MAMMOETEN IN DRENTE

Tentoonstelling "Mens en mammoet'. Drents museum. Assen. Tot en met 9 januari 1994.

"Mens en Mammoet", deel 5 van de serie Archeologische monografieën van het Drents Museum.

Ondanks de dinomania was voor Nederland het afgelopen jaar de mammoet het dier dat in de belangstelling stond. In Emmeloord staat een compleet skelet uit Rusland te kijk, in het Haagse Museon valt een skelet uit Groot-Brittanië te bewonderen en ook de diergaarde Blijdorp heeft een uitgebreide mammoettentoonstelling.

In Assen kon men niet achterblijven, want in Drente werd vorig jaar een "mammoetgraf' ontdekt, opgegraven en nader onderzocht. Het resultaat is thema voor de tentoonstelling "Mens en Mammoet" in het Drents museum.

In het voorjaar van 1991 stootte de Gasunie bij grondwerkzaamheden voor een gasleiding nabij Orvelte op botresten van een mammoet. Het werk werd twee weken stilgelegd. Onderzoekers van het Biologisch-Archeologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen lieten naast de werkput bijna vierhonderd kubieke meter grond verplaatsen. In een gevecht tegen opkomend grondwater en geplaagd door voortdurende regenval zochten ze verder op 4,5 m diepte. Dit werd het eerste uitgebreide onderzoek op Nederlandse bodem naar de omstandigheden waaronder mammoeten leefden en stierven.

Reconstructie

Meestal is zo'n reconstructie niet eenvoudig, want skeletresten in de bodem hebben vaak, voordat ze gevonden worden, over grote afstanden gereisd. Soms liggen de botten in de verkeerde grondlagen omdat een rivier het gebeente opwoelt uit een oude laag en daarna de resten opnieuw met slib overdekt. In Orvelte was dit niet het geval. Uit C14-datering bleek dat zowel de bodemlaag als de botten van dezelfde leeftijd waren: tussen de 42.000 en 48.000 jaar voor Christus (de nauwkeurigheid van de bepaling ligt bij de 6%).

Honderden kilo's grond werden gezeefd en monsters daaruit onder de microscoop bekeken op zoek naar stuifmeel van planten en bomen. Drie emmers grond rondom de kaak van een mammoet werden extra goed onderzocht op de aanwezigheid van planteresten, haren en schubben. Er werkten minstens negen onderzoekers, verbonden aan zes verschillende instituten aan deze opgraving. De resultaten zijn nu rijp voor publicatie en een tentoonstelling.

101 botresten

Voor de leek is het uitgegraven materiaal minder spectaculair dan de eerste kranteberichten suggereerden. Het gaat helaas niet om een compleet skelet maar om 101 botresten van eén individu. Daarnaast is er een stuk slagtand van een andere mammoet, twee kiezen van weer een ander dier en dan nog een stukje opperarmbeen van een klein mammoetje, nummer vier dus. Verder vond men een stukje rib van een wolharige neushoorn. Zeer tot de verbeelding spreken vraatsporen op drie ribben. Deze zijn afkomstig van grote vleeseters, mogelijk hyena's en wolven, maar ook een grottenleeuw behoort tot de mogelijkheden.

Het onderzoek geeft echter veel meer details prijs over de planten en kleine dieren zoals insekten en mijten van 47.000 jaar geleden. Men vond vooral resten van waterplanten zoals verschillende soorten fonteinkruiden, waterranonkel en waterscheerling, planten die nog steeds in Nederland voorkomen. Toch leefden deze mammoeten gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien.

Interglacialen

De ijstijden werden afgewisseld door veel warmere interglacialen. Naast deze interglacialen bestaan er binnen de ijstijden weer zogenaamde interstadialen die iets minder koud zijn. Op grond van het stuifmeelonderzoek weten we dat vegetatie rondom de mammoetresten dateert uit het Moershoofd-interstadiaal, een periode waarin de gemiddelde temperatuur in juli tussen de 6 tot 9 ß8C lag (nu: 15,9 ß8C). De winters waren toen veel kouder dan tegenwoordig, met gemiddelden rond -20ß8C. Een aantal van de insekten en planten die men bij de mammoeten vond, zijn nu inheems in Skandinavië zoals de dwergberk.

Het landschap was zwak golvend. "Je vond er', zegt J.R. Beuker, conservator van het Drents museum, "geen heuvels zoals in Limburg of Denemarken, je moet eerder denken aan de omgeving van Cuxhaven.'

Er groeiden toen voornamelijk grassen, dwergberk en mogelijk wat dennetjes. Dit alles blijkt uit aanvullende boringen, waarbij de contouren van een langgerekt meertje verschenen. "De mammoeten lagen in een versmalling van dit meertje", zegt Beuker. Men vond in de buurt de resten van vissoorten als tiendoornige stekelbaars, pos, kwabaal en winde; vissen die ook nog voorkomen in Noordwest Europa.

Goed zwemmen

Over de doodsoorzaak is geen bevredigende verklaring. Mammoeten verdrinken niet zo snel als ze door een moerasje aan de kant van een langzaam verlandend meertje zakken. Net als olifanten konden ze waarschijnlijk heel goed zwemmen. Het is verleidelijk om hier de hand van de jagende mens te zien. Dat waren dan Neandertalers. Niets wijst daar echter op; er zijn geen stenen gereedschappen gevonden en ook geen sporen van snijden en slachten.

De tentoonstelling legt echter wel het verband met de mens. "We zijn immers een cultuurhistorisch museum", benadrukt Beuker. De geruchtmakende vondsten van Tjerk Vermaning dateren ook uit laatste ijstijd, maar over deze kwestie wil Beuker niet veel kwijt.

    • Henrik de Nie