Gescheiden naties

Van alle eilanden in de samenleving is de sport het enige dat niet geinfecteerd is met de ironie en de versplintering van het postmodernisme. Gelukkig maar. Wie in een voetbalstadion de dadaistische kreet "Alles moet weg' laat galmen, riskeert de lynchdood. Zo hoort het. Sportbonzen zijn de enige mandarijnen die het nog niet hebben afgelegd tegen de vaderloze maatschappij die de onze is. Ze regeren onverminderd door met hun antieke charmes en ouderwetse boosheden. En als het de club of de atleten in de prestaties een beetje meezit ornamenteren ze de regering, de staat en zelfs het koninklijk gezag met hun eigen glorie.

Michael van Praag is daarom nog steeds met het verleden van Ajax in de weer, niet met de toekomst. Je hoort in zijn conversaties nooit iets uitzwermen van de neiging het bestaan te willen veranderen. Beroepsagitatoren als Youp van 't Hek en Freek de Jonge, voor wie het grootste slagveld nog te klein is, koesteren datzelfde Ajax eveneens als een in brons gegoten herinnering. Ze zijn niet weg te ranselen uit hun bewondering voor Swart, Cruijff, Krol, Neeskens en Keizer. Het jonge geweld dat nu in de Meer opdraaft, is er om de herinnering aan vervlogen tijden te voeden. Overmars, Finidi en Litmanen worden door Van 't Hek en De Jonge alleen getolereerd als schim van de oude helden.

Grote sportnaties en grote clubs leven in het verleden. Daardoor blijven de ondeugden van nationalisme in deze maatschappelijke ruimte nog redelijk nobel. Vroeger werd er gevochten op de kermis, nu in de stadions: de televisie maakt het verschil. De democratie van de sport bestaat niet zoals de democratie van de kunst ook niet bestaat. Maar de sport is nog wel het laatste identificatie-platform van de natie en dat maakt veel goed. De oudste voetbalclub in Kroatie heet niet voor niks Hajduk Split. Genoemd naar Kroatische outlaws die in vroegere eeuwen de Osmaanse bezetter aan de degen regen. Deze symboliek gaat voor Nederlandse begrippen allicht te ver maar toch: hedendaagse sportleiders mogen niet slordig omgaan met hun voorrecht de nationale trots te mogen bewaken.

De droom van de Nederlandse en de Belgische voetbalbond om als duo-organisatie het EK 2000 binnen te halen druist regelrecht in tegen de nationale identificatie-honger. Een solo-kandidatuur van Nederland zou nog kunnen, zij het ook niet zonder besmuikt gegniffel, her en der. Maar Belgen en Nederlanders verenigd in de "Stichting EK 2000' is een striptease van armoe. De grens tussen sportnaties behoort intakt te blijven. Het is al erg genoeg dat de "Hel van Deurne' inmiddels een geklasseerd begrip is. Michel d'Hooge en Harry Been als ceremoniemeesters op een gezamenlijke receptie schreeuwt om een bazooka. Deze kwadratuur van provinciale ijdeltuiterigheid zou ondraaglijk zijn. Henny Huisman en Jack van Gelder samen op de canape in een talkshow wordt dan een streling voor oog en oor.

Nederland en Belgie als twee zielen in een borst, vergeet het. Het behang achter me begon te janken toen ik deze week de koninklijke prinsen Willem-Alexander en Philip over de Buchmesse zag strompelen. Ik voelde me zelf mummie worden bij zoveel geparfumeerde houterigheid in tweevoud. Als je ze afzonderlijk ziet lopen, wekken deze vorsten in spe nog iets van compassie en erbarmen op. Maar zoals ze daar in Frankfurt aan het schrijden waren, versterkten ze elkaars vervreemding. Twee levens met hetzelfde schaartje uitgeknipt. De glimlach van onnozele kinderen in witte maskers. Treurwilgen in een maatpak. Als deze gesteven cabotins straks veertien dagen in de koninklijke loge van een voetbalstadion naast elkaar moeten zitten, is de toekomst van de twee koningshuizen geen cent meer waard. Goed en creatief nabuurschap is een beschavingsritueel. Maar als sportnatie moeten Nederland en Belgie wel elkaars eerste vijanden blijven. Dat is goed voor de sport, goed voor de respectievelijke volkshygiene, goed voor de nationale identiteit. De organische verwantschap ontbreekt trouwens om voor wat dan ook als gezamenlijk gastland op te treden. Zolang Mulisch alleen bij Claus over de vloer komt om stiekem _ dus kosteloos _ de halve wereld af te bellen zit er voor de lage landen niet veel meer in dan af en toe een glaasje en een hapje. En: vergeten we ook niet dat het oorlogsgevaar tegenwoordig uit een klein hoekje komt.

    • Hugo Camps