"Elke grote stad voert een spreidingsbeleid'; Directeur huisvesting in Tilburg

TILBURG, 7 OKT. “Een wijk of een buurt heeft maar een beperkt vermogen om buitenlanders op te nemen. Als een wijk racistische tendensen vertoont, is het toch wenselijk, zelfs noodzakelijk, dat wij allochtonen een woning in die buurt weigeren en een ander huis aanbieden. Bij incidenten zoals in Tilburg van de afgelopen week is niemand gebaat.” J. Scholten heeft als directeur van de Vereniging Volkshuisvesting Tilburg per maand zo'n zestig à zeventig woningen te verdelen. Deze week verhinderden bewoners van de Veestraat in Tilburg met het neerkalken van racistische leuzen en het bedreigen van een schoonmaakploeg dat een Antilliaans gezin in een van de woningen van de corporatie trok. Scholten is een groot voorvechter van het plaatsings- en spreidingsbeleid, waarbij mensen "met dezelfde leefstijl' in kleine groepen bij elkaar worden gezet onder het motto "eerst emancipatie in eigen kring, daarna integratie in de Nederlandse samenleving'. Als die eenheden te groot worden en de tolerantiedrempel bij buurtbewoners is bereikt, volgens de woningcorporatie, plaatst zij allochtonen elders in de stad.

Als Scholten zijn beleid probeert te verdedigen, wordt hij door tegenstanders van het plaatsingsbeleid gewezen op de conflicterende juridische aspecten. Staatssecretaris Heerma (Volkshuisvesting) is een van die tegenstanders. Hij acht het plaatsingsbeleid in strijd met enkele internationale verdragen, de grondwet en het wetboek van strafrecht en daarom principieel ontoelaatbaar.

Scholten: “Heerma heeft gemakkelijk praten vanuit zijn ivoren toren. Maar wij worden geconfronteerd met een groot en complex maatschappelijk probleem dat om een goede, harde aanpak vraagt. Heerma sluit zijn ogen voor de dagelijkse praktijk in het land.”

Heerma wil hier niets van weten. Aan de Tweede Kamer schreef hij twee weken geleden: “Verhuurders bepalen op deze manier geheel subjectief en willekeurig de opbouw van een wijk (...) Plaatsingsbeleid komt er per saldo op neer dat gemeenten en verhuurders de woonwensen van minderheden niet willen respecteren en honoreren. Een dergelijk beleid blijf ik categorisch afwijzen.” Scholten stoort zich enorm aan het woordgebruik van de staatssecretaris. Vooral aan het woord "willekeurig': “Het tegendeel is waar. We maken uitgebreide studies van de wijk, de buurt en het buitenlandse gezin dat in aanmerking komt voor een woning. Bij die onderzoeken worden alle direct en indirect betrokkenen geraadpleegd: bewoners, hulpverleners, wijkopbouwwerkers en deskundigen. Die onderzoeken leggen we naast elkaar, waarna we de allochtonen een goed gefundeerd advies geven over waar zij het beste kunnen wonen. Het klinkt misschien paternalistisch, maar in feite bescherm je buitenlanders voor uitbarstingen van buurtbewoners.”

Bovendien voorkomt een plaatsingsbeleid verloedering in de wijk, aldus Scholten. “Bepaalde uitingen van de leefstijl van allochtonen worden door de autochtone Nederlanders als verpaupering bestempeld. Door de concentraties allochtonen in een wijk klein te houden en de integratie te bevorderen, proberen we die - voor Nederlanders - negatieve elementen te laten verdwijnen.”

Scholten probeert al jaren de gemeente met nota's en brieven aan te sporen om ook een standpunt in te nemen. Tot dusver zonder succes. “Ik heb de laatste dagen veel telefoontjes gekregen van directeuren van woningbouwcorporaties uit andere steden. Zij zijn het met mij eens, maar vinden het dom dat ik mijn nek uitsteek. Kijk, elke grote stad in Nederland voert een spreidingsbeleid. Maar niemand durft dat expliciet te melden omdat ze net zoals wij over het randje van de juridische toelaatbaarheid wandelen. Ze zeggen dan: "Waarom doe je dat nou, het gaat nu toch goed'. Toch meen ik dat de de discussie uit de impasse moet worden gehaald om een breder draagvlak voor het beleid onder de bevolking te creëren. Dat iemand weet waarom we een buitenlands gezin juist in het huis naast hem plaatsen. Die maatschappelijke acceptatie is van een essentieel belang om tot een goede uitvoering van het beleid te komen.”

Scholten kan in ieder geval rekenen op de steun van de burgemeester G. Brokx van Tilburg, oud-staatssecretaris volkshuisvesting. Hij liet dinsdag weten erg geschrokken te zijn van de het massale buurtverzet in de Veestraat en meent dat het de hoogste tijd is voor een politieke discussie over het inplaatsingsbeleid, waar ook hij voorstander van is.

Scholten: “Het alternatief voor het plaatsingsbeleid is dat we de markt van vraag en aanbod het werk laten doen. Kansarmen, zoals veel allochtonen, zullen zich, zeker nu Heerma de huursubsidies wil verlagen, concentreren in de wijken met kleinere en goedkopere woningen. Van integratie in de Nederlandse samenleving komt dan steeds minder terecht, wat botsingen met buurtbewoners en verpaupering van de wijken tot gevolg zal hebben.”