Eerste boetes opgelegd voor Wir-fraude

DEN BOSCH, 7 OKT. De rechtbank in Den Bosch heeft gisteren drie ondernemingen veroordeeld op grond van fraude met Wir-premies. De boetes varieerden van 30.000 tot 150.000 gulden. Het is de eerste keer dat de rechter uitspraak deed over de Wir-fraude. Tot nu toe hadden alle beschuldigde bedrijven een schikking betaald.

Tot begin 1988 hadden bedrijven bij bepaalde grote investeringen recht op een premie in het kader van de Wir, de Wet Investeringsregeling. Via deze regeling kon 12,5 procent van de belastingen worden teruggevorderd. De 28 Weir werd op 28 februari 1988 afgeschaft. In de nacht van 27 op 28 februari dienden honderden ondernemers alsnog een aanvraag voor een premie volgens de Wir in.

Volgens Justitie hebben tientallen bedrijven besloten allerlei investeringsovereenkomsten vóór februari te dateren, ook als er pas nadien zakelijke afspraken werden gemaakt. Een andere vorm van fraude was om eennamaak-overeenkomst op te stellen en door een notaris te laten dateren, in het weekeinde voor de Wir werd opgeheven.

In totaal zou het Nederland gaan om 2,2 miljard gulden aan geantedateerde investeringen en om 260 miljoen gulden aan ten onrechte geclaimde Wir-premies. In het arrondissement Den Bosch zou een naar verhouding gering bedrag van ongeveer 2 miljoen gulden aan premies ten onrechte zijn geclaimd.

Een gordijn- en meubelstoffenzaak die betrokken was bij inning van Wir-premie via een lege bv in Valkenswaard kreeg van politierechter mr E. Gelderman een boete van 30.000 gulden opgelegd. Het bedrijf had eerder een schikking van 25.000 gulden afgewezen. Het ging om een Wir-premie van 250.000 gulden. Een aardappelhandel uit Eindhoven kreeg de hoogste straf: 125.000 gulden voor de bv en 25.000 voor de directeur. Hier was een Wir-claim van bijna vijf ton opgevoerd. Een transport- en koelingbedrijf uit Someren werd veroordeeld tot 50.000 gulden en de directeur tot 10.000 gulden.