Nepal: leerlingen

Manindra en Looja, 19 jaar, delen een kamer: vijf bij twee meter, twee bedden, twee tafeltjes, twee stoelen, twee stalen kasten. Ze zijn veel luxer gehuisvest dan de jongerejaars. Daar staan in kleine slaapzalen de dubbele bedden zó dicht op elkaar dat een volwassen lijf er nauwelijks tussen past. Dit is de binnenkant van de Engelse kostschool in Nepal.

Manindra en Looja, brildragers allebei, zijn uiterst beleefd, reageren snel, drukken zich volwassener uit dan een Nederlandse student van 25 en aarzelen niet ferme uitspraken te doen. Aardige jongens. Hun doel is duidelijk: een studiebeurs in Amerika. Op tafel liggen uitsluitend studieboeken. Behalve dan de bundel van 800 Engelstalige songs, tekst en accoorden. Die wordt gebruikt. 's Avonds als de elektriciteit de gebruikelijke twee uur is afgesloten, klinkt koorzang over het schoolterrein.

Manindra laat zijn cassettes zien: van Beatles via Dire Straits tot Guns n' Roses. Om zijn pols draagt hij het koordje dat alle hindoes tijdens het Gaj Raita, het koeienfestival, door de priester krijgen omgeknoopt. “Alleen omdat mijn moeder het wil. Ik ben niet religieus.” Looja, boeddhist, hecht nog wel aan de bronnen van zijn geloof, maar schimpt op de afgoderij. Het door ouders gearrangeerde huwelijk is een gepasseerd station, het zal hun niet overkomen.

Nee, het vertrek van de Engelse headmaster is een slechte zaak voor de school. Nepalezen zijn lui en corrupt. Weer krijg ik een negatief oordeel over eigen volk.

Later vervolgen we ons gesprek over zeden en gewoonten in gezelschap van een stel meisjes. Looja en Manindra zitten dicht tegen elkaar, onwennig. De ruimte waar we ons nu bevinden, de gemeenschapsruimte van het meisjeshuis, een betonnen hok vol echo, is voor hen onbekend terrein.

Over de sexen. Nee, er zijn geen gemengde feesten. Er is geen "dating'. “Fysiek contact is niet toegestaan”, zegt Looja. De hilariteit die volgt, is vol spijt. Over kasten. Op school worden geen achternamen gebruikt. Het levert de leerling een bescherming tegen zijn afkomst, zoals vroeger in Europa hun schooluniform de armoe van de ouders onzichtbaar maakte.

Dan neemt het gesprek een onverwachte wending. De oude instituties van hun cultuur wijst deze moderne intelligente jeugd af, uitgezonderd de "extended family'. Ze vinden het maar vreemd dat gehuwde kinderen niet bij de ouders blijven wonen. Onder de hoffelijkheid voel ik verbazing en reserve. Ik vertel maar niet dat zelfs het gezin, onze laatste hoeksteen, verdwijnt, dat steeds meer westerlingen alleen leven.

Hoe kan ik alle indrukken van deze kinderen, maar ook die van het straatbeeld, van gesprekken met volwassenen, van het land, aan elkaar knopen? Nepal is prachtig. De Nepalezen zijn prima. Maar daartussen gaat het mis. De moderne Nepalese maatschappij is als een vieze korst over de oude cultuur. Vuil, slechte wegen, armoe, ziekte, werkeloosheid, corruptie, politieke misstanden. Een schenking van honderd vuilniswagens helpt net zo min als weer een consultant die komt uitleggen dat de waterleiding te dun is. Budhanilkantha School? Looja, Manindra en hun vrienden krijgen in het westen een zware opleiding, maar keren niet terug omdat er thuis in Nepal geen betaald werk voor ze is.

De achterstand zit in de omgangsvormen. De mensen houden teveel van gezelschap, van hun familie, hebben te weinig haast, zijn te religieus en te weinig materialistisch, bidden om gezondheid in plaats van hun water te koken.

Laat ik even een ontwikkelingsplan bedenken. De Nepalezen moeten worden opgevoed tot westers gedrag, gedrag gebaseerd op eigenbelang, werk als lustbeleving en respect voor de baas. We moeten de missie er op afsturen, moderne missie. Wie preekt tegenwoordig de moraal? Juist: komieken. We schenken Nepal een miljoen onverkoopbare Philips-ontvangers en vragen Koot en Bie een Nepalese versie van Keek op de Week.

    • Rob Knoppert