Paalkransen

Of de Bronstijd-mens nu al of niet over een zekere wetenschappelijke kennis beschikte (W&O, 30 sept.), wanneer men uit veel overgebleven paalsporen naar de geschikte zoekt, en zich om circulariteit niet bekommert, dan kan men er inderdaad mee bewijzen wat men wil. Zoiets wordt veel gedaan, is soms ook leuk, maar wat het met wetenschap te maken heeft zou men mogen uitleggen.

Wat de twee door u afgebeelde cirkels nu betreft, het kost ook geen enkele moeite om, met weglating van een paar niet-gewenste en veronderstelling van een enkel gemist paalgat (en niet vier) ze te interpreteren als paalkransen behorende bij (niet geziene of niet afgebeelde) graven uit de Bronstijd. De toen gebruikelijke plaatsing van tegenoverliggende palen op één lijn met een vast punt op de grafrand (vgl Palaeohistoria 31 (1989) 191-234) laat zich dan gemakkelijk vaststellen.

Anders dan de Zwolse onderzoekers, echter, hecht ik aan zo'n interpretatie in dit geval geen waarde. Ik weet hoe ik er aan gekomen ben.

    • Prof.Dr. J. Gerritsen