Van Binnen

“We lopen vaak in de stad, of over een vlooienmarkt, en zeggen tegen elkaar: ja, dat is er een. Verder zijn we het nooit met elkaar eens, maar over een goede beer: altijd. Dan kopen we hem ook, wat-ie ook kost. We hebben er nu een stuk of zestig. Voor een groot deel staan ze op onze slaapkamer, maar op de trap zitten er ook op elke tree een stuk of wat.

Een beer moet iets hébben, al is het moeilijk onder woorden te brengen waar dat 'm in zit. De snoet, hé. Die kan makkelijk verpest worden, bijvoorbeeld door een scheve neus. En Poeh - best een dure beer, maar z'n kop staat me niet aan, ik weet niet precies waarom. Laatst gingen we naar de Berendag in Artis. Je kijkt je ogen uit naar al die idioten zoals wij die met hun beren aan komen slepen. Er zitten soms hele mooie bij, maar ook karrevrachten die je van je leven niet in huis zou willen hebben. Dat is de ellende van het verzamelen, je krijgt soms ook beren die je helemaal niet mooi vindt. Voor deze beer, die we bij een antiquair in Franeker kochten, heb ik nog een pakje gebreid, want zijn armen en benen zitten los.

Het is hier net een pakhuis. En groot is het huis zeker niet. Overal hebben we de deuren uitgehaald, zelfs de voordeur hebben we dichtgemaakt met planken voor het glaswerk. De enige deur verder in huis is die van het toilet. Ooit een huis gezien waar zóveel in staat? Ach, dan zie je het stof ook niet zo. We wonen hier al meer dan veertig jaar, eerst met drie kinderen. Toen de jongens het huis uitgingen kon ik weer doorverzamelen, maar we kunnen de boel niet kwijt, ook de boeken niet. Overal waar we kasten kwijt kunnen staan ze al en er komen steeds meer stapels boeken bij. Nou ja, ik heb gelezen dat Boudewijn Büch een krankzinnig groot huis heeft en toch nog hetzelfde probleem heeft.

Ik vind altijd wat, vaak op het Waterlooplein maar ook bij veilingen en antiquairs. Overal eigenlijk. Alle verzamelgebieden gaan ook tegelijkertijd door: beren, glas, aardewerk, de negentiende-eeuwse merklappen, rieten naaimandjes, doosjes van ivoor en parelmoer. Het gaat mij niet alleen om oude dingen, ook iets wat nieuw is kan een mooie vorm hebben. Een paar jaar geleden vond ik dit blauwe glazen mandje en onlangs nog precies zo één in bruin. Dan verander ik deze tafel ook, zet ik de bloemen in vazen met dezelfde kleuren, dat staat toch leuk bij elkaar? De keuken heeft ook een eigen thema: viooltjes. Er hangen schilderijen van viooltjes aan de muur, ik heb borden met viooltjes en blikken thee in de kleur.

Al die spullen voor de ramen zijn ook een bescherming tegen inbraak, want als iemand een ruit wil intikken maakt het meteen een kabaal. Het is een keer gebeurd, net toen ik de opstelling aan het veranderen was en alles voor de ramen had weggehaald. Het staat hier altijd zo vol, ook op dat oude bureautje bij het raam, dat het een tijd duurde voordat ik ontdekte dat er een oud Frans klokje was verdwenen. Vreselijk jammer.

Alles wat ik heb, wil ik zien. In de woonkamer en de keuken hebben we planken voor de ramen gemaakt. In de woonkamer staat het gekleurde glas, in de keuken staat mijn eerste verzameling, serviesgoed van wit aardewerk. Ik gebruik het ook allemaal. Nee zeg, ik was die spullen niet voordurend af, alleen als ik iets nodig heb. Ik lap ook nooit de ramen. De plumeau is mijn beste kameraad.''