Anti-barbarorum liber

Vijfhonderd jaar geleden liep een vierentwintigjarige monnik uit een klooster bij Gouda, door het dorpje Halsteren, dat nog steeds vijf kilometer ten noorden van Bergen op Zoom ligt.

Hij wou helemaal geen monnik zijn. Zijn vader was priester. De middeleeuwse theologie hing hem de keel uit. De Nederlandse variant van Geert Groote, waarbij hij was schoolgegaan, beviel hem ook niet. Uit Italië sijpelden opwindende geschriften. Erasmus wilde Latijnse klassieke auteurs lezen, Grieks leren en Griekse auteurs lezen.

Al enkele jaren dacht hij aan een pamflet waarin het kloosterideaal werd aangevallen en het humanistisch ideaal verdedigd. Nu schreef hij, in Halsteren, het eerste hoofdstuk, waarin vijf personen een conversatie hebben, in Halsteren.

Behalve Erasmus namen aan die conversatie deel: zijn vriend Willem Hermans die hem uit het Noorden was komen opzoeken, de gemeentesecretaris van Bergen op Zoom Battus (die het gesprek beheerst), en de burgemeester en de dokter uit die plaats.

Mensen die het goed met hem menen, raden Erasmus publikatie van Tegen de Barbaren af. In 1509 herschrijft hij in Bologna zijn eerste hoofdstuk. Kloosters en monniken worden nog feller aangevallen. In 1520 - Erasmus is ruim twee keer zo oud als toen hij het schreef - verschijnt Antibarbarorum liber primus in Bazel.

Van de eerste versie uit 1493 is de tekst in Gouda bewaard gebleven, omdat een broeder des Gemeenen Levens die in 1516 kopieerde op dertig witte bladzijden achterin het verzameld werk van een kerkvader.

Wie leest nog Erasmus? Het Latijn dat hij - en andere humanisten - uit de kerk haalde en nieuw leven schonk, is nu echt dood. In de boekwinkel zie je alleen nog zijn Lof der Zotheid liggen. Het pamflet tegen de Barbaren is bij mijn weten nooit in het Nederlands vertaald. Er is een uitstekende Engelse vertaling van in de Toronto-editie van het Volledig Werk. Een vertaling zou weinig zin hebben in een tijd waarin kloosters en monniken nog slechts in films voorkomen. Maar barbaren zijn er altijd. Een imitatie zij mij daarom vergund.