"Help de Zuidafrikaanse zwarte jeugd om te sporten'

RIJSWIJK, 7 OKT. Help Zuid-Afrika, help de zwarte jeugd, om te sporten. Vijf Zuidafrikaanse voetbaltrainers en drie Nederlandse sportleraren deden vanochtend een dringend en emotioneel beroep op minister d'Ancona van WVC. De minister had een uur vrij gemaakt om naar hun ervaringen te luisteren en te discussiëren over de beste vorm van hulp.

De vijf trainers zijn halverwege hun drie weken durende stage bij de KNVB. Zij krijgen theorielessen en bezoeken clubs en wedstrijden. De drie sportleraren hebben als studenten van het CIOS in Heerenveen een half jaar lang sportlessen gegeven aan lagere scholen in townships van Kaapstad. Eerst in het zwarte Khayelitsa, na de moord op Chris Hani moesten ze uitwijken naar Mitchell's Plain waar voornamelijk kleurlingen wonen.

De boodschap aan de minister van beide groepen was dezelfde: "Alle hulp die je kunt geven is welkom en wordt vreselijk enthousiast ontvangen'. De boycot is voor de meeste sporten pas recentelijk opgeheven, maar de eerste contacten en uitwisselingen maken duidelijk dat er vruchtbare samenwerking mogelijk is.

De 19-jarige Martine Veenstra werkte net als haar twee collega's op één lagere school waar gewoonlijk geen gymlessen worden gegeven. Met klassen van zestig leerlingen en als materiaal een enkele bal, was het veel improviseren: hardlopen, touwtrekken en allerlei tikspelletjes. “Het was zonde dat we weg moesten en er geen volgende groep kon komen omdat er te weinig geld is. Een half jaar werkt niet. Dat is te kort. Dan gaan de kinderen je niet vertrouwen en beschouwen ze je als verrader als je weer weg gaat”, vertelde Veenstra.

Chris Ndlovu, een van de voetbalcoaches die in Soweto traint, herkende de problemen van de leraren. Er is geen materiaal. In Soweto, met vier miljoen inwoners, liggen maar drie stadions met een behoorlijke grasmat. De kinderen die op straat voetballen komen met wonden aan hun armen en benen thuis. Ze spelen op blote voeten op zandveldjes die vol liggen met stenen en glasscherven.

Toch is Ndlovu uitermate optimistisch over de toekomst van het Zuidafrikaanse voetbal. “Het elftal zal de wereld zeer binnenkort verbazen”, weet hij. “Met een beetje coachen kunnen we de opgelopen achterstand snel weg werken. We spelen Afrikaans voetbal, zoals Kameroen en Nigeria.”

Hij leert in Nederland veel, maar zal lang niet alles gebruiken. “We willen niets copiëren, maar ons originele voetbal blijven spelen. We komen om te kijken, te analyseren en te gebruiken wat nuttig is.” Het Engelse voetbal vindt hij bijvoorbeeld veel te stereotiep en fysiek, het Nederlandse kan hij al meer waarderen. “Hier wordt meer geschoten en gerend. Wij dribbelen meer met de bal, zelfs tot aan het doelgebied, omdat onze spelers daar de talenten voor hebben.” Waarom Nederland zo goed is, ligt volgens hem dan ook vooral aan één ding. Overal liggen mooie, groene grasvelden.