Onze eigen Ross Perot

Onze nationale Ross Perot heet Harry Mens, makelaar te Lisse en, zoals hij zelf zegt, aangeland in de filosofische periode van zijn leven. Harry Mens wil de politiek in, om van Nederland weer een land van ondernemers te maken. Zijn partij is de VVD, hoewel het grootste deel van die partij dat liever niet weet. Harry Mens is een probleem voor de VVD. Hij symboliseert de verkeerde kant van het kapitalisme: te veel geld, te grote mond, te opvallende auto, te vaak op de verkeerde feesten. Kortom: nouveau riche. Aan de andere kant ontwikkelt hij zich als representant van het publieke ongenoegen. Met zijn "boerenwijsheden' over hoe Nederland er weer bovenop kan komen trekt hij volle zalen. Niet alleen in studentensteden, ook elders. De ondernemersvereniging Zwijndrecht waarvoor hij afgelopen maandag optrad, had een uitverkocht huis. Harry Mens werd er niet uitgelachen, hij werd na afloop gecomplimenteerd met zijn duidelijke verhaal.

Harry Mens is een interessant fenomeen. Niet om wat hij beweert, wel om de manier waarop hij in het bastion van de gevestigde politiek probeert door te dringen. Mens voert campagne voor zichzelf en doet dat met veel geld. Onlangs sloot hij een contract met het onderzoeksbureau Interview om bij het reguliere verkiezingsonderzoek ook het "Mens-effect' te meten. Vanaf volgende maand zullen de VVD-kiezers op zijn verzoek en met zijn geld worden uitgesplitst in Mens-stemmers en Bolkestein-stemmers. Want al zal het hoofdbestuur van de VVD hem aanstaande maandag niet op de kandidatenlijst zetten, Harry Mens gaat voorlopig door met campagne voeren.

Zo ontwikkelt Harry Mens zich als de model-volksvertegenwoordiger nieuwe stijl. Een man die op eigen kracht en met een eigen achterban in de Tweede Kamer probeert te komen. Eigenlijk handelt hij geheel in de geest van VVD-fractievoorzitter Bolkestein, die enkele maanden geleden de vraag opwierp of politieke partijen met de door hun opgestelde kandidatenlijsten waarin reeds een rangschiking is gemaakt niet meer als sta-in-de-weg fungeren voor de relatie kiezer-gekozene. Zijn idee was dan ook om het door middel van voorkeurstemmen volledig aan de kiezers over te laten welke kandidaten de toekomstige Tweede Kamerfractie van een partij vormen. Een suggestie die in iets minder geprononceerde vorm is terug te vinden in het ontwerp-verkiezingsprogramma van de VVD.

Het zal Harry Mens overigens niet helpen. Wie niet op een kandidatenlijst staat, kan niet worden gekozen. Mens mag dan nog zo'n groot electoraat achter zich hebben, allesbepalend is in eerste instantie toch het intieme "selectoraat' van de VVD dat de lijst vaststelt. Als Harry Mens de slag in de partij verliest, resteert hem nog maar één mogelijkheid: zich buiten de VVD om kandidaat stellen voor de Tweede Kamer. Niemand die hem kan verbieden zich als buitenlid van de VVD te profileren, zolang hij dat doet onder bij voorbeeld de Lijst Mens. Om de financiën hoeft hij het niet te laten. De 26.000 gulden die het een nieuwe partij kost om in alle kiesdistricten uit te mogen komen, kunnen voor Mens onmogelijk een probleem zijn. Campagnekosten heeft hij nauwelijks want Mens genereert met zijn optredens in talkshows, interviews in huis-aan-huis bladen, en regelmatige aanwezigheid in de society-pers maximale free publicity.

Ook hier zijn de overeenkomsten met Ross Perot frappant en is het al te gemakkelijk om Harry Mens als een moderne Hadjememaar af te doen. Het feit dat Mens nu al zoveel aandacht krijgt moet het partij-establishment te denken geven. Natuurlijk ging de interesse van de media in eerste instantie vooral uit naar het verschijnsel Mens, de Pavarotti-liefhebber die politicus wil worden. Maar intussen kon hij ook zijn boodschap kwijt: de politici hebben er een rotzooi van gemaakt en het wordt hoog tijd dat een ondernemer die weet wat aanpakken is de zaak in Den Haag uitmest.

Zoals Ross Perot plotseling een factor van betekenis werd in de Amerikaanse verkiezingscampagne voor met name de Republikeinen, zo kan Mens - als hij doorzet - dat wel eens worden voor de rechtse kiezersmarkt. Het electoraat dat wel gaat stemmen maar voor het overige weinig gecharmeerd is van "de politiek'. Ofwel, de mensen die zich kunnen vinden in de harde taal van het VVD-verkiezingprogramma maar uiterst argwanend staan tegenover de uitvoerders die immers deel uitmaken van het door hen zo verafschuwde politieke complex.

De VVD is door Harry Mens voor een duivels dilemma geplaatst. Hem op de kandidatenlijst zetten zou de partij een storm van kritiek opleveren, maar hem er buiten houden is weer een bevestiging van de ondoordringbare partijcultuur die slechts ruimte biedt aan vergadertijgers met een lange staat van dienst. Het is een extreme uiting van een probleem waar alle partijen mee worstelen. Het individuele kamerlid moet meer herkenbaar worden, maar al te veel eigen profiel kan een bedreiging vormen voor de centraal geleide partij-organisaties.

Dat Kamerleden meer op eigen kracht het parlement moeten zien binnen te komen en minder op de jaspanden van de lijsttrekker, is een vrij breed gedragen opvatting onder de gevestigde politieke partijen. Binnen de commissie Deetman die zich bezighoudt met staatsrechtelijke vernieuwing is in dit verband de mogelijkheid van het Duitse kiesstelsel geopperd. Een tamelijk ingewikkeld systeem (onderzoek heeft aangetoond dat op het hoogtepunt van de verkiezingscampagne de helft van de Duitse kiezers niet weet hoe het precies werkt) waarbij één stem op een landelijke lijst wordt uitgebracht en één stem op een districtskandidaat. Het positieve effect van dit systeem is dat de helft van de Duitse bevolking weet wie het districtskamerlid is, het nadeel is dat partijen hun greep op de lijst kwijt zijn.

Het kandidaatstellingsproces in de grote partijen verloopt sinds kort juist precies andersom - met uitzondering van D66. De recrutering vindt veelal op centraal niveau plaats, kwaliteitzetels voor de regio zijn bijna overal afgeschaft. Het ligt dan ook niet voor de hand dat de partijen hun net bevochten centrale procedures weer door een regionaal georiënteerd kiesstelsel zullen laten ontkrachten. Integendeel, de recente gang van zaken bij de PvdA in Rotterdam toont aan dat de landelijke partij zich tegenwoordig zelfs intensief met de kandidaatstelling voor lokale verkiezingen bemoeit. Van de kiezer wordt maximaal vertrouwen in het selectiemechanisme van de qua ledenaanhang steeds kleiner wordende partijen gevraagd. Via de "top-down' benadering krijgt deze vervolgens de als herkenbaar aangemerkte kandidaten voorgeschoteld. Het karakter van de partij als besloten club blijft op deze manier gegarandeerd. Maar was die beslotenheid nu niet juist het probleem?