Strenge winter en helden moeten marathon redden

Het aantal sponsors loopt terug, de belangstelling van de televisie neemt af en er komt minder publiek. Marathonschaatsen zit in een dal. Is er nog een toekomst voor deze sporttak?

ROTTERDAM, 7 OKT. De sponsor Akai gaat zeker nog een jaar door. Het Rotterdamse bedrijf is tevreden over “de publicitaire opbrengst” van zijn ploeg. “Onze naam staat geregeld in kranten en tijdschriften”, legt pr-man Cees de Borst van de onderneming uit. Over de reclame op de televisie is hij niet tevreden. “De tijd dat van elke marathon tien minuten lang flitsen op het scherm waren te zien is voorbij. De tv is alleen nog geinteresseerd in wedstrijden op natuurijs, zoals het NK begin dit jaar op de Plansee, waar onze rijder Bert Verduin eerste werd.”

De Borst kan de strategie van Hilversum wel begrijpen. “Die honderd rondjes op de baan zijn leuk, maar heel onoverzichtelijk. De meeste schaatsers zijn er trouwens ook niet gek op. Ze beschouwen dat werk meer als training. Net als wij snakken ze naar ijs op de wenkbrauwen, naar weer een Elfstedentocht.”

Geldschieters als Wehkamp, VGZ, Aegon, Siebrand en Konica haakten al af of kondigden hun afscheid aan. Ze doen dat ten dele uit onvrede over het tv-beleid. Het naderende einde van de sterke "stal' Wehkamp heeft daar echter niets mee te maken. “Dat verhaal is echt een fabeltje”, zegt Harrie Oosterhuis, manager sales promotion and advertising van het concern. “De frequentie van de tv-uitzendingen is inderdaad verminderd. De aandacht voor de rondjes op kunstijs is afgenomen, maar er kwamen meer en langere uitzendingen van wedstrijden op de buitenlandse meren. Dat leverde ons royale publiciteit op. Ons bedrijf stopt omdat het na acht, negen jaar een andere weg gaat bewandelen bij het besteden van de reclamegelden.”

Dat het enthousiasme bij Studio Sport voor de marathons niet groot is, is vooral een uitvloeisel van de kijkcijfers. Die leren bijvoorbeeld dat het NK marathon van '92 een kijkdichtheid had van 4,3%, dat het NK marathon op natuurijs van datzelfde jaar 4,7% haalde en dat de alternatieve Elfstedentocht van die winter slechts 6% "scoorde'. “Die getallen zijn bepaald niet hoog”, verduidelijkt een medewerker van de Dienst kijk- en luisteronderzoek van de NOS. “terwijl schaatsen op tv juist heel populair is. Het percentage op de slotdag van het EK allround in Heerenveen bedroeg achttien a negentien. En bij de 1500 meter van de Olympische Winterspelen in Albertville liep het zelfs op naar vijfentwintig a dertig.”

Dat de NOS de marathons vaker links laat liggen is ook een gevolg van het sportieve verloop van de wedstrijden. Met name als het om (honderd) ronden gaat. Er is dan steevast sprake van geslepen ploegenspel, dat de race pleegt te verlammen. Coach Gerard Ebbinge van Akai geeft dat toe: “Is er een kopgroep met daarin minstens een vertegenwoordiger van alle uit vier of vijf man bestaande grote formaties, dan wordt er in het peloton niet meer geschaatst. Maar de critici veroordelen de gang van zaken naar mijn idee toch iets te gemakkelijk. Er wordt niet geluierd, zoals ze suggereren, de mannen gaan er hard tegenaan. Raakt de grote groep op toeren, dan is ze net een niet te stoppen stoomtrein.”

De bekende rijder Van Wijhe beaamt dat. "Dolle Dries', de keizer van het kerkdorp die als 47-jarige bij de veteranen schaatst: “Vorig seizoen waren er echt vreselijk mooie wedstrijden met tal van rondjes van 39 seconden. Het ging zo hard dat Robert Vunderink, een topper toch op de olympische tien kilometer, absoluut niet weg kon komen. Jaren geleden, toen het allemaal begon, deden we een uur en drie minuten over honderd ronden, tegenwoordig gaat dat in 55 a 56 minuten. Alles blijft daardoor dikwijls samen, er is geen gevecht meer.” Maar ook Van Wijhe geef het toe: het rijden in ploegverband heeft het marathonschaatsen grote schade toegebracht. “Het is vooral heel verkeerd”, legt hij uit, “dat een formatie zo veel sterke troeven in handen heeft. Klerks heeft Kleine, Kramer, Stam, De Vries en Van Kempen in dienst. Drie tempomachines en twee sprinters. Wie kan daar nog tegenop?”

Van Wijhe signaleert dat er in deze sport twee groepen rijders zijn. “De eerste”, verduidelijkt hij, “wordt gevormd door ouderen als ik. Die beschouwen deze wedstrijden als oefeningen voor de kampioenschappen op natuurijs en de Elfstedentocht. Ze trainen drie, vier uur per week, doen alles min of meer op hun boerefluitjes. Het zijn amateurs _ ik heb ooit nog de verre reis naar Alkmaar of Eindhoven gemaakt, waar de eerste prijs veertig gulden was. De tweede, grotere club bestaat uit halve professionals, die de massagetafel in de kleedkamer hebben staan. Winnen, alleen winnen willen ze, om hun sponsor te plezieren. En uiteraard om er een beter contract door te krijgen.”

De op de marathon gespecialiseerde toppers ontvangen van hun "werkgever' een beloning van ongeveer dertig mille per seizoen, vertelt Hans Brandt, de voorzitter van de sectie marathon van de schaatsbond. Hij weigert over “kommer en kwel” te spreken als hij de ontwikkelingen in deze discipline beziet. “Er haken geldschieters af”, weet hij, “dat is heel simpel het gevolg van de recessie. Maar er is is toch nog een aantal over.”

Hij is hij ervan overtuigd dat vooral het weer het laatste jaar een nadelige invloed uitoefende. “De marathon heeft een strenge winter nodig”, oordeelt hij. “het publiek loopt pas warm voor dit onderdeel als het de kampioenen nu en dan ziet ploeteren in barre kou op natuurijs. Afgelopen winter gebeurde maar twee dagen.”

Brandt zegt er zeker van te zijn dat de afgenomen aandacht van de televisie voor de rondjes op het kunstijs ten koste gaat van de populariteit van de marathon. “De schaatsbond heeft een contract met de NOS, maar dat is naar mijn gevoel niet de meest goede overeenkomst. De NOS mag alle schaatsevenementen uitzenden, maar hoeft dat niet. Het zou veel beter zijn wanneer Hilversum zoals bij het voetbal _ ik denk dan aan de eerste divisie _ wordt verplicht de marathon geregeld in beeld te brengen.”

Maar meer televisie is in de ogen van Brandt niet alleen de oplossing voor de malaise. “De rijders moeten veel vaker op het scherpst van de snede strijden. Ze rekenen momenteel te veel. En ze zijn ook te kleurloos, ze hebben na afloop geen verhaal. Wat dat betreft was het vroeger toch stukken beter: Jos Niesten en Dries van Wijhe, die hadden wat te melden. Die zorgden dat er drama en heroiek was. De marathon zit op nieuwe helden te wachten.”