Nobelprijs voor auteur Toni Morrison

STOCKHOLM, 7 OKT. De Amerikaanse schrijfster Toni Morrison is de winnares van de Nobelprijs voor de literatuur van dit jaar. Dat heeft de Zweedse Academie van Wetenschappen vanmiddag bekendgemaakt. De prijs bedraagt een som van 6,7 miljoen Zweedse kronen, ongeveer 1,5 miljoen gulden.

De 62-jarige Morrison, geboren als Chloe Anthony Wofford, is een populair, veelgelezen prozaschrijfster, die zes romans op haar naam heeft staan, voor het grootste deel geworteld in de Amerikaanse zwarte cultuur.

Vier van de zes romans van Toni Morrison zijn in het Nederlands vertaald en uitgegeven. De in 1983 bij Bert Bakker onder de titel Zwarte lokvogel verschenen vertaling van Tar Baby is niet meer leverbaar. Wel te krijgen zijn nog De hemelvaart van Salomon (oorspronkelijk Song of Solomon; Bert Bakker) en de bij Amber verschenen titels Beminde (Beloved) en Jazz.

Met deze verrassende lauwering wordt een hoogst dynamische ontwikkeling in de Amerikaanse literatuur van de afgelopen twintig jaar geëerd. Wellicht geldt dus niet langer dat de Nobelprijs doorgaans wordt gegeven aan uitmuntende maar enigszins veronachtzaamde auteurs die internationale erkenning behoeven. Toni Morrison heeft alles. Ze is zwart, ze is een vrouw, ze is beroemd. In haar hebben we een Nobelprijswinnares die gelezen wordt en meer gelezen zal gaan worden.

In januari 1988 protesteerden enkele tientallen bekende zwarte intellectuelen in een open brief in The New York Times Book Review tegen het feit dat Toni Morrison nog nooit was genomineerd voor een van de prestigieuze Amerikaanse literaire prijzen. Ze betoogden dat het voor zwarte schrijvers nog altijd moeilijk is om te worden geaccepteerd door het Amerikaanse intellectuele leven. Vier maanden later leverde Morrisons boek Beloved haar de Pulitzer-prijs en een internationaal lezerspubliek op.

Pag.9: Morrison gaf krachtige impuls aan 'zwarte roman'

Toni Morrison is een zeer gezaghebbend schrijfster. Haar produktie is gering in omvang, maar kwalitatief van groot gewicht. Haar zes romans horen tot de grote historische bijdragen aan de Afrikaans-Amerikaanse literatuur. Haar werk heeft ”de zwarte roman' een krachtige nieuwe impuls gegeven. Ze heeft op overtuigende wijze uiting gegeven aan de dubbele onderdrukking die ze als zwarte en als vrouw in Amerika moet ondergaan.

Jarenlang is door de blanke kritiek alleen het amusementsaspect in haar boeken opgemerkt. Pas onlangs heeft ze erkenning gekregen als kunstenares. Nu is ze volgens menigeen de meest vooraanstaande hedendaagse romanschrijfster in de Verenigde Staten. Andere landgenoten van Morrison zeggen dat niemand anders zozeer de allure van een nationaal schrijver heeft.

Toni Morrisons weg naar de roem is een lange geweest. Ze werd geboren in 1931 in Lorain, Ohio, als Cloe Anthony Wofford. In de crisisjaren werkte haar vader als autowasser. Hij wantrouwde alle blanken van de wereld, en dus groeide Toni Morrison feitelijk op in een racistisch milieu.

Als schrijfster wil Morrison het zwarte verleden doen herleven waarover haar moeder nooit wilde praten toen ze klein was: slavernij, armoede, vernedering enzovoort. In haar werk zijn de hoofdpersonen altijd sterke vrouwenfiguren, terwijl mannen zwervers zijn, altijd op weg naar elders.

Na haar eindexamen in 1949 schreef Toni Wofford zich in aan de ”zwarte' Howard-universiteit te Washington, waar ze afstudeerde in de Engelse taal- en letterkunde. Hier ontmoette en trouwde ze ook Harold Morrison. Een paar jaar doceerde ze Engels aan Howard, maar in 1964 hield ze op met les geven en vertrok, inmiddels gescheiden, met haar twee kinderen naar New York. Daar werkte ze eerst als redacteur van onderwijsboeken, later als literair redacteur bij Random House.

In de avonduren schreef ze haar eerste verhaal. Omdat ze voor haar werkgever verborgen wilde houden dat ze elders een boek ging publiceren, stond ze geen foto af voor het omslag en hield ze haar identiteit geheim. Zo begon ze een nieuw leven onder het pseudoniem Toni Morrison.

Haar eerste roman The Bluest Eye (1970) heeft al het patroon dat ook haar latere, complexere fictie kenmerkt: het speelt in een zwarte gemeenschap in een stadje in de Mid-West, en alle personages zijn zwarten. Een lelijk meisje raakt er al fantaserend van overtuigd dat ze gelukkig zou worden als ze maar blauwe ogen had, zoals Shirley Temple. In plaats daarvan wordt ze verkracht en zwanger gemaakt door haar vader en ten slotte tot krankzinnigheid gedreven. Enerzijds behandelt de roman het universele thema onschuld en verlies van onschuld, anderzijds is het een aanklacht tegen de fysieke en emotionele armoede van het zwarte bestaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Morrisons proza is zo trefzeker en ademt zo'n geladen sfeer van verwondering dat deze nachtmerrie-achtige roman haast tot poëzie wordt.

Haar tweede roman Sula (1973) behandelt een 40-jarige vriendschap tussen twee zwarte vrouwen in een kleinsteedse omgeving. Sula is een complexe, moreel opstandige persoonlijkheid, autonoom, amoreel, een mannenverslindster zonder mededogen. Ze lapt de mores van de samenleving aan haar laars, en wordt dus door haar verketterd. Intussen raakt Nel, die trouwt en kinderen baart, er op den duur van overtuigd dat ze iets mist in haar conventionele leven. Ten slotte worden Sula en Nel tot twee conflicterende, onverenigbare delen van één persoonlijkheid. Het indrukwekkendst aan deze roman is de beknopte, trefzekere schrijfstijl en de levensechte dialoog.

Pas na de publicatie van Song of Solomon (1977), waarmee ze zich als onbetwistbaar groot schrijfster deed kennen, begon Morrison zichzelf als schrijfster te beschouwen. Het succes van de roman, zowel bij de kritiek als commercieel, maakte het haar mogelijk minder redactioneel werk te gaan doen en zich serieus op het schrijven te richten.

In dit magisch-realistisch verhaal - geïnspireerd op Gabriel Garcá Márquez' roman Honderd jaar eenzaamheid - behandelt Morrison het leven van een zwarte familie met de vreemde achternaam Dead. De pater familias wordt geobsedeerd door de gedachte aan een hogere materiële welstand, terwijl zijn zuster een rebelse paria is, die wordt geassocieerd met het innerlijke, niet-rationele leven. De zoon is erfgenaam van een complexe familievete die tevens een innerlijk conflict in de zwarte identiteit vertegenwoordigt. Hij vertrekt op een mythische reis op zoek naar zijn oorsprong in het Zuiden van de V.S. De sinds lang begraven menselijkheid van het familieverleden, die hij daar terugvindt, bevrijdt hem en veroorlooft hem de terugkeer in het leven.

Met Tar Baby (1981) begeeft Morrison zich in een nieuwe richting. Terwijl ook deze roman sterk leunt op het mythische, is de locatie verplaatst naar het Caraïbisch gebied, en een aantal personages is blank. Het boek is een heftig liefdesverhaal. Toni Morrison schrijft vol vuur en met een scherp oog over de culturele botsingen tussen zwart en blank, man en vrouw, oude mythen en het moderne leven. Ze legt echter minder nadruk op het verhalende element dan in haar eerdere romans, en de personages worden steeds meer getekend door hun eigen woorden en daden.

Zoals veel van haar eerdere romans is ook Beloved (1988) doortrokken van het mythische; rituelen en geesten spelen een belangrijke rol. Het boek is gesitueerd in Ohio omstreeks 1873 en rondom het thema slavernij. De personages zijn in meerderheid bevrijde slaven, van wie de meesten op wonderbaarlijke wijze zijn gevlucht voor - en daarmee soms opnieuw zijn beland in - onuitsprekelijke gruwelen. De hoofdpersoon is een vrouw die haar dochter vermoordt liever dan toe te staan dat ze opnieuw tot slaaf wordt gemaakt.

Toni Morrisons zesde roman Jazz (1992) is een neo-gothische vertelling die speelt in de jaren twintig in de Newyorkse wijk Harlem. Het boek opent met wat op het eerste gezicht een romantische stijloefening lijkt: een man wordt verliefd op een jong meisje, wordt jaloers en schiet haar dood. Op de begrafenis verminkt zijn vrouw het gezicht van het dode meisje. Weer thuis haalt ze de vogeltjes uit hun kooitjes en laat ze vliegen.

De passage is een ware uitstalling van Toni Morrisons kenmerken als auteur: de passie die liefde verwart met geweld, de surrealistische, nadrukkelijke mengeling van verrassende details en algemene thematiek, de vage associaties met vrijheid die worden opgeroepen door de gekooide vogels - en daarnaast Morrisons originele, geheel eigen prozastijl.

Maar het opvallendste is dat de 200 pagina's die volgen een uitwerking zijn van dit tweetal melodramatische gebeurtenissen. Het verhaal wordt ingebed in telkens nieuwe lagen van beschouwing en bespiegeling. Al vanaf de inleidende maten doet Jazz zich kennen als een roman die elke vorm van conventionele ”spanning' bewust achterwege laat. Zoals de titel al aangeeft, richt het boek zich in belangrijke mate op vormaspecten. Jazz: het zoeken naar een bijzonder, voorheen ongekend geluid. Al zoekend naar een taal die precies op maat is gesneden voor één speciale gevoelservaring komt Morrison uit bij een taal die een eigen intrinsieke schoonheid heeft, een taal die uniek-exclusief is en tegelijk universeel beschikbaar.

Ook als intellectueel behoort Toni Morrison tot de meest verfijnde en oorspronkelijke schrijvers in de V.S. Telkens opnieuw boort ze controversiële onderwerpen aan. In haar opmerkelijke bundel lezingen Playing in the Dark (1992) betoogt ze op sublieme wijze dat de Amerikaanse literatuur ten dele is bepaald door de aanwezigheid en de invloed van zwarten, in de tekst maar wellicht ook in haar diepste wezen.

Toni Morrisons romans verkennen de meedogenloze achterkant van de Amerikaanse beschaving. Ze plaatst de veronachtzaamde historische realiteit van de zwarte bevolking in het middelpunt. De rijkdom die haar fantasie put uit het verzwegen, onderdrukte verleden, draagt ze op haar lezers over met een ongewone poëtische en stilistische kracht.