Concertgebouworkest begint nieuw seizoen

Concert: Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly. Programma: C.M. von Weber: ouverture Der Freischütz; A. Zemlinsky: Symphonische Gesänge; R. Strauss: Also sprach Zarathustra. Gehoord: 6/10 Concertgebouw Amsterdam. Herhalingen: 7, 10, 14/10. Radio-uitz.: 20/10 Avro Radio 4 (opname 7/10)

Na een paar Zomerconcerten, het optreden op de Uitmarkt en een succesvolle tournee naar Hong Kong, Taiwan en Japan begon het Koninklijk Concertgebouworkest gisteravond onder leiding van Riccardo Chailly aan het Amsterdamse abonnementsseizoen. Het concertprogramma was voor tweederde gelijk aan wat het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Hartmut Haenchen de afgelopen dagen in de Grote Zaal bracht: Webers ouverture Der Freischütz en Strauss' Also sprach Zarathustra.

Niet verrassend is de conclusie dat Concertgebouworkest en Chailly in Weber en Strauss het veel betere orkest en de veel betere dirigent bleken. De door Haenchen afgeraffelde Freischütz kreeg, mede dankzij de fraai langzame inleiding en het genuanceerde spel, van Chailly een prachtig dramatisch reliëf. En Zarathustra, door Haenchen gebracht op een respectabel niveau, sprak nu na een plechtiger proloog, met meer brille en allure in klank en spanning, opgebouwd met lange lijnen en fantastisch orkestspel. Benieuwd mag men zijn naar de concerten volgende maand waarbij Haenchen, voor het eerst sinds de beruchte Tristan und Isolde in het Muziektheater, weer voor het Concertgebouworkest staat.

Willard White, al jaren gewaardeerd wegens zijn vele fraaie rollen bij de Nederlandse Opera, zong Zemlinsky's Symphonische Gesänge, een zelden gespeelde liederencyclus uit 1929 op "Negergedichten' uit de verzameling "Afrika singt'. De eerste indruk is merkwaardig: de zwarte zanger zingt zijn zwaarmoedige Lied aus Dixieland op Weense symfonische muziek die idioom en koloriet ontleent aan Der Abschied uit Das Lied von der Erde van Mahler.

Langzaamaan onttrekt Zemlinsky zich in de zevendelige cyclus iets aan zijn eigen omgeving. Contrasten nemen toe, af en toe klinkt wat jazzy ritmiek in slagwerk, blazers en zelfs in de strijkers. Maar, anders dan bij voorbeeld bij Darius Milhaud, blijft zoiets een exotische versiering in muziek die toch typisch Weens blijft en zéér symfonisch: de zang is vooral intense declamatie.

    • Kasper Jansen