Bouwconcerns zijn middelpunt van grootscheepse zwendel; Schandaal blokkeert herstel Japan

TOKIO, 8 OKT. De vier grootste Japanse bouwconcerns zijn diep betrokken bij een almaar escalerend bouwschandaal, waarvan niemand weet waar het ophoudt. Tot nu toe zijn 25 arrestaties verricht. Twee gouverneurs, twee burgemeesters en een reeks topfunctionarissen, onder wie de voorzitter van de Japanse bouwwerkgevers.

Het gaat om Shimizu (omzet: 2,3 biljoen yen), Kajima (omzet: 2,2 biljoen yen), Taisei (omzet: 2,1 biljoen yen) en Hazama (omzet: 750 miljard yen). Het gedrag van de betrokkenen vertoont steeds hetzelfde patroon. Ontkenningen vooraf tegenover de media, bekentenissen achteraf tegenover Justitie. Uitspraken vooraf dat lage functionarissen op eigen houtje hebben gehandeld, bewijzen achteraf dat zijzelf het middelpunt van de zwendel zijn.

De bouwondernemers gaven persoonlijk steekpenningen aan politici, in ruil voor grote opdrachten. De Japanse media verbazen zich over de geringe omvang van de bedragen die bekend zijn geworden. Wat bezielt een voorzitter van de bouwwerkgevers en topman van Shimuza om persoonlijk tien miljoen yen (zo'n 170.000 gulden) te geven aan een gouverneur, vraagt een weekblad zich af. “Ik zou het hebben begrepen als hij vijf miljard yen had overhandigd”, zei een werknemer van Shimuza verbitterd tegenover het blad.

Shimuza, het grootste Japanse bouwconcern, wordt ervan verdacht jaarlijks zo'n twee miljard yen aan tachtig politici te hebben gegeven. Daartoe gebruikte het bedrijf een ranglijst van politici op grond van hun invloed. Bovenaan stond Shin Kanemaru, de gevallen de facto leider van de LDP, tegen wie een proces loopt wegens grootscheepse belastingontduiking. Hij had goede connecties met zowel de bureaucraten op het ministerie van bouwnijverheid als in de bouwwereld en voerde lange tijd als een geslepen manipulator de bouwlobby aan in zijn partij. Jarenlang speelde deze lobby een beslissende rol bij de verdeling van biljoenen yens aan publieke werken. Daarbij gaven nationale behoeften niet de doorslag, maar het gewicht van de politicus en de beloften die hij had gedaan om stemmen in zijn kiesdistrict te vergaren. Kanemaru's kiesdistrict is rijkelijk voorzien van grote publieke werken en nog altijd dankbare kiezers.

Andere kiesdistricten, met niet zulke invloedrijke politici, kreunen onder de slechte openbare voorzieningen. Door oude, lekkende buizen van asbest wordt elk jaar in heel Japan 1,9 miljard ton water verspild, net zoveel als Tokio jaarlijks aan water verbruikt. Van de 42 miljoen huizen in Japan - veertig procent piepklein en twintig jaar oud - is zestig procent niet op de riolering aangesloten.

Met twee megadoses van in totaal 23,9 biljoen yen (zo'n 400 miljard gulden) heeft het laatste LDP-kabinet de economie uit het dal willen duwen, het grootste deel bestemd voor openbare werken. Het heeft niet geholpen, de economie staat er slechter voor dan ooit. Overheden zijn door de jacht die het openbaar ministerie op wetsovertreders maakt, bang geworden hun vingers te branden. Verdachte bouwbedrijven worden geweerd of trekken zich terug. De bouwlobby van de LDP leidt door de regeringswisseling een slapend bestaan. Tunnels, viaducten, ziekenhuizen, ontspanningsoorden worden niet meer in uitvoering genomen of het reeds begonnen werk wordt stilgelegd. In de afgelopen maanden kelderden de opdrachten voor publieke werken met tientallen procenten. Na de dure yen en de koele zomer is het bouwschandaal nu de derde oorzaak dat de economie niet herstelt.

Iedereen in Japan weet dat de bouwwereld 38 jaar lang dé huisbankier was van de LDP. Beide hadden veel aan elkaar te verdienen. Omdat elk bouwbedrijf mochten happen in de staatsruif van de LDP en niemand bang hoefde zijn te worden achtergesteld door de groten, ging de concurrentie uiteindelijk tussen de laatsten, die een hele keten van bedrijven in hun kielzog meevoerden. Daarbij werd gebruik gemaakt van een ingewikkeld net van geheime kartelafspraken, dat Justitie nu probeert bloot te leggen.

Naar verluidt heeft één zo'n groot bedrijf, Taisei, dat in publieke werken niet zo'n sterke positie had, de daarbij gehanteerde ongeschreven regels geschonden. Uit ambitie de allergrootste te worden, gaf het volgens ingewijden lokale politici meer onder de tafel dan andere bedrijven deden. Niet echt veel meer, maar voldoende om het machtsevenwicht tussen politici en bedrijven te verstoren. Zodoende kregen politici de overhand en hun stem, de "stem van de hemel' genoemd, gaf de doorslag bij de toewijzing van de bouwopdracht. Anderen visten achter het net en dat zette kwaad bloed. Het lijdt volgens sommigen geen twijfel dat is "gelekt' naar Justitie.

Tou nu toe zijn, op Kanemaru na, geen koppen gerold van landelijke politici. Niettemin valt in de media vaak de naam van Ichiro Ozawa, eens beschermeling van Kanemaru en, na zijn historische breuk met de LDP, de architect van het coalitiekabinet van premier Hosokawa. Ozawa heeft veel vijanden, dus waarom zouden die hem vroeg of laat geen beentje lichten? Het zou het einde betekenen van het coalitiekabinet, een hartewens van de LDP, die moet aanvoelen hoe hard de oppositiebanken zijn. Een ingewijde: “Daarvoor is Ozawa veel te slim. Bovendien, welke politicus in de LDP heeft geen boter op zijn hoofd?”

    • Paul Friese