Luciano en de dinosaurus

Luciano Benetton heeft in Italië een fabriek gebouwd met de highste tech die er is.

Vanaf deze maand produceert hij daar achttien miljoen jasjes en broeken per jaar, zonder dat er een mens aan te pas komt. De kleding wordt er door robots met laserstralen gesneden en volautomatisch in elkaar gezet. Die robots zijn verbonden met het wereldwijd vertakte informatienetwerk dat reikt tot in de lichtpen van de kassa's van de kleinste Benetton winkels. Zodoende wordt elke trend, iedere beweging van de markt met de snelheid van het electron vertaald naar aanpassing in de produktie. De intelligente software in het systeem probeert van kleine rimpeltjes in de markt te voorspellen of het grote golven gaan worden. Binnen seconden. Benetton wil de grote onverkoopbare, want verkeerd ingeschatte hoeveelheden minimaliseren. Dat doet hij door zijn klanten over de hele wereld rechtstreeks te verbinden met zijn fabriek. De consument staat aan de knoppen. En is daarmee producent geworden. De directe menselijke inbreng in de fabriek is gereduceerd tot robot- en softwareonderhoud en aan- en afvoer van goederen. Hier dient zich een paradox aan. De paradox van de vrijheid door orde. De strenge standaardisering van de informatiestromen in de achtertuin zorgt voor een extreme flexibiliteit in de verkoop in de voortuin. Standaardisering moet je minimaliseren, maar wat je standaardiseert, moet je strak houden. Dan biedt de robot de mogelijkheid om massa's mensen in de toekomst zelfs tailor made produkten te leveren: de mass-customized produktie.

Hoe werken de meeste bedrijven? Zij bestaan uit mensen die elkaar briefjes sturen. We nemen een proces: Vertegenwoordiger rijdt rond in auto en praat met klanten. Maakt later (soms veel later) een besprekingsverslag (soms zelfs nog met de pen). Dit verslag wordt gecorrigeerd, afgedrukt en gekopiëerd en verspreid naar iedereen die ook maar iets met het project te maken zou kunnen hebben. Daar zitten overal secretaresses klaar om de kopietjes te laten lezen en weer op te bergen. Iedere geadresseerde tikt (of schrijft!) zijn eigen interpretatie van de gegevens voor zijn specialisme. De inkoper vertaalt bijvoorbeeld marktcijfers naar grondstoffen. Er wordt ondertussen druk vergaderd, hetgeen weer de nodige kopietjes oplevert. De verhalen worden overal geprint, er lopen mensen naar faxapparaten, die van het papier weer bitjes maken en verderop wordt er weer papier van gemaakt. Dat wordt weer gekopiëerd en opgeborgen. Het estafettestokje versplintert en gaat van brievenbus naar brievenbus. Enfin, om een nog langer verhaal kort te houden, na vele, vele dagen en weken is de informatie van het front vertaald naar de produktielijn. De fabriek kan gaan werken.

Dit alles slaat Luciano over. Hij ziet in dat deze inflexibele, trage dinosaurus gedoemd is te sterven. Hij weet dat uiteindelijk alle logische processen door computers en robots kunnen worden overgenomen. Dat je daardoor de menselijke creativiteit en inventiviteit op de juiste plaatsen kunt maximaliseren. De werkgelegenheid verschuift van de fabriek naar 'het front' - de ontmoetingen met zijn klanten. Winkels, shows, beurzen, drukwerk, reclame, service, enzovoort. Dat is arbeid met een hogere vorm van zingeving, met meer lol. Met zijn fabriek hoeft hij niet naar lage-lonenlanden in Azië. Hij zoekt landen waar de high tech gegarandeerd is. Hé, zijn dat inmiddels niet dezelfde landen in Azië?

    • Goos Geursen