Opportunisten in Islamabad slaken zucht van verlichting

ISLAMABAD, 7 OKT. De traditionele opportunistische politici van Pakistan die doorgaans uitsluitend hun eigen belangen en die van hun eigen stam dienen, konden vanmorgen een zucht van verlichting slaken. Geen van de partijen bleek bij de parlementsverkiezingen van gisteren een absolute meerderheid te hebben gekregen.

Daardoor zullen er breekbare coalities moeten worden gesmeed en zal er weer een klimaat ontstaan, waarin de opportunisten voortreffelijk gedijen. Of Benazir Bhutto of Nawaz Sharif nu de nieuwe premier wordt, bij iedere stemming zal de toekomstige regeringschef worden geconfronteerd met de buitensporige eisen van deze lieden, die er altijd meesters in zijn geweest om hun stem zo duur mogelijk te verkopen voor geld of andere gunsten.

Op een besluitvaardige regering hoeven de overige Pakistanen de komende tijd dan vermoedelijk ook niet te rekenen. Integendeel, hun land lijkt een nieuwe periode van politieke instabiliteit tegemoet te gaan. Het daadkrachtige bewind van het zakenkabinet van premier Moeen Qureshi, dat op veel sympathie kon rekenen bij de bevolking, lijkt niet meer dan een intermezzo te zijn geweest.

Er was nog meer goed nieuws voor het oude type politici, dat in bijna alle partijen nog ruim is vertegenwoordigd. De Pakistaanse kiezers keren zich namelijk massaal van de politiek af, zodat de koehandelaars in alle rust hun gang kunnen gaan. Was de opkomst bij de verkiezingen van 1990 nog 45 procent, deze keer werd zelfs dat bescheiden percentage niet gehaald.

In Pakistans grootste stad, Karachi, nam voor zover bekend slechts 12 procent van de kiezers de moeite om hun stem uit te brengen. Dit was overigens ook te wijten aan een oproep tot een boycot van de in Karachi nog steeds invloedrijke MQM, de partij van de Mohajirs (oorspronkelijk uit India afkomstige moslims). De leider van deze partij, de in Londen verblijvende Altaf Hussain, was namelijk op verdenking van wreedheden tegen tegenstanders uitgesloten van de verkiezingen en achtte daarom deelname aan de verkiezingen niet langer gewenst.

Het treurige voor de Pakistanen is dat de terugkeer van de democratie na de hardhandige, lange militaire heerschappij van generaal Zia Ul Haq (tussen 1977 en 1988) hen bijzonder weinig goeds heeft gebracht. Nog steeds zijn er in Pakistan 60 miljoen analfabeten, waarmee het tot de minst geletterde landen ter wereld behoort. De misdaad die onder Zia's heerschappij gering was, is nu overal te vinden. Bendes maken sommige delen van het land volstrekt onbegaanbaar. De Pakistaanse schatkist is door het gedrag van politici die nooit rekenschap hoefden af te leggen voor hun daden zo goed als leeg.

Uitgerekend de militairen, die na het bewind van Zia aanzienlijk subtieler zijn gaan opereren, vormen nu de laatste hoop van veel Pakistanen op een integer en competent bestuur. Waren het immers niet de generaals die in juli de regering van Qureshi naar voren schoven? Het zal de militairen inderdaad niet zijn ontgaan dat de bevolking veel waardering had voor het beleid van Qureshi en het is dan ook niet ondenkbaar dat ze de nieuwe regering onder sterke druk zullen zetten om het beleid van Qureshi voort te zetten. Democratisch gezien verdient zo'n handelwijze de schoonheidsprijs niet, maar volgens velen is het de enige manier om Pakistan op het rechte pad te helpen.

De beste kansen voor het premierschap heeft Benazir Bhutto, maar er is weinig reden om aan te nemen dat zij dit maal succesvoller zal zijn dan tijdens haar eerste termijn tussen 1988 en 1990, die in een bittere teleurstelling eindigde. Een kliek om haar heen, niet in de laatste plaats haar echtgenoot Azif Zardari, ging zich te buiten aan corruptie op grote schaal. Schamper werd toen al opgemerkt dat Benazir gedurende haar premierschap weinig meer had gebaard dan een baby.

Dit keer tekenen zich nog nieuwe problemen af voor de nu veertigjarige Benazir en die komen nota bene uit de kring van haar eigen familie. Haar jongere broer Murtaza, die al jaren in ballingschap in Syrië leeft, wil namelijk terugkeren naar Pakistan en daar in de voetsporen treden van zijn roemruchte vader Zulfikar Ali Bhutto, de vroegere premier die in 1979 door Zia Ul Haq ter dood werd gebracht.

Murtaza kan overigens niet zo maar terugkomen, want er bestaat nog steeds een arrestatiebevel tegen hem, omdat hij als jongeman op kleine schaal een gewapende strijd voerde tegen het bewind van generaal Zia. Daarbij vielen ook enkele doden en werden ontvoeringen gepleegd.

In het conservatieve Pakistan hoort een politieke partij eigenlijk onder leiding van een man te staan, vindt men. Door toevallige omstandigheden belandde in de jaren tachtig Benazir aan de top van de Pakistaanse Volkspartij (PPP). Maar ook al was ze intussen premier geworden, velen in de zeer conservatieve provincie Sind waar de Bhutto's vandaan komen, bleven een vrouwelijke partijleider toch ongepast vinden. Dat gold zelfs voor NusratBhutto, de nog altijd invloedrijke moeder van Benazir en Murtaza. Die heeft zich al openlijk uitgesproken voor een partijleiderschap van haar zoon. Ze stelde volgelingen van Murtaza, die gisteren in sommige districten ook verkiesbaar was, haar oude woning in de plaats Larkana ter beschikking. Benazir, die uiteraard niets ziet in de ambities van Murtaza, zag zich daardoor op vernederende wijze genoopt om een ander onderkomen te zoeken buiten haar geboorteplaats.

Hoewel Benazir tot nu toe de schade van deze affaire heeft weten te beperken, kan de kwestie haar gezag als eventuele nieuwe premier ondermijnen, vooral als haar moeder zich sterk blijft maken voor de opvolging door Murtaza.

Als Benazirs aartsrivaal Nawaz Sharif van de Pakistaanse moslimliga inderdaad het premierschap zou mislopen, zou dat uiteraard reden tot grote teleurstelling voor hem zijn. Hij heeft echter ook reden tot tevredenheid. Als eerste is hij er in geslaagd zijn partij, de Pakistaanse Moslimliga, om te vormen tot een heuse volkspartij die een eigen achterban heeft. Voorheen was de Liga meestal een samengeraapt groepje dat als voornaamste gemeenschappelijke doel had om, meestal met hulp van strijdkrachten, de PPP van een overwinning af te houden.

Sharif, zelf een rijk zakenman, wist vooral de middenklasse aan zich te binden. Overigens wordt Nawaz Sharif net als Benazir beschouwd als iemand die tijdens zijn premierschap zeer ruim uit openbare middelen heeft geput om vrienden en familieleden gunsten te verlenen. Zo was hij bijzonder gul met het weggeven van stukken land op staatskosten.

De islamitische fundamentalisten in Pakistan, die onder generaal Zia nogal aan de weg timmerden, deden bij deze verkiezingen voor het eerst zelfstandig en niet onder de vleugels van Liga mee. Maar de Pakistaanse kiezers bleken niet gediend van hun orthodoxe boodschap. In het hele land wist het fundamentalistische front slechts een hand vol zetels te winnen.

    • Floris van Straaten