De aardbeving in India was bijzonder maar niet abnormaal

Op 30 september vond in de deelstaat Maharashtra in het westen van India een aardbeving plaats die in een groot gebied een enorme verwoesting veroorzaakte en - volgens voorlopige schattingen - minstens 20.000 slachtoffers eiste. De beving vond plaats in een gebied waar men geen beving verwachtte en eiste een aantal slachtoffers dat in geen verhouding lijkt te staan met de kracht: magnitude 6,4 op de schaal van Richter. Toch komt zoiets wel eens vaker voor.

Aardbevingen treden voornamelijk op in een aantal smalle gordels op aarde. Deze vallen samen met de randen van de grote schollen of platen waaruit de aardkorst is opgebouwd. Deze platen zijn vele tientallen kilometers dik en bewegen langs, tegen of uit elkaar. Dit gebeurt met snelheden van enkele centimeters per jaar. Door deze langzame bewegingen onstaan langs de randen van sommige platen enorme spanningen, die zich af en toe ontladen in de vorm van een aardbeving.

Het Indiase continent ligt op de langzaam noordwaarts bewegende Indo-Australische aardschol. Door de "botsing' met de Euraziatische plaat (met Europa en Azië) is enkele tientallen miljoenen jaren geleden het Himalayagebergte ontstaan. Deze beweging gaat nog steeds door en daardoor vinden er langs deze bergketen af en toe krachtige aardbevingen plaats. De Himalaya is een schakel in de zogeheten Mediterraan-Aziatische aardbevingsgordel, die zich uitrekt van de Azoren tot het oosten van Indonesië.

Breuksystemen

In vergelijking met de bevingen in deze aardbevingsgordels komen bevingen op aardplaten veel minder voor. Zeldzaam zijn ze echter niet. De aardschollen zelf zijn namelijk niet één star geheel, maar worden doorsneden door allerlei breuksystemen. Bewegingen in zulke plaatselijke breuksystemen kunnen ook tot aardbevingen leiden. Een voorbeeld daarvan vinden we dicht bij huis: de aardbeving die op 13 april vorig jaar plaatsvond in Zuid-Nederland. Die was het gevolg van verschuivingen in de korst van centraal Europa.

Ook in de aardplaat waarop India ligt komen zulke spanningen voor. "Het Indiase subcontinent is een aardplaat die in het verleden tijdens zijn reis naar het noorden nogal sterke bewegingen heeft ondergaan', aldus H.W. Haak, hoofd seismologie van het KNMI in De Bilt. "Men vermoedt dat deze in de ondergrond hun sporen hebben achtergelaten'. Die sporen, in de vorm van spanningen in het gesteente, kunnen tot een aardbeving leiden.

Volgens Haak is de kans op een beving op het Indiase continent echter heel moeilijk te voorspellen. In dit gebied is zijn wel eerder aardbevingen geweest. De vorige vond plaats in 1967, op 300 km ten westen van de huidige lokatie, en was van magnitude 6,5. Haak: "Dus helemaal onvoorbereid had men niet hoeven zijn, maar twee bevingen in dat gebied is natuurlijk onvoldoende om er enige statistiek op te baseren'. Het heeft dan ook weinig zin om te Indiase regering te verwijten dat ze in dit gebied geen voorzorgsmaatregelen had getroffen.

Vaak is de kracht van bevingen die op aardplaten plaatsvinden niet zo groot. De krachtigse geregistreerde beving in onze streken was die van vorig jaar bij Roermond, waarbij magnitude 5,7 werd bereikt. De kans dat in Nederland magnitude 6 wordt bereikt is uiterst gering. Maar in sommige gebieden kunnen veel hogere magnituden worden bereikt. Zo vond er in 1976 in Tangshan, in de provincie Hebei in China, midden op een aardplaat, een beving plaats van magnitude 8,2. Deze eiste bijna een kwart miljoen slachtoffers.

Dakconstructies

De beving in India was van magnitude 6,4, dus niet bijzonder krachtig. Er waren echter een aantal factoren die er toe bijdroegen dat het aantal slachtoffers enorm groot werd.

In de eerste plaats wordt dit gebied volgens Haak in geologisch opzicht gekenmerkt door grote basaltafzettingen, die het gehele westelijke deel van India bestrijken, het zogeheten Deccan-gebied. Sommige geologen veronderstellen dat deze basaltlagen een grote stijfheid bezitten, dus een geringe dempende werking hebben. En doordat het bovendien om een ondiepe beving ging (volgens het KNMI op een diepte van minder dan 30 km), konden de seismische golven aan het oppervlak over een groot gebied behoorlijke trillingen teweeg brengen.

Verder was het aantal slachtoffers groot door de manier waarop de huizen waren gebouwd: los gestapelde stenen met zware dakconstructies (betonplaten), die al bij relatief zwakke trillingen instorten. Bovendien vond de beving plaats in dichtbevolkt gebied en op een tijdstip waarop velen nog sliepen.

Volgens Haak komt dit soort "verraderlijke', onverwachte aardbevingen die grote aantallen slachtoffers eisen, in een aantal gebieden op aarde voor. Vrijwel altijd betreft het landen die in ontwikkeling zijn, waarvan men in seismisch opzicht nog niet zo veel afweet en waar gebouwd wordt op een manier die absoluut geen rekening houdt met de (kleine) kans op een aardbeving. Zo hebben ook in Noord-Afrika en Mexico kleine bevingen soms heel veel slachtoffers geëist.

    • George Beekman