Explosief

INDIEN HET Internationaal Olympisch Comité de Spelen had toegewezen aan Peking in plaats van aan Sydney zou China wellicht geen ondergrondse kernexplosie hebben teweeggebracht. Nu zij niet de erkenning hebben gekregen die zij meenden te verdienen gaan de Chinezen hun eigen weg. En die weg voert niet langs multilaterale afspraken om de veiligheid in de wereld te vergroten. Leveranties van massa-vernietigingswapens aan staten in spanningsbieden bijvoorbeeld zullen nu doorgang vinden, ongeacht de kritiek die zij uitlokken.

Het onmiddellijke gevolg van de Chinese proef is dat het moratorium op ondergrondse kernproeven is doorbroken. Voor de andere kernmogendheden is het weer opportuun geworden om eveneens dergelijke experimenten te doen met het argument dat in een wereld vol gevaren de eigen bewapening op peil moet worden gehouden. Kernproeven door de erkende atoommogendheden maken op hun beurt weer ruimte voor de zogenoemde drempellanden om met de vervaardiging van nucleaire wapens door te gaan. De Chinese explosie resoneert wereldwijd.

Het Chinese experiment ondermijnt het beginsel dat veiligheid in laatste instantie ondeelbaar is, een beginsel dat ten grondslag ligt aan de politiek van wapenbeheersing. China's eerder getoonde bereidheid om toe te treden tot het verdrag tegen spreiding van kernwapens blijkt dus niet geïnspireerd te zijn geweest door dergelijke overwegingen. Veeleer laat het regime in Peking zich leiden door een "voor-wat-hoort-wat-mentaliteit'. Veiligheid is voor China's leiders evenals de mensenrechten een onderhandelingsobject, van dezelfde orde als handelspolitiek en de verdeling van internationale privileges.