De elektronische speen; Wat de televisie kinderen voorschotelt

Zodra de oogjes open zijn denderen de programma's over het scherm, maar alleen die van de VPRO en de NOS zijn de moeite waard. De publieke en de commerciële omroepen bieden voornamelijk goedkope tekenfilms en herhalingen van buitenlandse series. Het merkwaardige is dat de publieke omroepen zich bewust zijn van hun eigen miezerigheid. Volgens een intern rapport zou een volwaardige programmering voor de jeugd bij wet verplicht moeten worden.

Zaterdagochtend, acht uur. Vader en moeder draaien zich nog eens om, want de kleine zit rustig op het ouderlijk bed voor de elektronische speen: de televisie. Vader is half wakker en hoort de eindeloze stroom Amerikaanse tekenfilms aan het oog van zijn kind voorbij gaan. Plotseling schiet hij omhoog: wat nu? Zingen ze daar "Fuck your own hair'? Dit was toch het kinderuurtje? Gelukkig, hij heeft het verkeerd verstaan. Ze zingen niet "Fuck your own hair", maar "Bucky O'Hare', de naam van een tekenfilmhaas die in ruimteschepen met laserstralen het Kwaad tot in alle uithoeken van het moderne dierenheelal bestrijdt. Gerustgesteld zakt de bezorgde vader terug in de kussens. Dit is een doorsnee tekenfilm uit de Japans-Amerikaanse animatiekeuken, zoals die Nederlandse kinderen dagelijks wordt voorgeschoteld en dus dommelt hij weer in op het ritme van de vertrouwde reclameboodschappen: "Hela Hola! Kinderkola!"

Als deze vader met echt wakkere ogen zou kijken, had hij dan wél reden tot bezorgdheid? Wat krijgen kinderen tussen de zes en twaalf jaar, die gemiddeld ongeveer anderhalf uur televisie per dag kijken, voorgeschoteld? (Hoe lang jongere kinderen kijken meet de dienst Kijk en Luister Onderzoek niet).

Een week lang over de kinderschouder meekijken stemt verre van vrolijk. Elke ochtend tussen 7 en 10 uur is de commerciële zender KinderNet paraat, met uitsluitend herhalingen van programma's met een lange staat van dienst, zoals Bassie en Adriaan, Vrouwtje Theelepel en Wickie de Viking. Wat bestemd is voor jonge kijkers wordt nagesynchroniseerd en voor de echte kleintjes is er een vast half uur met aardige Oost-Europese tekenfilmpjes en het zorgvuldig uitgedachte peuterprogramma Tik Tak van de BRT. De uitzendingen worden besloten met een nogal slaapverwekkend informatief half uur voor grotere kinderen. De zender heeft zich uitgesproken tegen het tonen van geweld en brengt dat beginsel redelijk in praktijk. Voor kinderen is het prettig dat de programmering horizontaal is: komt Pinokkio op dinsdag, dan zie je hem de volgende week op dezelfde dag en tijd weer. Het nadeel van KinderNet is de gezapigheid. Je zult er nooit eens je ogen uitwrijven bij iets nieuws of gedurfds.

Tijdens de lunchpauze brengt RTL4 een uurtje tekenfilm en in de tweede helft van de middag zijn er bij de publieke omroep over het algemeen programma's te zien die niet al te duidelijk aan leeftijd gebonden zijn, zoals buitenlandse dramaseries en vooral veel natuur. Binnen één week kregen we de "wondere wereld' van otters, dikhoornschapen, zalmen, wevervogels en de glansfazant over ons uitgestort. Tussen 18.15 en 19.00 uur dient zich het NOS blok Sesamstraat/Jeugdjournaal/Klokhuis aan, een klein uur dagelijks terugkerende kwaliteitstelevisie, waarin kinderen consequent serieus worden genomen. De vooravond is gevuld met familieprogramma's en af en toe een verdwaald jongerenprogramma.

Dinosaurussoap

In het weekend wordt er zo lang de ochtend duurt - na twaalven houden kinderen op te bestaan - geknokt om de gunst van de kleine kijker. Van 7 tot 12 uur zendt KinderNet uit. Tegelijkertijd brengt RTL4 Telekids. Zodra de oogjes open zijn dendert daar de voornamelijk ondertitelde cartoonexpress over het scherm, wat veel mechanisch tekenwerk, hoofdpijnkleuren en een flinke dosis gewelddadigheid oplevert. Omringd door kinderen praat een toffe presentatrice min of meer informatieve itempjes aan elkaar en tegen het eind van de ochtend verschijnt er een grappige dinosaurussoap, vol schitterende prehistorische koppen uit de studio's van Jim Henson. Helaas gaan de snelle dialogen en het dilemma van een zelfgenoegzame dino-huisvader die aarzelt over het al of niet van de rotsen werpen van zijn hoogbejaarde dino-schoonmoeder hoog over de jeugdige hoofden heen.

Daalde bij de publieke omroep de zendtijd voor jeugdige kijkers sinds 1989 van 15 naar 9 procent, bij RTL4 is juist een stijgende lijn zichtbaar (tot 15 procent van de totale zendtijd). In absolute zin benadert het aantal minuten dat RTL4 voor kinderen uitzendt dat van de publieke omroepen gezamenlijk: 15.134 tegen 18.940 minuten.

Het is niet erg raadselachtig waarom de commerciële zenders zich op de jeugd storten: er valt aan te verdienen. Op tijden dat de volwassen kijkersmarkt maar matig interessant is, is die gunstig voor adverteerders die kinderen willen bereiken. Dus is het dan een en al Yogho-Yogho (yoghurt), Danoontje (kwark), Spielberg-dinosaurussen en de meezing-microfoon van speelgoedpaleis Bart Smit wat de klok slaat.

Bij Telekids blijft het daar niet bij. Ook het eigenlijke programma fungeert soms als etalage om koopwaar in uit te stallen. Zo trad vorig jaar rondom de feestdagen voortdurend een professor Decibel op als medepresentator. Het was een figuur uit de reclamefolders van Sony, die niets anders deed dan de jeugdige studiogasten wijzen op de grote vreugden die het bezit van een apparaat uit de "My First Sony'-lijn met zich meebrengt. De nieuwe campagne voor Calvé-pindakaas ("Pak die pot en smeer 'm') werd onlangs in Telekids gelanceerd met telefooncomputerspelletjes tijdens het reguliere programma. Zulke acties, in combinatie met de veelvuldige reclame en de relatief goedkope programmering van louter aangekochte buitenlandse (teken)films maken kindertelevisie lucratief voor de "commerciëlen'.

Lamlendigheid

De afnemende hoeveelheid zendtijd die de publieke omroep voor kinderen reserveert, stemt somber, maar wie naar de invulling van die tijd kijkt, wordt pas echt bedroefd. Afgezien van een enkele gunstige uitzondering overheerst de lamlendigheid. Ook hier viert de herhaling van uitgekauwde series hoogtij: Black Beauty, Het kleine Huis, Flipper en Het A Team.

De in de AKN samenwerkende Avro, KRO en NCRV die vroeger alledrie over een bloeiende afdeling jeugd beschikten (Oebele! Swiebertje! Stuif es in!), hebben handig bedacht dat ze via het NOS-blok al behoorlijk aan hun plicht voldaan hebben. Op de zaterdagochtend presenteren ze met Alles Kits een regelrechte kopie van Telekids. Niet alleen in de naam van het programma klinkt de echo van de concurrent, ook de inhoud is bijna identiek: een opeenstapeling van korte items, mini-shows en tekenfilms, aan elkaar geregen door een Popi-Jopi presentator die alleen zichzelf hoort praten. Ook hier schettert de reclame met ijzeren regelmaat en de kinderen die in de Alles Kits-huiskamer rondhangen, zijn niet veel meer dan levende decorstukken. Onmisbaar is de elektronica: kijkers nemen telefonisch deel aan computerspelletjes en wie een sterk ontwerp sok-versieren heeft bedacht, kan dat even faxen. Het spelletjes-onderdeel, waarin twee teams de meest kleverige beproevingen moeten doorstaan - met een taart van de glijbaan af, zoveel mogelijk negerzoenen in je mond proppen - om HET televisietoestel in de wacht te slepen, stoomt kinderen linea recta klaar voor de grote wereld van Rons Honeymoonquiz.

Bij de Ikon lijken de hoogtijdagen van de jongerenprogramma's voorbij en van Veronica en de Tros is op dit gebied nooit veel te verwachten geweest. Verbazingwekkend was onlangs wel de Kleuterspecial van de laatste omroep. Waar anders op een scheutje meer of minder geweld niet gekeken wordt, verschijnt nu een zingende, geheel door knuffelbeesten ingebouwde Léonie Sazias in een soort clips voor kleuters. Uitsluitend lieve liedjes en brave bromberen zijn op den duur alleen maar leuk voor oma's.

De Vara laat het op wat tekenfilms en de herhaling van een Australische jeugdserie na volstrekt afweten. De omroep die ooit ruimte bood aan Pipo de Clown, Ja Zuster Nee Zuster, De film van ome Willem, De Stratemakeropzee Show, J.J. de Bom en Kinderen voor kinderen (nu een gelikte show, maar begonnen als een broedplaats voor het moderne kinderlied) heeft haar eigen kinderprogramma's allemaal om zeep geholpen.

Job en zijn vader

Blijven over de EO en de VPRO. De EO rekent de programmering voor kinderen principieel tot haar taak. Dat betekent bijvoorbeeld een getekend gesprek tussen het jongetje Job en zijn vader over de Schepping versus de evolutie. Job beklaagt zich over de moeilijkheid een leuk meisje te vinden, waarop vader hem aanraadt dat via een gebed aan God over te laten. Volgt nog een telefoonnummer, "voor als je iets mocht willen weten over God.'

Onder de verzamelnaam Villa Achterwerk biedt de VPRO kinderprogramma's, die in het nieuwe seizoen niet alleen zondagochtend, maar ook regelmatig door de week te zien zullen zijn. Vaste onderdelen van de zondagochtenduitzending vormen een aflevering van de tekenfilm Babar en een door kinderen zelf gemaakte reportage. Het aardige kleuterprogramma Dag meneer de Koekepeer wordt samen met poes de Koekepeer gepresenteerd door een maf meneertje, van wie alleen hoofd en handen bewegen door gaten in een decorplaat, waarop zijn tonnerond lijf geschilderd staat. Er klinken grappige liedjes en eindelijk eens andere stemmen (Nelly Frijda en Gert Jan Dröge) dan die van het voortdurend op hoge toon acterende vaderlandse nasychroniserings-team. In Pootjes ventileert bioloog Midas Dekkers zijn eigenzinnige kijk op de natuur en in de documentaire Ruilen (veertien dagen lang nemen twee kinderen thuis en op school elkaars plaats in) is het opnieuw gelukt om een vorm te vinden waarin kinderen kwijt kunnen wat hen bezig houdt.

Voor de VPRO wordt dit alweer het tiende kindertelevisieseizoen. Onorthodoxe geesten kregen de afgelopen jaren de ruimte om programma's als Broertjes, Achterwerk in de kast, Theo en Thea en Mijn vader woont in Rio te maken. Er is in Hilversum tenminste nog plaats voor één laboratorium, waar men zich met toewijding en enthousiasme over de programma's buigt en nadenkt over wat kinderen zou kunnen boeien en opwinden. De mooiste resultaten levert natuurlijk datgene wat de programmamakers zélf boeit en opwindt.

Een tegenkant van deze experimenteerdrift is dat het gekste nog niet gewoon genoeg is. Vooral de vormgeving is af en toe dermate grotesk dat het niet eenvoudig is om achter een bult schuimplastic de bedoeling te ontdekken. Potentiële kijkers worden daar soms door afgeschrikt, want geen conservatiever publiek dan een kinderpubliek. Steeds nieuwe en andere programma's maken het ook moeilijk om je te hechten aan bepaalde figuren, terwijl kinderen daar juist behoefte aan lijken te hebben. Als "lieve kijkbuiskinderen' kreeg je er toch nooit genoeg van om elke avond weer de "snaveltjes dicht en oogjes toe' te moeten doen en Bert en Ernie uit Sesamstraat zijn voor kleuters even dichtbij als de jongens uit hun eigen straat.

Meer en beter

Het merkwaardige is dat de publieke omroepen zich bewust zijn van hun miezerigheid op het gebied van de kindertelevisie. Het Centraal Overleg Programmamakers-TV, het hoogste adviesorgaan van het NOS-bestuur, waarin de programma-directeuren van de publieke omroepen verenigd zijn, ontving begin dit jaar een intern rapport, dat vaststelt hoe buitengewoon mager het aanbod voor kinderen is, zowel in kwantitatief als in kwalitatief opzicht. Meer en beter heet het advies dan ook. Het werd op verzoek van de programmaleiders zelf opgesteld door de Werkgroep Jeugd, waarin jeugdprogrammamakers van alle publieke omroepen vertegenwoordigd zijn.

Om de concurrentie het hoofd te bieden moet het aanbod van kinderprogramma's op de publieke netten beter gestroomlijnd en uitgebreid worden (tot 17 procent van de totale zendtijd), concluderen de samenstellers van het rapport. Door de week zou tussen 16 en 20 uur altijd iets te zien moeten zijn voor kinderen. De huidige situatie waarbij de publieke netten het de ene keer helemaal laten afweten en dan weer tegelijkertijd een programma voor dezelfde leeftijdsgroep uitzenden, moet voorkomen worden door horizontale programmering. De werkgroep wijst er op dat kinderen in de middag en vooravond in belangrijke mate bepalen welke tv-zender gekozen wordt. Als zij voor een publieke omroep kiezen, blijven hun ouders daarna langer "hangen'.

Afgezien van de opmerking dat programma's geen schadelijke invloed op jongeren mogen hebben staat er in de Mediawet niets over televisie voor jonge kijkers. Volgens de opstellers van het rapport moeten kinderen niet alleen vanuit de "beschermende sfeer' benaderd worden, maar vooral ook vanuit de "stimulerende'. Televisie kan jongeren namelijk "helpen op weg naar maatschappelijke volwassenheid'. Daarom zou volgens het rapport op langere termijn een volwaardige programmering voor de jeugd bij wet verplicht moeten worden gesteld. Alleen op die manier kunnen alle publieke omroepen gedwongen worden gevarieerde kinderprogramma's met eigen produkties voor verschillende leeftijdsgroepen te maken, met amuserende, educatieve en culturele aspecten, zoals die nu ook voor het gewone programma-aanbod zijn voorgeschreven.

Dit rapport is door COP-TV behandeld en men heeft het advies van de stroomlijning overgenomen. Dat wil zeggen, aldus een woordvoerder van het adviesorgaan, dat de wensen voor een betere afstemming voor kinder-tv op de publieke netten bij de zogenoemde Coördinatiecommissie voor tv ingediend zijn. Maar aangezien het nieuwe actualiteiten- en soapserie programmablok getiteld "2 Vandaag' op Nederland 2 prioriteit heeft, zijn er voorlopig weinig mogelijkheden voor kinder-tv. En wat betreft eventuele uitbreiding van kinder-tv op de publieke netten: ook de afdeling documentaires, drama en anderen willen meer geld en zendtijd, dus zit dat er niet in, volgens de COP-TV woordvoerder.

Dappere Dodo

Televisie voor kinderen is in Nederland nog geen veertig jaar oud. Op 3 februari 1955, ruim drie jaar na de eerste officiële tv-uitzending, verscheen de marionet Dappere Dodo op de buis, tijdens een wekelijks half uurtje voor de jeugd, dat werd ingeleid en uitgezwaaid door tante Hannie. In de bundel Het kind en zijn ontspanning schreef Tineke Roeffen, een van de eerste regisseurs die voor deze groep kijkers werkte, in 1959 een artikel over de nieuwe vorm van vrijetijdsbesteding. Het lijkt wel uit een vorige eeuw te stammen. Wanneer kinderen wel of niet mogen kijken was toen een van de belangrijkste kwesties, en vooral of de kleine onverlaten wel van de televisieontvanger af zullen blijven als vader en moeder 's avonds uit zijn. Sommige ouders laten een slot op hun toestel maken. Dat vindt de auteur geen oplossing, want "een kind moet gehoorzamen'. De regisseur eindigt met de hoop dat televisie "voor de jeugd een zegen zal blijken te zijn.'

In dit land worden met enige regelmaat prachtige kinderboeken geschreven en indrukwekkende jeugdtheatervoorstellingen geproduceerd. Dat is in de eerste plaats te danken aan het talent van de makers, maar zonder de stimulans van een ondersteunend netwerk zou zulk talent moeilijk tot bloei komen. Er bestaan op deze gebieden immers subsidieregelingen, instituten voor kunstzinnige vorming, prijzen, festivals, recensenten, vakliteratuur, uitwisseling tussen collega's, geïnteresseerde ouders en leerkrachten en uitgevers en theaterdirecties, die niet alleen de kassa horen rinkelen, maar ook het belang zien van een nieuwe generatie lezers en theaterliefhebbers.

Hilversum herbergt wel degelijk een aantal bevlogen televisiemakers, die stug vol blijven houden dat het maken van kwaliteitsprogramma's voor kinderen de moeite waard is. Steun zoals jeugdtheatermakers en kinderboekenschrijvers krijgen, is er amper. Het medium televisie is blijkbaar ongeschikt om zulke betrokkenheid te mobiliseren. Programma's zoals Flipper, Bucky O'Hare of de Teenage Mutant Ninja Turtles, waar kinderen veel plezier aan beleven, redden het wel zonder zulke betrokkenheid. Maar voor leuke, creatieve en gedurfde programma's als die van de VPRO en NOS, is steun - in de vorm van een kinder-tv-paragraaf in de Mediawet- op den duur wellicht onontbeerlijk.