Tuchtcommissie acht slaan Van Gobbel niet bewezen

ZEIST, 7 OKT. Ulrich van Gobbel was gisteravond kwaad, ontzettend kwaad. “Ik word vals beschuldigd en dat ben ik een beetje beu. Dat u dat ook begrijpt.” Fel en zonder enige schroom sprak de Feyenoorder de leden van de tuchtcommissie van de KNVB in Zeist toe. Hij werd ervan verdacht de klap te hebben uitgedeeld waardoor een speler van een amateurselectie op 29 juli in Den Helder zijn kaak brak. Voorzitter mr. H.R. Wooldrik: “Weet u zeker dat u die klap niet heeft gegeven?” Van Gobbel: “Dat weet ik honderd procent zeker.”

Hij werd in het gelijkgesteld. De tuchtcommissie bepaalde in haar uitspraak van vanochtend dat niet is bewezen dat Van Gobbel het heeft gedaan. De verdediger kreeg wel een schorsing van drie wedstrijden voor de trappende beweging, die hij in de slotfase van de spraakmakende oefenpartij naar spelers van de Helderse selectie heeft gemaakt. De commissie verklaarde die overtreding “een ernstig gewelddadige handeling” te vinden, met name omdat het spel op dat moment stil lag.

Tweeëneenhalve maand na de wedstrijd komt er langzamerhand toch duidelijkheid in deze slepende kwestie. Harvey Esajas is nu nog de enige Feyenoorder die de bewuste kaakslag zou kunnen hebben gegeven. Dat beaamde hij zelf ook in een verklaring. Zeker weten doet hij het echter niet. Esajas - de KNVB zoekt niet verder uit wie de slag wel heeft toegebracht - zegt zich tijdens het bedoelde incident bedreigd te hebben gevoeld en zich te hebben afgeweerd. “Bij mijn achteruit lopen heb ik wel gevoeld dat ik met mijn beide armen iemand heb geraakt. Wie en waar ik een speler zou hebben geraakt weet ik niet.” Hij beweert door tegenstanders te zijn geslagen, geschopt en bespuwd. Eerder zou hij in het veld zijn uitgemaakt voor “kankerzwarte” en “katoenplukker”.

De naam van Esajas, een 19-jarige reservespeler in De Kuip, is bij dit incident lange tijd onbesproken gebleven. Eerst werden Fräser en Refos als schuldigen genoemd, maar al snel verplaatste de aandacht zich naar Van Gobbel. Twee spelers van Den Helder hadden hem resoluut als de dader aangewezen. “Het verschil tussen Van Gobbel en Esajas is behoorlijk”, heeft Igor Beumer verklaard. Volgens zijn zeggen stond hij op twee meter van de plaats waar de bewuste klap aan aanvoerder Schouten werd uitgedeeld. Teamgenoot Van IJzendoorn, directe tegenstander van Van Gobbel in de wedstrijd: “Als fan van Feyenoord ken ik Van Gobbel.”

Het had de tuchtcommissie allemaal overtuigend in de oren geklonken. Daarom moest Van Gobbel gisteren voorkomen in Zeist. Aan het einde van de zitting zei hij zich een misdadiger te hebben gevoeld. Een horde fotografen en cameramensen nam hem voor de sessie minuten lang op de korrel. Hij wist niet waar hij kijken moest. Zijn vriendin naast hem wreef hem troostend over arm en rug.

De wedstrijd liep in de slotfase uit de hand, maar de nasleep ook. Daar toedoen van vooral Feyenoord. De landskampioen heeft verzuimd de naam van de dader te noemen. Daardoor kreeg de kwestie een beladen karakter en ging iedereen zich er mee bemoeien. Fräser (vier wedstrijden voor spugen) en nu Van Gobbel werden door de KNVB zelfs geschorst voor andere overtredingen dan de bewuste kaakslag. Voorzitter Van den Herik van Feyenoord, niet aanwezig in Zeist, heeft als verweer steeds gesteld dat hij geen speler openlijk wil beschuldigen die “onbewust” mogelijk de fatale klap heeft gegeven. Daarmee doelde hij, blijkt nu, op de getuigenis van Esajas.

Mr. Wooldrik, voorzitter van de tuchtcommissie, maakte aan het einde van de bijeenkomst nog een opmerking over het gedrag van Feyenoord. Hij en zijn collega's hadden zich over dat gedrag verbaasd, zei hij. Met name “het gescharrel met het bandje” - hij doelde op de verdwenen videobeelden van het incident - noemde Wooldrik “een raar verhaal” en “het zwakke punt”. Mr. Mentink, raadsman van Van Gobbel en Feyenoord, reageerde door te verklaren dat het bestuur van de landskampioen er alles aan heeft gedaan de zaak te reconstrueren.

Bovendien had hij, vertelde Mentink, op 10 augustus Esajas “als de speler die het meest in aanmerking kwam” meegenomen naar een verhoor door twee rechercheurs van de Helderse politie in Nieuwerkerk aan den IJssel. “Maar hij werd weggestuurd. Ze wilden Van Gobbel en niemand anders. Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt”, aldus Mentink. In het stadion werd Van Gobbel toen alsnog van het trainingsveld geplukt en in een taxi gezet. Mentink pleitte voor vrijspraak van Van Gobbel, óók wat betreft de trappende beweging die de speler heeft gemaakt, omdat de Feyenoorder al genoeg zou zijn gestraft doordat hij ruim twee maanden als de dader is nagewezen. De tuchtcommissie verklaarde vanochtend daar rekening mee te hebben gehouden bij het bepalen van de strafmaat.

Van Gobbel zegt het Feyenoord niet kwalijk te nemen dat er niet meteen één naam van een speler naar buiten is gebracht. “We zijn een team en dan bescherm je elkaar.” Persoonlijk voelde hij zich echter niet lekker. “Overal hoorde en las ik Van Gobbel, Van Gobbel, Van Gobbel. Ik ben op een gegeven moment naar Wim Jansen (technisch directeur, red.) gestapt en heb hem gezegd dat ik het rot vond om steeds als de dader te worden genoemd.” Van Gobbel meent dat de spelers van Den Helder, gezien hun belastende verklaringen, het op hem hadden gemunt. “Misschien omdat ik zo groot ben. Of misschien vinden ze me niet aardig.”

Hij is opgelucht dat het wat hem betreft voorbij is. “Ik was de laatste weken heel gespannen. Misselijk werd ik ervan.” De uitspraak komt net op tijd voor Van Gobbel. Hij moet zich morgenmiddag melden bij het Nederlands elftal voor de interland tegen Engeland. “Gelukkig kan ik me daar nu helemaal op concentreren.” De verdediger moet straks wel drie competitiewedstrijden aan de kant blijven. “Een voetballer mag niet zo trappen”, beseft Van Gobbel waarom hij is geschorst, maar hij zegt uit zelfverdediging te hebben gehandeld. Hij voelde zich bedreigd toen “drie à vier spelers” op hem afkwamen. “Ik was bang. Onbewust trapte ik naar voren.” Een karatetrap noemden alle ondervraagden het. “Ik kan niet eens karate”, was de reactie van Van Gobbel. Grensrechter Brandjes, ongeveer 1.70 meter lang, wees gisteravond aan tot hoe hoog het been had gereikt, tot zijn voorhoofd. “Dat is knap voor een voetballer, vind ik.” Alle betrokkenen waren het er over eens dat van geluk mag worden gesproken dat niemand door het opgeheven been van Van Gobbel is geraakt.

Brandjes was de enige bij de wedstrijd betrokken getuige die zelf in Zeist aanwezig was. De andere verklaringen werden voorgelezen door mr. Wooldrik. In het vooronderzoek waren in totaal vijftien mensen gehoord. Brandjes had de kaakslag niet zien uitdelen, maar kon wel zeggen dat Van Gobbel het niet was geweest. Dat verklaarde ook A. Mol, journalist van Radio Noord-Holland. Hij had de dag na de ontmoeting de inmiddels gewiste videobeelden van het incident gezien. Op de slaapkamer van amateurfilmer Ackermann in Alkmaar werden ze toen wel “acht à negen keer” afgedraaid, ook in slow-motion. Volgens Mol, als getuige opgeroepen door Mentink, was Van Gobbel niet de dader, maar wie het wel was geweest had hij ook op de band niet kunnen waarnemen.

    • Hans Klippus