pensionering.

Woordvoeders op het ministerie geven ook toe niet al te royaal informatie te hebben gegeven over het aantal mogelijk verwijtbare gevallen van besmetting, maar stellen niettemin steeds te hebben gehandeld naar de meest actuele en geaccepteerde standaarden. Zo zou op tijd zijn overstapt op het procédé van verhitting, waardoor het virus wordt gedood en is een aantal twijfelachtige produkten enige tijd in quarantaine gehouden om zeker te zijn van hun veiligheid. In 1985 werd in Duitsland een wet van kracht die bloeddonoren verplicht zich te laten testen op HIV. Maar volgens de Interessengemeinschaft Haemophiler zijn ook na 1985 nog besmette preparaten in omloop geweest.

Al voor 1985 leken Amerikaanse onderzoeken er op te wijzen dat bloedprodukten kunnen worden gevrijwaard van HIV door verhitting, maar die methode kent een aantal nadelen en bovendien was er in wetenschappelijke kring geen consensus over. In mei van dat jaar werd het procédé gepubliceerd in de wetenschappelijke literatuur en is men in Nederland onmiddellijk overgestapt op verhitting van factor 8-concentraat en het zogeheten cryoprecipitaat, zo stelt de Nederlandse expert professor dr. W.G. van Aken, die onder meer is verbonden aan het Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst (CLB). “Het CLB is daar mee begonnen en binnen enkele maanden zijn ook de bloedbanken er op overgestapt, terwijl de donaties met terugwerkende kracht tot febrauri van dat jaar werden getest. Dat heeft ertoe geleid dat in Nederland het aantal infecties van hemofiliepatiënten tot een minimum is beperkt,” aldus Van Aken.