Trieste mannen van staal tussen nog brandende ovens

Impact: De Hoogovens, Ned. 3, 23.20-0.08u.

Een eigen school, luxe touringbussen die de werknemers van en naar de fabriek brachten, een eigen harmonie en de commissie bedrijfsontspanning die ieder jaar de kerstboom optuigde. Een baan bij staalgigant Hoogovens was niet alleen een baan voor het leven. De werknemers werden er tevens verzorgd van de wieg tot het graf.

Aan alle vertrouwde zorg en zekerheid maakte de directie van Hoogovens vorig jaar onverwachts een einde. Het staalconcern schrapte 2.300 banen en de directie sloot gedwongen ontslag niet uit. De gemeenschappen in IJmuiden, Velsen, Heemskerk en Beverwijk reageerden geschokt. Nog nooit moest Hoogovens zo'n ingrijpende reorganisatie doorvoeren.

Toni Boumans maakte voor Vara's Impact een portret van het staalbedrijf dat nog immer in grote moeilijkheden verkeert. Dat is op zich een prestatie, want als het om de reorganistie en de gevolgen voor de werknemers gaat, is Hoogovens doorgaans zo gesloten als een oester. Zo mochten daags na de aankondiging journalisten niet het terrein op om met het personeel te praten. Maar zoals ieder net zijn mazen heeft, hebben de hekken rondom Hoogovens grote gaten - letterlijk.

Voor Impact stelde Hoogovens de fabriek en het bedrijfsarchief open, hetgeen mooie beelden oplevert van de oude en nieuwe Hoogovens. In de documentaire wordt verhaald van de start van het bedrijf op 20 september 1918, de opening van de vierde hoogoven in 1958 en de grote staking van 1973.

De woede van het personeel heeft in 1992 plaats gemaakt voor berusting. De kordate werkneemster Judith Rümpke probeert in een vergadering van de Industriebond FNV nog één keer de strijdbijl op te graven, maar stuit op tegenstand van onder meer de eigen vakbond. Onderhandelaar Jan Schalkx spreekt van “realiteit ... met in je achterhoofd een zo goed mogelijke regeling voor degenen die moeten vertrekken.”

Twee aspecten komen minder uit de verf. De in beeld gebrachte ondernemingsraad vergadert over “ocees”. Maar wat deze onderdeelcommissies doen, blijft volstrekt onduidelijk. Jammer is dat Boumans ook het leed van de werknemers voor een deel laat liggen. Ze komen wel aan het woord (“Het kostte me zweet, bloed en tranen als ik tussen twee brandende ovens stond te poken in de kachel”), maar de trieste mannen van staal blijven aan de oppervlakte. Slechts aan het eind van de documentaire zien we in de verte tranen glinsteren.

    • Yaël Vinckx