Leidse fles en donderkerk; Haags genootschap Diligentia bestaat 200 jaar

Expositie: 200 jaar Diligentia. Natuurkundige instrumenten, boeken en documenten. Museon, Stadhouderslaan 41, Den Haag. T/m 14 nov.

Tweehonderd jaar Diligentia. 1793-1993. Door Rob Claassen en Peter Wisse. Jubileumuitgave t.g.v. het 200-jarig bestaan van de Koninklijke Maatschappij voor Natuurkunde onder de zinspreuk Diligentia. Den Haag, Diligentia, 1993. 104 blz. Gedurende de expositie verkrijgbaar in de winkel van Museon, prijs ƒ 35,00.

De achttiende eeuw staat in de onze nationale wetenschapsgeschiedenis te boek als de eeuw van de genootschappen. De academische natuurwetenschap was in vergelijking met die in de Gouden Eeuw nogal duf en ingezakt, maar in schril contrast daarmee stond een overweldigende belangstelling voor "proefondervindelijke wijsbegeerte' onder de burgerij. Die richtte aan het eind van de eeuw in diverse steden genootschappen op met als doel het zich vermeien in physique amusante. Men kwam bijeen op zich te vergapen aan natuur- en scheikundige demonstratieproefjes en om te luisteren naar populariserende voordrachten. De amateur-hobbyclubs vormden de tegenhanger van de eerder in de eeuw opgerichte "geleerde' genootschappen als De Hollandsche Maatschappij (1752), het Zeeuwsch (1765) en het Bataafsch Genootschap (1769).

De "Koninklijke Maatschappij voor Natuurkunde onder de zinspreuk Diligentia' in Den Haag ontstond dit jaar 200 jaar geleden en floreert nog altijd. Proefjes worden er niet meer gedaan, maar nog altijd komen de Haagse leden luisteren naar de jaarlijkse lezingenserie door vooraanstaande Nederlandse onderzoekers, uitgegeven in de reeks Natuurkundige Voordrachten. Waar de Amsterdamse evenknie Felix Meritis zes jaar geleden vooral jubileerde als gebouw, kan Diligentia zijn 200-jarig bestaan vieren als een springlevend genootschap.

De geschiedenis wordt belicht door een jubileumuitgave en door een kleine tentoonstelling. Het boekje schetst wederwaardigheden van de eerbiedwaardige Maatschappij in haar cultuur- en wetenschapshistorische contekst, vanaf de oprichting (als Haags "Gezelschap der Proefondervindelijke Natuurkunde') tot nu. Het beschrijft onder meer het ingewikkelde systeem van strenge wetten en boetebepalingen (1 ducaat voor niet-vervullen van toegezegde spreekbeurt, 5stuiver voor te laat komen op een vergadering, enz.) dat in de beginjaren van kracht was. En het geeft een indruk van de inhoud van de natuurkundige voordrachten gedurende twee eeuwen. Onder de sprekers vindt men namen als Hugo de Vries, Hendrik Antoon Lorentz, Paul Ehrenfest, Jan Hendrik Oort en de Tinbergens.

Het slothoofdstuk over het "Physisch Kabinet' is tevens catalogus voor de bescheiden maar boeiende tentoonstelling in het Museon. Die toont in volle glorie de fraaie instrumentenverzameling van het genootschap, een deel van het boekenbezit en een selectie van belangrijke genootschapsdocumenten. Sommige geëxposeerde toestellen dateren nog uit de allereerste begintijd van het genootschap. Vertegenwoordigd zijn onder meer het valtoestel van Attwood, de klos van Ruhmkorff (met Foucault-interruptor!), het rad van Barlow en de pot van Papin (het prototype van de snelkookpan); en ook een Leidse fles, een Rijnlandse voet, een model van een overtoom en nog veel meer.

Aardig is het incomplete, maar realistisch beschilderde donderkerkje: geen mini-Godshuisje voor donderpreken, maar een schaalmodel waarmee de werking van Benjamin Franklins bliksemafleider werd gedemonstreerd. De vlijt waarmee de afzonderlijke steentjes zijn ingetekend staat model voor de zinspreuk waarmee de Maatschappij de 200 wist te halen.

    • Felix Eijgenraam