Kamer akkoord met verdrag voor Suriname

DEN HAAG, 7 OKT. De Tweede Kamer zal deze week in beginsel instemmen met het Nederlands-Surinaamse Raamverdrag. In het Kamerdebat daarover vandaag bleek dat de steun voor het verdrag unaniem is.

De VVD had als enige de ratificatie willen uitstellen in het licht van de smeergeld-affaire in Suriname. De opgeschorte hulprelatie wordt overigens niet hersteld, zoals al eerder was besloten.

De meeste Kamerleden beoordeelden de ontwikkelingen in Suriname vanmorgen in het debat als zeer somber, door de smeergeld-affaire, de corruptie in het algemeen, de onwil van de huidige regering om harde economische maatregelen door te voeren en de weigering tot nu toe om daarbij het Internationale Moneteaire Fonds te betrekken. Hun conclusie was echter dat dit eerder aanleiding is tot het aantrekken van de banden dan om meer afstand te nemen.

“Nederland mag en kan Suriname niet loslaten en Suriname kan Nederland niet loslaten”, zei de CDA'er De Hoop Scheffer. De PvdA'er Melkert voegde eraan toe: “Het verdrag verplicht zowel Nederland als Suriname datgene wat beide volkeren bindt te plaatsen boven de verschillen die zich soms wel elke dag kunnen manifesteren.” Ook Tommel van D66 achtte het verdrag een “belangrijk signaal van de bijzondere band” tussen de beide volkeren.

Hoe je het ook wendt of keert, aldus de GPV'er Schutte: “Materieel gaat Suriname met dit verdrag een nieuwe afhankelijkheidsrelatie met Nederland aan.” De VVD'er Weisglas ging wat de intensivering betreft zelfs zo ver dat hij de regering de vraag voorlegde hoe zij zou reageren “indien zou blijken dat in Suriname de wens zou bestaan om weer op veel nauwere schaal in het Koninkrijk samen te werken.” Aan het begin van de middag had de regering op die vraag nog geen antwoord gegeven.

De VVD'er ontleende zijn veronderstelling dat Surinaamse groeperingen naar een nauwere band toe willen aan het "Manifest voor de redding van Suriname' van vijftien Surinaamse intellectuelen. In dat manifest staat de conclusie: “Op een zeker deel van de elite na, heeft Suriname met de onafhankelijkheid van 1975 veel meer verloren dan gewonnen.”

Een deel van het debat tussen de fracties ging over de vraag of Nederland moet vasthouden aan de eis dat een "derde' toeziet op de uitvoering van het economisch herstructureringsprogramma. De EG wil niet en Suriname wil het IMF niet. De PvdA'er Melkert wekte de indruk niet onder alle omstandigheden aan die eis te willen vasthouden; CDA, D66 en VVD lieten weten dat wèl te doen.