De verleidingen van het blokdenken

Op 12 september 1990 werd het zogenoemde 2 + 4 verdrag gesloten waarbij de vier overwinnaars uit de Tweede Wereldoorlog afstand deden van hun bijzondere rechten ten aanzien van het verslagen Duitsland. Het verdrag was noodzakelijk geworden door de vereniging van de Bondsrepubliek Duitsland met de Duitse Democratische Republiek.

Onlangs heeft de Russische president Jeltsin zich op dit verdrag beroepen toen hij bij de mede-ondertekenaars schriftelijk bezwaar maakte tegen eventuele opneming van Polen en andere Oosteuropese staten in het Noordatlantische Pact. Tenslotte neemt het 2 + 4 verdrag met de bepaling dat het nieuwe Duitsland de grens met Polen zal respecteren, Polen uitdrukkelijk in bescherming tegen mogelijke Duitse expansie, terwijl Polen zich in de NAVO juist onder Duitse vleugels zou nestelen. Het is alsof Jeltsin indirect de Polen voorhoudt: in augustus heb ik weliswaar uw wens willen respecteren, dat doe ik nog, maar nu moet ik u toch op de risico's van een dergelijke stap wijzen.

De indruk ontstaat dat hier een ouderwets conflict om invloedssferen in de maak is, in een deel van Europa dat met dit verschijnsel maar al te vertrouwd is. Polen heeft bij het einde van het interbellum ervaren dat ongebondenheid kwetsbaar maakt en geeft er de voorkeur aan zelf alvast een keuze te forceren. Tsjechië, Slowakije en Hongarije denken niet anders. Maar veiligheid heeft twee zijden: de veiligheid van de een is al gauw de onveiligheid van de ander, werkelijk of verondersteld - wat geen verschil maakt. Het vooruitzicht van Midden-Europa in een innige Atlantische omarming laat de Russische gemoedsrust niet ongemoeid. Niet voor niets kent het 2 + 4 verdrag, hoewel het de Duitsers expliciet vrijlaat in de keuze van hun bondgenoten, een voorbehoud voor de legering van geallieerde troepen zelfs in het oosten van Duitsland.

Het gemak waarmee sommige woordvoerders en waarnemers in het Westen de bedenkingen van Jeltsin hebben weggewuifd is omgekeerd evenredig met de onvoorwaardelijke steun die de leiders van datzelfde Westen hem dezeweek gaven in zijn conflict met het Russische parlement. Er wordt geopperd dat Jeltsin in de Poolse kwestie een draai heeft moeten maken onder druk van ondermeer de strijdkrachten, maar dat daarbij niet al te lang moet worden stilgestaan. Hoewel die strijdkrachten inmiddels wel de huid van de Russische president hebben gered in zijn strijd om de macht. Voorstanders in het Westen van uitbreiding van de NAVO in oostelijke richting laten zich niet afleiden door incidenten als de slag om Moskou's Witte Huis.

De paradox in de westerse reacties op Jeltsin toont de verwarring. De machtsblokken mogen zijn verdwenen, het blokdenken is nog levenskrachtig. Tientallen jaren lang hebben politici zich ingespannen de risico's te beheersen van de ideologische deling - die zij intussen zelf bevorderden. Achteraf worden de blokken gekenschetst als waarborgen van stabiliteit en zekerheid onder het onwaarachtige motto: we wisten tenminste wat we aan elkaar hadden. Een stelling die in het licht van de geschiedenis niet houdbaar is, zelfs binnen de blokken niet. Uitbreiding van het NAVO-blok moet de problemen van het Oosten op afstand houden, maar die problemen worden natuurlijk alleen maar naderbij gebracht.

Van oudsher is de NAVO een organisatie geweest die naar haar karakter het militaire initiatief schuwde. Zij was uitsluitend op zelfverdediging ingesteld en het moment van haar activering kon alleen maar door een agressor worden bepaald. De NAVO was en is geen instrument voor militair activisme, zoals haar geremdheid in de Bosnische crisis aantoont. De leden zijn te zeer gehecht aan hun eigen onafhankelijkheid en te behoedzaam dan dat zij de organisatie zouden kunnen omsmeden tot een wapen dat op afroep en voor uiteenlopende taken inzetbaar is. De NAVO is er te zeer aan gewend geraakt om vooral en langdurig met zichzelf te onderhandelen.

De zekerheid die het Atlantische pact Middeneuropese leden zou bieden, zou een schijnzekerheid zijn. Slechts in de voorgenomen afwending van de ondergang van een select gezelschap staten bezat de NAVO een zekere geloofwaardigheid, en, ondanks de aanwezigheid van honderdduizenden Amerikaanse soldaten en talloze kernwapens, twijfelden de Europese leden toch nog voortdurend aan de hechtheid van het bondgenootschap zodra het erop aan zou komen. Op spanning in Oost- en Midden-Europa zou een uitgedijde NAVO per definitie geen effectief antwoord hebben.

De NAVO kent haar beperkingen, hoewel ze zelden hardop worden genoemd. Maar het is verleidelijk te denken dat anderen die niet kennen. Zo doorkruist men nu al maanden achtereen het Bosnische luchtruim in de veronderstelling dat partijen geïmponeerd zullen raken van dit machtsvertoon. Het gepraat over een daadwerkelijke inzet van die toestellen werd een poosje beschouwd als een belangrijke escalatie. Maar het is als met poker, de schijn kan niet te lang worden opgehouden. Wie de sterkste zenuwen heeft wint en dat is in Bosnië niet de NAVO.

Uitbreiding van de NAVO zal leiden tot een stroom van nieuwe plannen die in ieder geval de staven werk zullen verschaffen. Hoeveel gevaren zijn er wel niet voorstelbaar aan de Poolse, Slowaakse, Tsjechische en Hongaarse grenzen? Op al die mogelijkheden zal men moeten zijn voorbereid. De afweer tegen de Sovjet-Unie zal in de herinnering blijven als een staal van eenvoud. Maar al die arbeid zal zich spiegelen in vergelijkbare activiteiten aan Russische zijde. Want niemand mag verwachten dat Rusland ongeïnteresseerd zal blijven toekijken.

Een militair apparaat heeft grenzen nodig om te bewaken of te overschrijden, wil het niet in de ruimte komen te hangen. De oude scheidslijn die in het 2 + 4 verdrag wordt genoemd, is geen grens meer en biedt de strijdkrachten dan ook geen houvast. "Out-of-area' operaties leveren niet de stof waaruit strategische planning wordt gemaakt. Daarvoor zijn ze te onvoorspelbaar en te beperkt van opzet en taakstelling. Maar een nieuwe verdedigingslijn zou een bron vormen van nieuwe militaire inspiratie.

Dat het apparaat van het Atlantische Pact in nieuwe taken continuïteit zoekt, kan gemakkelijk worden verklaard. Maar verantwoordelijke politici dienen zich te bezinnen op de consequenties, op de mogelijkheid dat gevaren worden opgeroepen die men juist wil vermijden. Rusland blijft een onzekere factor in de Europese en Atlantische verhoudingen, maar dat vereist meer omzichtigheid dan de voorstanders van uitbreiding van de NAVO geneigd zijn op te brengen.

    • J.H. Sampiemon