Grote ontdekking van fossiele kwastvinnigen in Australië

Australische paleontologen hebben 300 kilometer ten westen van Sydney een zeer rijke vindplaats van fossiele vissen aangetroffen. Dat hebben medewerkers van het Australian Museum in Sydney vorige week bekend gemaakt. Onder de ruim 3000 fossielen zitten op zijn minst vier onbekende soorten.

Volgens hoofdonderzoeker Alex Ritchie is de vondst vooral van belang omdat hij de grootste dichtheid van kwastvinnigen weerspiegelt, ooit gevonden. De zoogdieren en andere viervoeters stammen vermoedelijk af van de kwastvinnigen.

De fossielen zijn tussen de 408 en 355 miljoen jaar oud. Ze lijken zo massaal te zijn geconcentreerd als gevolg van een calamiteit, zoals een extreme droogte. De vindplaats werd oorspronkelijk al in 1956 blootgelegd door wegwerkers, tussen de kleine plaatsjes Canowindra en Goloogong in New South Wales. Ook toen al liet het zich aanzien dat hij wel eens veel fraai materiaal zou kunnen bevatten. Met de exploitatie van deze wetenschappelijke goudmijn werd echter pas dit jaar een aanvang gemaakt.

Een grootscheepse opgraving van de vindplek in juli deze zomer leverde tussen de zeventig en tachtig ton gesteente op. Daarnaast wordt op dit moment een tweede vindplaats dicht in de buurt onderzocht. Deze bevat duizenden complete en perfect geconserveerde specimens van een tot dusverre onbekend geslacht van Fyllolepiden, een soort beenvissen. (Reuter).