In Memoriam

"Geheugen Spreek': onder die titel organiseert de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam een lezingencyclus over vormen van herinnering. Deze week startte de cyclus met een avond over "het vermogen om te vergeten'...

De tweede lezing in de serie "Geheugen Spreek', vanavond in De Balie, Amsterdam, gaat over Retorica en geheugenkunst. Volgende lezingen - o.m. over het geheugen van steen (de stad), van de geschiedenis, en over het landschap, het theater of de verschrikkingen van het geheugen, vinden plaats op 8, 12, 13, 19, 21, 26, 28 okt en 2, 4, 9 en 21 nov. SLAA, Inl 020-6232904.

Mijn moeder vangt een woord op van het gesprek en reageert met: “Die ken ik niet, mijnheer Alzheimer. Waar woonde hij dan?” Wij zeggen dat hij niet van het dorp is, zelfs in het buitenland woont. Maar het tegendeel is waar. Hij woont zo dichtbij dat zij hem niet kan zien. In haar hoofd heeft hij zich gevestigd. Aanvankelijk nam hij bescheiden genoegen met een heel klein kamertje waarvan hij de deur stevig op slot deed, zonder mijn moeder een sleutel te geven. Soms dachten wij dat ze zich realiseerde dat die sleutel zoek was, dan maakte ze de indruk naar iets te zoeken dat gevonden moest worden. Maar wat was het ook alweer?

Er waren onzekerheden en zekerheden. Wie was ook alweer die jongeman naast haar. Ze vroeg het en hij beweerde haar zoon te zijn, uw kind, de jongste en die daar, wees hij, is mijn broer, uw oudste zoon. De moeder lachte hartelijk. Zulke dingen kon je de kat wijs maken; niet haar. Zij wist heus van broers, die had ze zelf. Ze wist ook van kinderen, die waren klein, daar hield ze juist zoveel van. Baby's in kinderwagens bijvoorbeeld en dribbelaars op hun eerste schoentjes. Ze sloeg de grote kerel naast zich op zijn been, keek nog eens goed, mompelde grapjas.

Wij zijn groot geworden in het pre-videotijdperk dus is er een lange periode geweest waarin de moeder ons geheugen was. Wij waren voor een heel groot deel van haar herinneringen afhankelijk, zij alleen wist te vertellen dat de een als baby de fles heel parmantig met twee handjes vasthield, de volgende met elf maanden al liep, een derde als kleuter ooit zoek raakte en slapend werd gevonden in een hondemand van een kermiswoonwagen, een ander hapje na hapje spinazie tussen lippen en tandeloze kaken opspaarde om die dan in een forse straal te retourneren. Schaterde om het effect. Dan komt mijnheer Alzheimer ongevraagd inwonen en blijkt het geheugen datgene te zijn waarmee je vergeet. Wat er aan nieuwe ervaringen binnenkomt wordt niet eens gezeefd, gewoon direct doorgespoeld. Dat haar ene zoon nooit meer op bezoek komt omdat hij is gestorven hoort ze steeds als voor de eerste keer, veroorzaakt de authentieke schrikreactie, heus verdriet, tranen. Die dingen melden we niet meer. Daar staat tegenover dat leuke dingen, voor een tweede verrassing zorgen.

We gaan schoenen kopen. Haar maat weet ze niet, "dat is zolang geleden'. Dan stapt ze rond, beslist te groot, of te deftig, of "piboe'. Tussen neus en lippen tovert ze een nieuw woord. Nu nog even de betekenis. Om te weten te komen of de connotatie gunstig of ongunstig is, lokken we herhaling uit en letten dit keer op haar gezicht. De mimiek verraadt dat het niet in orde is. Tot ze het perfecte paar aan de voeten blijkt te hebben waarop ze parmantig wipt van teen naar hak en terug. “Ik voel ze niet.” De rode doos moet mee, "daar slapen ze in'. De volgende dag komen er glanzende schoenen uit haar eigen kast, die ze "hoe bestaat het', nog precies passen ook.

Gisteren, eergisteren, is vandaag. Vandaag is nu, geen seconde eerder of later. Morgen bestaat niet. Gisteren was ze thuis, bij haar moeder, de zusjes waren er ook. Het werk was gedaan, er lag schoon zand op de planken vloer, een mand met doppinda's op tafel, iemand speelde op een mondharmonica. Ze zongen ballades. Liederen put ze uit een reservoir dat haar paradijs vormt, waaruit wij hoopten dat ze niet verdreven zou kunnen worden. Een enkele keer heeft ze een aangever nodig. Je biedt "Alles in de wind, alles in de wind, 't is maar een schipperskind', zij blijkt er een couplet bij te kennen dat nog nooit eerder is gehoord. Dan kruipt de adder vanonder het gras tevoorschijn. Mijnheer Alzheimer heeft bezit genomen van het hele huis. Was haar geheugen een wormstekige appel, nu is er niets meer van over. De blik keert zich naar binnen. Kijkt naar waar niets meer te zien is. Buiten zag ze al niets meer dat bekend voorkwam. De toekomst is op. Ze mag gaan. Ze ging. De kinderen hebben nu twee levens in beheer, moeders verleden is hun herinnering.

    • Marijke Hilhorst