De discutabele rol van de filosoof als zielzorger

Inlichtingen over de donderdagavondlezingen: Hotel de Filosoof 020-683 30 13. Het thema van dit najaar is de op de praktijk betrokken filosofie.

Dries Boele voert een filosofische praktijk. Staat je relatie op springen of verkeer je in een moeilijke levensfase dan kun je met hem in debat. Honderd gulden voor vijf kwartier. Cerebrale gymnastiek noemt Dries Boele zijn therapie ook wel. Hij lost geen problemen op, maar zet zijn cliënten aan het denken. Na afloop van een sessie loopt de filosoof dan even naar zijn boekenkast om te controleren of hij er goed aan deed om Plato of de Stoa toe te passen. Zo toetst hij de oude grootmeesters aan de hedendaagse mens.

Onlangs nog raadpleegde een jonge vrouw hem over het morele begrip schuld. Haar ex-vriend had zelfmoord gepleegd en de cliënte vroeg zich bezorgd af in hoeverre die daad haar was aan te rekenen. “Zo iemand heeft behoefte haar verhaal te doen aan een vertrouwenspersoon”, ondervond Dries Boele.

“De schuldvraag bleef haar echter achtervolgen en ontnam haar elke denkruimte. Ze zat volledig op slot. Het is dan mijn taak om een rationele afstand te scheppen. Om het probleem ethisch te beschouwen. Was haar inderdaad iets te verwijten of was het schuldbesef imaginair? Ik bracht haar dichtbij de ervaring van het nadenken. Inzicht brengt rust.”

Als Dries Boele merkt dat een cliënt in psychische nood verkeert, verwijst hij hem door naar zijn therapeutische vakbroeders. Aan trauma's en psychoses wil hij zijn handen niet branden. “In zulke gevallen schiet het zelfstandig denken tekort”, vindt hij. “En ik speel geen psychiatrische beunhaas.”

Kan een filosofisch raadsman eigenlijk wel het verschil onderkennen tussen een denkprobleem en psychische nood? De Nijmeegse filosofe Ria van den Brandt vindt van niet. Tenminste, niet als de praktische wijsgeer in kwestie geen geoefend therapeut is. Gisteravond hield zij in Hotel de Filosoof te Amsterdam een lezing over de mogelijkheden en onmogelijkheden van het filosofisch consulentschap. Daarin stelde zij de rol van de filosoof als volleerd zielzorger ter discussie.

“Iemand die zes jaar filosofie heeft gestudeerd”, zegt ze, “heeft geen psychotherapeutisch referentiekader. Hij mag dan wel denken dat hij veel weet en gezegend is met een groot inzicht, maar hij kan ook volledig de plank misslaan. Het is dus maar de vraag of hij kan beoordelen in welke psychische toestand zijn cliënt verkeert.”

Het verschijnsel van de filosoof als heelmeester is bijna zo oud als de Westerse wijsbegeerte. Al in de vijfde eeuw voor Christus zou Socrates beweerd hebben dat de ziel zich het beste door de filosofie in behandeling kon laten nemen, omdat deze "haar zachtmoedig troost en haar tracht te bevrijden' (Plato, Phaedo, 146).

Socrates was een man van de straat. Omringd door een groep jonge aristocraten banjerde hij door Athene. Hij sprak iedere passant aan over het goede of geslaagde leven en drukte zijn vrienden vlak voor zijn dood nog op het hart hun ziel niet te verwaarlozen. De onsterfelijke ziel behoefde verzorging.

“Een filosoof als Socrates had de wijsheid in pacht, hij was een lopende praktijk.” Ria van den Brandt lacht om de onbedoelde dubbelzinnigheid. “Als je in de problemen zat, kon je hem om raad vragen. De functie van wijze man is tegenwoordig echter overgenomen door psychologische, psychiatrische en theologische praktijken. De filosofie is het terrein van zielzorg kwijtgeraakt en dus ook de bijbehorende kennis en ervaring.”

“Volstrekt onprofessioneel”, vond Gerard Elzinga (de naam is gefingeerd) de filosofisch raadsheer die hij vorig jaar twee keer bezocht voor een dialoog op niveau. Elzinga was halverwege de vijftig in een "midlife-achtige crisis' geraakt. “Te licht voor een psychotherapeut en te zwaar om te dragen.” Een filosofisch advies leek hem een probaat middel om weer van zijn kwaal af te komen. “Allereerst moest ik de raadsheer het begrip midlife crisis uitleggen inclusief symptomen. Toen ik was uitgesproken verscheen er een diepe frons in zijn voorhoofd. Hij keek zeer gewichtig en begon over de sterfelijkheid van het lichaam en de onsterfelijkheid van de ziel te filosoferen. Heel vrijblijvend hoor. Ik had niet de geringste indruk dat hij aan Plato-promotie deed of zo, maar ik vond dat hij er weinig van bakte. Achteraf realiseerde ik me dat ik waarschijnlijk zijn eerste cliënt was.”

Dat de filosofisch adviseur per definitie een charlatan zou zijn, is te gemakkelijk gezegd. Maar er hangt wel een geur van obscurantisme om de nieuwste vorm van zelfrealisatie. Een aantal van de ruim twintig praktijken in Nederland beperkt zich niet tot de Westerse en Oosterse filosofie, maar hanteert tevens een New-Age-benadering of laat zich in met hypnose en Gestalt-therapie.

Ria van den Brandt: “Ik ken voorbeelden van praktijken die integer en geëngageerd zijn. Die er daadwerkelijk op uit zijn de irrationaliteit te ontmaskeren om de rust in de ziel te laten weerkeren. Wanneer een filosofisch raadsman meent dat zijn beroep een adequate aanvulling is op de markt van welzijn en geluk, heb ik daar geen moeite mee. Maar ik weet dat er ook opportunistische overwegingen in het spel zijn.

“Vorig jaar bezocht ik een congres van de American Philosofical Association. De voorzitter maakte opgetogen melding van het ontstaan van filosofische praktijken in Europa. Het verschijnsel werd verwelkomd als een nieuw beroepsperspectief, omdat er in de Verenigde Staten sprake is van een groeiende werkloosheid onder filosofen. Als zo'n man een gat in de markt ziet, dan zien talloze werkloze Nederlandse filosofen van diverse pluimage dat natuurlijk ook.”

Voordat Dries Boele zijn filosofische praktijk betrok, volgde hij een speciale toegepaste cursus in Hotel de Filosoof. “Ik moest echt afkicken van mijn studie. Down to earth. Na zes jaar filosofie denk je alleen nog maar in namen, begrippen en vooronderstellingen. Ik moest mijn kennis afkrabben en bekend raken met vaardigheden waaraan nauwelijks aandacht was besteed. Zoals het voeren van een Socratisch gesprek en het achterhalen van het mensbeeld van de cliënt.”

Ria van den Brandt heeft ook nog een tijdje het voornemen gekoesterd een psychotherapeutische opleiding te volgen na haar studie wijsbegeerte, omdat ze er niets voor voelde regelrecht vanuit de bibliotheek de praktijk in te stappen. Dat er nu zo'n cursus wordt aangeboden bij het hotel vindt Ria van den Brandt wel leuk, maar die training heeft natuurlijk helemaal geen gezag. “Het idee van Jan en Pieternel starten een cursus filosofische praktijk, omdat die nog ontbreekt, is geen al te beste overweging. Dat riekt teveel naar het gat in de markt. Een afgestudeerd filosoof is niet zomaar een geestelijk verzorger of therapeut. De faculteiten wijsbegeerte aan de Nederlandse universiteiten bezitten geen afstudeerrichtingen of cursussen voor consultants in spe. Als die er komen, zou dat een enorme erkenning zijn voor de filosofische praktijk. Maar de faculteiten zijn voorzichtig, en terecht, want wie weet is het verschijnsel over tien jaar wel volledig doodgebloed.”

Op de erkenning van de filosofische faculteiten zit Dries Boele echt niet te wachten. Volgens hem hebben die hun langste tijd wel gehad. De filosofische praktijk is meer gebaat bij een beroepscode en een beroepsvereniging als het om het aanzien gaat. “Zoals de kunst haar musea heeft, zo heeft de wijsbegeerte haar faculteiten. Die conserveren de traditie. Het echte creatieve denken gebeurt daar nauwelijks meer. De nieuwe ateliers van de idee zijn de filosofische praktijken. Daar wordt pas werkelijk geredetwist.”

Hij staart verwachtingsvol voor zich uit. “Als mijn praktijk zichzelf bedruipt, zou ik dolgraag een filosofisch klooster willen openen. Wat is nu mooier dan filosoferen in retraite?”

    • Jutta Chorus