VROUW EN SGP [1]

Op de opiniepagina van 2 oktober verdedigde het SGP-gemeenteraadslid P.C. den Uil het standpunt van zijn partij om vrouwen het lidmaatschap van de SGP te weigeren. Hieronder een bloemlezing uit de vele lezersbrieven over dit onderwerp.

De redenering van Den Uil, dat een beperkt lidmaatschap voor vrouwen niet mag wegens het vermoeden "dat het bij een beperkt lidmaatschap niet blijven zal' is bedenkelijk. Bedenkelijk, wegens de angst voor vrouwen die eruit spreekt,maar ook omdat het begrip "beperkt lidmaatschap', op zichzelf net zo discriminerend is als het afwijzen van lidmaatschap.

Van de beschuldiging van discriminatie is Den Uil niet onder de indruk, maar misschien beseft hij onvoldoende wat er aan de hand is. Het gaat er niet om, dat aan de bijbel ontleende opvattingen (over de man-vrouw-verhouding) niet mogen worden vertaald in een maatschappijbeschouwing. Waar het om gaat is dat een maatschappijbeschouwing, of die gebaseerd is op de bijbel of op de koran, in de praktijk (sic) de grenzen niet mag overtreden die in de grondwet zijn vastgelegd. Deze kwestie laat vermoeden dat de SGP zich slechts ten dele kan vinden in de Nederlandse grondwet. Dat is op zichzelf geoorloofd. Het is immers een ieder toegestaan te ijveren voor een verandering van de grondwet. Maar zolang dat nog niet gebeurt is, heeft men zich er wel aan te houden. De verontwaardiging over het nu door de SGP genomen besluit heeft weinig te maken met discriminatie van het gereformeerde geloof, maar meer met het besef dat men dubieuze praktijken, zoals discriminatie, niet mag goedpraten met een beroep op de bijbel (dat overigens ook voor mij een belangrijk boek is). Of kan de SGP aangeven hoe het deel wil uitmaken van het Nederlandse politieke bestel als het de grondwet naar believen terzijde kan schuiven?