Kippekraakbeen tegen chronisch reuma

Bij chronisch reuma richt het afweersysteem van het lichaam zich om nog onbekende redenen tegen een stof in het eigen gewrichtskraakbeen: het collageen II.

Het effect daarvan is, zoals iedereen wel weet, dat de patiënt pijnlijk ontstoken, gezwollen gewrichten krijgt. De enige medicijnen die bij deze vorm van reuma echt helpen zijn steroïde hormonen. Die onderdrukken de afweer, maar dat heeft ook een nadeel: allerlei infecties krijgen een grotere kans. Er zijn ook nog andere bijwerkingen, bij voorbeeld stijging van de bloeddruk en ontkalking van de botten. Er wordt daarom al jaren gezocht naar alternatieve behandelingsmethoden. Met één van die methoden, op het eerste gezicht een wat vreemde, is onlangs geëxperimenteerd op de Amerikaanse Harvard universiteit: een groepje reuma-patiënten kreeg dagelijks een dosis collageen II uit kippekraakbeen te drinken.

De behandeling met kippecollageen berust op de hypothese dat de gevoeligheid voor een bepaalde stof kan worden verminderd door diezelfde stof via de mond toe te dienen. De methode is niet nieuw: vanaf het begin van deze eeuw wordt die al toegepast om de overgevoeligheid voor insectenbeten te onderdrukken. Door eiwitten uit het speeksel van het insect via het voedsel toe te dienen blijkt het lichaam daar op den duur tolerant voor te wordenen er niet meer op te reageren. Zo'n "orale tolerantie' lijkt nuttig omdat daarmee voorkomen wordt dat het lichaam telkens reageert op vreemde eiwitten die met het voedsel in het lichaam binnenkomen. Het is overigens onduidelijk hoe deze gewenning precies ontstaat.

Eerder dit jaar publiceerden dezelfde Harvard-onderzoekers al over het effect van "orale tolerantie' bij multiple sclerose. Aan patiënten werden capsules met myeline toegediend, het eiwit waar de afweer bij multiple sclerose vermoedelijk tegen gericht is. Deze kuur bleek wel wat verbetering op te leveren, maar de resultaten waren niet echt indrukwekkend. Bij de reuma-patiënten lag dat anders: het kippecollageen had een welhaast dramatisch effect. Bij de 28 behandelde patiënten bleek de zwelling en de pijn in de gewrichten met zo'n 30% af te nemen. Bij 4 patiënten leek de aandoening zelfs geheel overgegaan. Bij een even grote controlegroep, die een placebo kreeg, ging de situatie in dezelfde tijd wél achteruit.

Toch lijkt een zekere scepsis op zijn plaats. Auto-immuunziekten zijn namelijk berucht om het wisselende karakter. De verbetering kan dus ook schijnbaar zijn. Critici maken verder bezwaar tegen het ontbreken van een zogenaamde "wash out'-periode. De behandeling met kippecollageen werd meteen begonnen nadat men gestopt was met tevoren gebruikte medicijnen. Het waargenomen effect kan dus ook het gevolg zijn van de nawerking van die middelen. Of kippecollageen echt werkt kan men dan ook pas zeker weten na een langdurige behandeling van een groot aantal patiënten, die ruim tevoren gestopt zijn met de gewone medicatie. De resultaten van dit grote experiment worden pas in 1995 verwacht.

Tot het zover is raden de onderzoekers reuma-patiënten af zelf te gaan experimenteren met collageen, want het luistert vermoedelijk heel nauw wat de juiste dosering is en welk soort collageen gebruikt wordt.

    • Bart Meijer van Putten