De leerling uitgehoord

De leerlingen van het Culemborgse Wilhelmina College (MAVO, HAVO, VWO) kijken er nauwelijks meer van op als ze een vragenlijst onder hun neus krijgen. Als heuse onderwijsconsumenten mogen ze over van alles en nog wat hun mening geven. Dat geldt zeker voor de huidige derdeklassers die letterlijk vanaf de eerste dag dat ze als brugklasser op school kwamen, het hemd van het lijf gevraagd is. Drie jaar lang worden deze leerlingen op de voet gevolgd door onderzoekers van de Groningse Universiteit in verband met een microscopisch schoolloopbaanonderzoek'. Dat betekent dat ze ten minste acht keer per jaar uitgebreide vragenlijsten moeten invullen.

De onderzoekers willen er achter komen hoe het komt dat kinderen die ongeveer op hetzelfde niveau beginnen, in de loop van hun schoolcarrière toch verschillende prestaties leveren. De tweede vraag die zij zich stellen, is op welke gronden scholieren het ene vak leuker vinden dan het andere en welke gevolgen dat heeft voor de keuze van hun vakkenpakket. Ze ondervragen behalve de leerlingen van het Culemborgse Wilhelmina College ook leerlingen van scholen in Emmen, Heerlen en Voorburg. In totaal werken ruim 900 scholieren gedurende drie jaar aan het onderzoek mee.

Omdat er nogal wat van deze leerlingen wordt gevraagd, krijgen ze op het Wilhelmina College als tegenprestatie af en toe een klein presentje.

""Een keer kregen we een kroket en een andere keer toen we op kamp gingen een zaklantaarn'', kan Renate van Maurik (14, 3 HAVO) zich herinneren. Zij en klasgenoot Mariska van Rooden (ook 14) hebben vanaf het begin meegedaan aan het onderzoek. Ze zijn de afgelopen jaren over alles uitgehoord. Niet alleen over de school en de docenten, ook over hun ouders, hobbies en vrijetijdsbesteding. Bovendien werd hun regelmatig gevraagd wat ze zoal van het leven verwachten en met welke problemen ze kampen.

De afgelopen twee jaar zijn ze vele uren in de weer geweest met de vragenlijsten. ""Je bent natuurlijk wel benieuwd hoe ze daar over je denken'', zegt Mariska, die zich realiseert dat de onderzoekers inmiddels wel een hoop over haar moeten weten. Mariska en Renate vinden het niet vervelend om mee te doen aan het onderzoek. Eigenlijk is het wel interessant, zeggen ze. ""Juist door die vragenlijsten ga je over sommige dingen beter nadenken'', concludeeert Mariska. ""Wat een goede en wat een slechte leraar is'', geeft Renate als voorbeeld. ""Of hoe je je huiswerk maakt. Omdat vaak dezelfde vragen terugkomen zie je veranderingen bij jezelf.''

Open vragen over heel persoonlijke zaken die hen dwars zitten, vullen ze niet in. ""Dat gaat ze niks aan'', zegt Mariska gedecideerd. ""Je kent die mensen niet eens, dan ga je toch niet al je problemen op tafel leggen.''

Opgelucht

Conrector Arjen Smits reageert bijna opgelucht als hij ziet dat deze twee leerlingen zo opgewekt praten over de voortdurende achtervolging met enquêtelijsten. Na het eerste jaar is de frequentie teruggebracht van dertien naar acht enquêtes. ""Want'', zo herinnert Smits zich, ""we gingen duidelijk over de grens. De kinderen raakten geïrriteerd. Toen ze voor de derde keer dezelfde vragenlijst moesten invullen brak er bijna opstand uit.''

Het is een zwaar onderzoek, maar Smits heeft er geen spijt van destijds te hebben ingestemd met het verzoek van de Groningse onderzoekers. ""Je moet eerst wat schroom overwinnen om leerlingen zo indringend te ondervragen over het functioneren van docenten'', geeft hij toe. ""Sommige mensen denken dat ze een leraar waar ze de pik op hebben wel eens even de grond in zullen boren. Maar zo werkt het niet. Leerlingen zijn heel open en heel eerlijk.''

Het grappige is dat ze dat ook van docenten verwachten, want uit het profiel dat de leerlingen schetsen van de ideale docent, komt iemand naar voren die goed uitlegt, rechtvaardig is en bij wie ze zich op hun gemak kunnen voelen. Opmerkelijk is dat het kenmerk "rechtvaardig' niet in het rijtje van de onderzoekers voorkwam, maar door veel scholieren zelf werd toegevoegd. Leeftijd en sekse van de docent vinden ze van minder groot belang.

Met de tussentijdse resultaten van het onderzoek die conrector Smits intussen op zijn bureau heeft liggen, denkt hij zeker de kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren.

Leerlingen blijken een uitstekende informatiebron te zijn. Uit de vragenlijsten die ze hebben ingevuld komen keurige schema's te voorschijn. Smits kan eenvoudig aflezen hoe de afzonderlijke vakken en docenten scoren bij de ondervraagde leerlingen, maar hij haalt er ook zo uit dat klas 2G over de hele linie veel negatiever oordeelt over vrijwel alle vakken en docenten dan de parallelklassen. Het is eigenlijk vreemd, vindt hij dat er in het verleden zo weinig gegevens zijn verzameld over prestaties van docenten en resultaten van leerlingen.

Op het Wilhelmina College zijn ze duidelijk over hun angst heen om leerlingen als mondige klanten over het onderwijs te ondervragen. Er is al een studiedag over "de ideale leraar' geweest en de discussie over het huiswerkbeleid werd ondersteund met een onderzoekje onder eerste en tweedeklassers. Beginnende docenten krijgen van conrector Smits het dringende advies om na enige tijd bij hun leerlingen de "Volo-vragenlijst' af te nemen. Even is het dan de omgekeerde wereld, want de leerlingen mogen aan de hand van een hele rits uitspraken de docent van een cijfer voorzien.

Conrector Smits vindt het geen bezwaar om zijn leerlingen als onderwijsconsumenten en de school als een bedrijf te omschrijven. ""We leveren een produkt en je moet weten of de kennisoverdracht en de leerlingbegeleiding van goede kwaliteit zijn. Dat heeft met de toegenomen concurrentie te maken, maar ook met de tijdgeest.''

Hij lacht om zijn eigen terminologie: ""Tja, dat was wel anders in die goeie oude tijd. Toen ik op de HBS zat werd ons nooit wat gevraagd. Het was take it or leave it. En als je niet mee kon komen ging je maar naar de ULO.''

    • Michaja Langelaan