Commissie-De Koning wil mogelijkheid van correctief referendum

DEN HAAG, 7 OKT. In Nederland moet zowel op landelijk als lokaal niveau de mogelijkheid van het referendum worden ingevoerd. Dit stelt de meerderheid van de commissie-De Koning, die in opdracht van de Tweede Kamer een onderzoek heeft gedaan naar de wenselijkheid van dit instrument. Het rapport is vandaag naar de Tweede Kamer gestuurd.

Overigens neemt de voorzitter van de commissie, de CDA-er De Koning, samen de oud VVD-politicus J.M. Polak een minderheidsstandpunt in. Zij menen dat zich geen nieuwe feiten hebben voorgedaan die een nieuw debat rechtvaardigen sinds de vorige discussie over het referendum, in 1989 naar aanleiding van een rapport van oud-premier Biesheuvel. De overige vier leden van de commissie vinden de voorstellen die de commissie-Biesheuvel destijds heeft gedaan een goede basis om het referendum in te voeren.

Het gaat hierbij om het zogeheten correctief bindend referendum. Dit betekent dat, als een bepaald aantal burgers dat wil, door het parlement (of de gemeenteraad) aanvaarde voorstellen aan een volksraadpleging kunnen worden onderworpen. Voorwaarde daarbij is dat de uitslag van het referendum bindend zal zijn. Volgens de meerderheid van de commissie is het correctief wetgevingsreferendum niet in strijd met het beginsel van de representatieve democratie. “Het vormt daarop een nuttige aanvulling in die zin dat een correctiemiddel kan worden ingezet wanneer door de werking van het representatief stelsel een kloof tussen kiezers en gekozenen wordt gesignaleerd”, aldus de commissie.

Het feit dat de kiezer in het uiterste geval de mogelijkheid heeft de volksvertegenwoordiging te corrigeren, zal de betrokkenheid van burgers bij de representatieve democratie kunnen vergroten, meent de meerderheid van de commissie. Dit deel is verder van oordeel dat sinds het verschijnen van het rapport Biesheuvel de behoefte van burgers om zich rechtstreeks over concrete maatschappelijke vraagstukken te kunnen uiten, alleen maar is toegenomen. Als bewijs voor deze stelling wordt verwezen naar de groeiende belangstelling voor het referendum op het lokale vlak. In deze gevallen ging het altijd om raadplegende referenda. Een correctief wetgevingsreferendum houdt volgens de meerderheid van de commissie “het juiste midden tussen de legitieme behoefte aan directe zeggenschap en de onweersproken waarde van het vertegenwoordigend stelsel”.

De commissie-Biesheuvel stelde indertijd dat een correctief referendum zou moeten worden gehouden als tienduizend kiezers dat te kennen hebben gegeven. De commissie-De Koning stelt voor deze drempel te verhogen tot 20.000 kiezers. Of de voorstellen, waarvoor een grondwetsherziening nodig is, in de Kamer kunnen rekenen op een politieke meerderheid zal volgende maand blijken als de Tweede Kamer zich opnieuw buigt over de mogelijkheden voor staatsrechtelijke vernieuwing. Cruciaal is de opvatting van de VVD. In het ontwerpverkiezingsprogramma spreekt de VVD zich uit voor het correctief referendum, maar de partij is hierover intern verdeeld. Zo voelt VVD-fractievoorzitter Bolkestein er niets voor.