Gary Klesch: schatrijk van schuldenhandel

AMSTERDAM, 8 OKT. Wat curatoren, aandeelhouders, crediteuren en andere betrokkenen bij het failliete oude DAF tot nu toe nog niet is gelukt, krijgt hij voor elkaar. Hij laat zijn advocaten de ene na de andere hoofdrolspeler in het DAF-debâcle voor de Amsterdamse rechtbank getuigen. Het wroeten in DAF's pijnlijke verleden heeft al enkele pikante feiten aan het licht gebracht. En er volgt ongetwijfeld nog meer.

De Amerikaan Gary Klesch (46) krijgt sinds enkele weken ook in Nederland de publiciteit waaraan hij in de Angelsaksische landen al jaren gewend is. Klesch heeft zich aan het hoofd geplaatst van de obligatiehouders DAF die zich door de banken beroofd voelen van hun rechtmatige aandeel in de opbrengst van de DAF-boedel.

Klesch legt zich met zijn firma, Klesch & Co., al jaren toe op het verdienen van geld met de handel in schulden van slechtlopende of gefailleerde ondernemingen. De afgelopen weken wipte hij minstens een of twee dagen per week over uit Londen, waar hij woont en werkt, om de getuigenverhoren in de DAF-zaak persoonlijk bij te wonen. Wat hij wil is dat de banken, onder aanvoering van ABN Amro, een deel van de opbrengsten uit het oude DAF delen met de obligatiehouders.

Heeft hij, met als voornaamste tegenstander het machtige ABN Amro, niet het gevoel een gevecht tegen windmolens te voeren? Klesch, lang en slank, een onvermijdelijke diet coke in de hand: “Absoluut niet. Als het in dit land zo is dat ABN Amro meent dat zij onder en boven de wet staat, dat er een structuur is die zo machtig is ... dan is dat een zeer desastreuze ontwikkeling. Erg gevaarlijk. Voor je het weet heb je een soort Watergate.”

Klesch' interesse voor DAF-obligaties heeft, zoals hij zelf toegeeft, niets met altruïsme te maken. “Iedereen die in zaken is doet dat om er geld mee te verdienen.” Dat neemt niet weg dat er naar zijn mening nog heel veel te verbeteren valt aan de positie van obligatiehouders in Nederland en andere Europese landen. “Ik heb sterk het gevoel dat obligatiehouders hier worden misbruikt en worden behandeld als tweederangs burgers. Ze zijn, in tegenstelling tot hun Amerikaanse collega's, niet geregistreerd en niet georganiseerd. Als in Europa crediteuren van een slechtlopend bedrijf om tafel zitten is er altijd één lege stoel: die van de obligatiehouders. Die trekken altijd aan het kortste eind.”

Maar, zoals gezegd, liefdadigheid ligt niet ten grondslag aan Klesch' acties. In Groot-Brittannië heeft hij met vergelijkbare acties al heel wat geld verdiend. Volgens eigen zeggen heeft hij voor 9 miljoen gulden nominaal aan DAF-obligaties gekocht. De vereniging van obligatiehouders die hij aanvoert vertegenwoordigt volgens hem in totaal 50 miljoen gulden, een derde van de in 1988 uitgegeven lening. Tegen welke koers hij zelf de stukken heeft aangeschaft wil Klesch niet zeggen, maar als het hem lukt een uitkering op de stukken te forceren maakt hij dubbele winst: niet alleen op zijn eigen obligaties maar ook nog eens een provisie van tien procent van de opbrengst van de bij de vereniging aangesloten obligatiehouders.

Met activiteiten in de financiële wereld, de effecten- en geldhandel, investment banking, leverage buy outs, en herstructurering van slechtlopende ondernemingen heeft Gary Klesch de afgelopen decennia een fortuin verdiend. Hij is goed voor tientallen zo niet honderden miljoenen dollars. Maar op de vraag hoe rijk hij precies is geeft hij geen commentaar.

Gary Klesch (hobbies: golf en het lezen van biografieën van beroemdheden) is de verpersoonlijking van de Amerikaanse droom. Hij stamt uit een eenvoudig gezin in Cleveland (Ohio). Vader was barkeeper, maar stierf toen Gary tien jaar was. Vier jaar later verloor hij ook zijn moeder. In zijn schooltijd leerde de jonge Klesch wat echte armoede is, hij woonde een tijdlang zelfs in een oude auto. Een wildvreemde effectenhandelaar ontfermde zich over hem en stuurde hem naar de universiteit. “Deze "surrogaat-vader' wekte ook mijn belangstelling voor financiële zaken. Op mijn 22ste trad ik in dienst van de investeringsbank McDonald & Co. in Cleveland. Twee of drie jaar later was ik er partner.”

Daarna ging het in sneltreinvaart met Klesch' carrière. Toen begin jaren zeventig de republikein Gerald Ford aantrad als president had Klesch inmiddels zoveel naam gemaakt dat hij een uitnodiging ontving om zich op het ministerie van financiën in Washington bezig te houden met onder andere de deregulering van de Amerikaanse financiële markten. “Ik werd directeur capital markets policy en als zodanig heb ik me heel veel bezig gehouden met de financiële reconstructie van in problemen geraakte Amerikaanse banken.”

Nadat Ford het in de verkiezingen van 1976 had afgelegd tegen Jimmy Carter, adviseerde Klesch enige tijd een aantal Arabische regeringen. Het was de tijd van de overvloedige oliedollars. Na korte tijd vertrok Klesch echter naar Parijs om bij het makelaarshuis Smith Barney de zaken met het Midden-Oosten van de grond te tillen. In 1980 vroeg de investeringsbank Dean Witter hem een kantoor in Londen op te zetten. Ook dat werd een succes, maar twee jaar later begon Klesch niettemin voor zichzelf. Hij richtte de inmiddels opgeheven firma Quadrex Securities op. Klesch: “Wij deden de eerste leveraged buy out in Groot-Brittannië en later volgden zeker nog 15 van dat soort operaties. We lapten bedrijven op en verkochten ze met winst.”

Uit deze tijd stamt Klesch' interesse in schulden van slechtlopende ondernemingen. Hij heeft zich nadien menigmaal aan het hoofd gesteld van obligatiehouders die geld claimden van andere schuldeisers. Klesch ging vooral voor Britse begrippen nogal onorthodox te werk. “Ik ben agressief, maar dat moet je ook wel zijn in dit vak. Ik zeg altijd precies waar het op staat en dat is me niet altijd in dank afgenomen.”

Niet alles wat hij aanraakte veranderde in goud. Een poging bij voorbeeld om het conglomeraat Pearson (onder andere uitgever van de Financial Times) op te splitsen, liep op niets uit. De Sunday Telegraph noemde Klesch onlangs smalend "de meester van de onafgemaakte deal'. Gary Klesch, aldus de krant, maakt een heleboel lawaai, hij genereert een hoop publiciteit maar zijn activiteiten worden meer gekarakteriseerd door hun kleurrijke vorm dan door substantie. Klesch reageert laconiek op die kritiek. “Ze schrijven maar. Ik heb wel een idee door wie dat verhaal is ingegeven. Er zijn in de loop der jaren misschien wel 900.000 artikelen over mij in de kranten verschenen. Mijn hele kantoor hangt vol met knipsels. Als die kritiek waar was zou ik het heus niet zover hebben geschopt in het leven. Maar ik heb geen tijd en geen zin om journalisten voor de rechter te slepen.”

Klesch is momenteel gewikkeld in een aantal processen in verschillende zaken. “Dat gaat maar door. Het duurt allemaal wel heel erg lang. Het is wel eens frustrerend maar het is meestal de enige mogelijkheid om als schuldeiser je recht te halen.” Over de DAF-kwestie is Gary Klesch heel duidelijk. “Deze zaak ligt zo helder als glas. Als dit zich in een Angelsaksisch land had afgespeeld dan was de zaak voor ons al gewonnen en voorbij. Het prospectus van DAF uit 1988 zegt zwart op wit dat de obligatiehouders naar evenredigheid meedelen in alle zekerheden die het bedrijf aan andere financiers verstrekt. Topman Van der Padt heeft dat in zijn verhoor nog eens bevestigd. Ik weet niet waarop de banken nog wachten. Als ABN Amro een schikking treft kunnen ze een hoop negatieve publiciteit en veel proceskosten besparen. De bal ligt bij ABN Amro.”

    • Ben Greif