Hoe Suzuki-san uit de hemel afdaalde

De Japanse regering van premier Hosokawa heeft de strijd aangebonden met de machtige bureaucratie. Sommige bureaucraten zien dit met lede ogen aan en verdedigen hun positie, anderen, zoals Yoshio Suzuki, juichen de omwenteling toe.

TOKIO, 7 OKT. Yoshio Suzuki is een paar jaar geleden uit de hemel afgedaald. Net als zovelen in de top van de Japanse bureaucratie, kreeg hij na jaren van hard werken, sober leven en weinig verdienen de mooie baan die wordt beloofd door het bedrijfsleven, vooral beloofd door het bedrijf dat zij eerst onder hun hoede hadden. Als vice-gouverneur van de centrale bank, zijn laatste functie, streek hij neer bij Nomura, het grootste effectenhuis ter wereld, en werd hij president van het onderzoeksinstituut. Een lucratieve baan, zegt hij vergenoegd, in de anti-chambre van zijn instituut. Ook een rustige baan, na de vermoeiende mars omhoog.

Na zijn amakudari (afdaling uit de hemel) heeft hij nu tijd om boeken te schrijven en nevenfuncties te vervullen. Belangrijke nevenfuncties, want hij is lid van twee zware commissies, die nog dit jaar premier Hosokawa advies moeten geven over diens hervormingsplannen. Daarmee zit dr Suzuki als een spin in het web van de macht. Hij beaamt het zonder aarzeling.

De ene commissie is belast met de belastinghervorming, de andere met de economische hervorming en staat onder leiding van de voorzitter van de Keidanren, de invloedrijke ondernemerslobby in Japan. Suzuki rekent zich tot de Japanners die opgelucht zijn dat de LDP de macht kwijt is. Hij zegt uit eigen ervaring te spreken. Als lid van de al langer bestaande belastingcommissie maakte hij mee hoe voorstellen werden saboteerd. Dat gebeurde door de eigen belastingcommissie van de LDP met medewerking van het ministerie van financiën, zegt hij terugblikkend. “Wij werden genegeerd.”

Onder het coalitiekabinet van premier Hosokawa zijn de verhoudingen anders komen te liggen. Toen de LDP nog aan de macht was, speelde de belastingcommissie van deze partij onder één hoedje met ambtenaren van financiën. Daarbij fungeerde de LDP als doorgeefluik voor verlangens uit het bedrijfsleven en voorzag het ministerie de LDP van informatie. Op die manier wisten de bureaucraten van financiën meestal wel hun zin door te drijven en de wetgeving naar hun hand te zetten.

Aan deze zogeheten ijzeren driehoek tussen bureaucraten, politici en bedrijven is volgens Suzuki een abrupt einde gekomen. “Voorheen konden de ambtenaren alles verwerpen wat onze commissie voorstelde”, zegt hij. Ze regelden het immers wel met de LDP onderling. Nu kunnen ze nog tot op zekere hoogte weerstand bieden, vooral natuurlijk door hun overmacht aan expertise. Maar het verschil met vroeger is dat zijn commissie nu de toon kan zetten, de richting kan aangeven en de bureaucraten in deze richting kan duwen. “Ze zijn het initiatief kwijt”, constateert hij, “daar voelen ze zich ongemakkelijk bij.”

Dat de bureaucraten vrezen voor hun macht, is dat niet een te rooskleurige voorstelling van zaken? Behalve de wel tienduizend geschreven regels waarmee de bureaucratie haar invloed doet gelden, staat haar een discretionaire bevoegdheid ter beschikking die haar macht grenzeloos maakt: de ongeschreven regels, die willekeur, discriminatie en machtsmisbruik uitlokken.

Suzuki haalt nu zijn andere commissie erbij, die voor de economische hervorming, die kortgeleden is ingesteld door premier Hosokawa. “Wij zullen straks voorstellen dat alle regels een wettelijke grondslag moeten hebben”, zegt hij, “zodat een eind komt aan de onzichtbare, orale bureaucratisch leiding.” Wie zich tekort gedaan weet, kan naar de rechter stappen. Dat dit een omwenteling betekent in de bureaucratische cultuur van Japan, beseft Suzuki. Vastberaden: “Wij gaan die cultuur veranderen”.

Volgens hem wil het Japanse bedrijfsleven af van de bureaucratische regelzucht, die de armslag beperkt en die hij een erfenis noemt uit de tijd dat Japan bezig was het Westen in te halen. Suzuki: “Toen wisten de bureaucraten precies wat er moest gebeuren, veel beter dan de bedrijven, nu is het andersom.”

Hij lijkt in het welslagen van de hervorming te geloven. Welke kant het op moest, was trouwens al lang heel helder volgens hem. Maar de LDP hield het tegen, de bureaucraten hielden het tegen en Japan heeft “gefaald”. Tot dat falen rekent hij de zeepbel-economie van buitensporige speculatie eind jaren '80, waarvan hij nu zegt dat hij er als vice-gouverneur van de Bank van Japan “ook verantwoordelijk” voor was. Het probleem van het handelsoverschot is weer terug en het overschot is groter dan ooit. Suzuki: “De LDP zei altijd dat het de schuld van de Verenigde Staten was, maar de LDP is nu de macht kwijt.”

Wat maakt hem zo vast overtuigd dat de hervormingen zullen slagen, al gaat het niet van vandaag op morgen en zal het jaren kosten? Hij noemt drie argumenten. In het kabinet van Hosokawa zitten de leiders van vrijwel alle coalitiepartijen en die willen hoe dan ook de LDP niet terug en zijn dus uit op instandhouding van het kabinet. De premier zelf heeft ooit de LDP-commissie geleid voor de deregulering en is daarbij flink gedwarsboomd, kent het klappen van de zweep en beheerst als geen ander het onderwerp. En ten slotte is het geluk met Hosokawa, want, weet Suzuki, volgend jaar is de economie hersteld. Hoe hij dat weet? Suzuki, stralend: “Belastingverlaging.” Zijn belastingcommissie zal het voorstellen.

    • Paul Friese