Spellinggrondslagen

Bij het artikel van Harry Cohen over de spelling van het Engels (W&O 23 sept.) worden in een kadertje de vier grondslagen van de Nederlandse spelling korrekt geformuleerd:

1. Het fonologisch beginsel; 2. Het gelijkvormigheidsbeginsel; 3. Het analogie-beginsel; 4. Het etymologisch beginsel.De laatste zin van het kadertje, te weten "In Nederland speelt de spellingstrijd zich tegenwoordig vrijwel uitsluitend af in het spanningsveld tussen de beginselen 1 en 4', is echter niet korrekt, wat moge blijken uit het volgende:

De in 1963 opgerichte Vereniging voor Wetenschappelijke Spelling heeft zich van het begin af aan vooral ingezet voor fonologizering van de werkwoordspelling door de t-klank uitsluitend met de enkele letter t te spellen en de d-klank met de enkele d. Door b.v. in plaats van wordt wort te spellen worden tegelijkertijd het gelijkvormigheidsbeginsel én het analogiebeginsel buiten spel gezet en dat geldt voor alle in t veranderde dt's. Door b.v. haaste in plaats van haastte te spellen elimineer je het analogie-beginsel en dat geldt ook voor aanvaarde in plaats van aanvaardde. Door gebeurt in plaats van gebeurd te schrijven zet men de gelijkvormigheid overboord enz. enz.

Als we verder nog bedenken dat in de overgrote meerderheid van zinnen een of meer werkwoordsvormen voorkomen, meen ik hiermee te hebben aangetoond dat Cohens slotzin beter had kunnen luiden:

In Nederland speelt de spellingstrijd zich tegenwoordig af in het spanningsveld tussen de fonologische grondslag enerzijds en de drie overige grondslagen anderzijds.