Bloedband niet de kern voor kinderen

In een beschouwing in deze krant van 25 september jongstleden neemt G.P. Hoefnagels stelling tegen het draagmoederschap als maatschappelijk verschijnsel. De Eerste Kamer heeft onlangs een wet aangenomen, die het commercieel draagmoederschap verbiedt, maar Hoefnagels gaat verder en wijst het draagmoederschap als zodanig af. Hij legt een verbinding met de anonimiteit van de donorvader en stelt dat "kinderen recht hebben op ouders.' Een draagmoeder is een foute term, aldus Hoefnagels, draagvrouw zou passender zijn, want zij wil geen moeder zijn.

Net als Hoefnagels besef ik dat het prettig is wanneer kinderen in een liefdevolle omgeving opgroeien, liefst gekoesterd door hun "echte' (biologische) vader en moeder. Maar ik betwijfel of kinderen die in andere situaties opgroeien er slechter aan toe zijn en of zij gebaat zijn met een "recht op biologische ouders', zoals Hoefnagels bepleit.

Allereerst dit: Alles valt via het recht te ordonneren. Als wij vinden dat kinderen recht hebben op "echte' ouders, dan kan de wetgever dat vastleggen. Daarmee geven wij uitdrukking aan verlangens, of overtuigingen, die wij, althans een aantal van ons, op dit moment, in deze samenleving, hoog achten. In dit geval is dat het ideaal van een gezin, bestaande uit een vader, die het kind verwekt en een moeder die het kind gebaard heeft. We weten niet of de veronderstelling, dat deze binding het beste is voor kinderen, ook klopt.

Wat wij wel weten is dat heel veel kinderen, waarbij om één of andere reden de verwekker absent is, toch een binding krijgen met een of meer volwassenen, die hun het gevoel geven een gewenst persoontje te zijn. Gelukkig maar, want er zijn talloze situaties waarin kinderen het moeten stellen met één ouder, of met een vader, die niet de verwekker is. Het aantal kinderen geboren uit donorschap of draagmoederschap is maar een fractie van het totaal aantal kinderen dat zonder hun biologische vader opgroeit.

Hoeveel onduidelijke situaties er zijn weten we niet. Volgens een in Engeland uitgevoerd bloedgroepenonderzoek onder ouders en kinderen zou 30 procent van de mannen niet de genetische vader van hun kinderen zijn. Misschien ligt dit in Nederland anders, maar je kunt rustig aannemen dat er vele gezinssituaties zijn waarin een of meer kinderen hun biologische vader niet kennen. Een recente studie van de Raad van Europa laat zien dat één op de zes kinderen te maken krijgt met een éénouder-situatie. Er is weinig aanleiding om te veronderstellen dat het verschaffen van het recht aan kinderen om hun biologische vader en hun biologische moeder te kennen, bijdraagt aan hun levensgeluk. Hoefnagels stelt dat het kennen van je afstammingslijn essentieel is voor je gevoel van identiteit. Maar ook dat is een cultuurgebonden begrip. Het helpt om afstand te nemen van onze eigentijdse opvattingen door met een historische blik naar het gezin te kijken.

In het boek "The European Family' laten de historici Mitterauer en Reinkind zien dat pas vanaf de 18e eeuw de taal over woorden beschikte om de binding tussen moeder, die baart, vader, die verwekt en "hun kind', uit te drukken. In de Europese geschiedenis zijn er twee typen sociale verbanden: ten eerste de familia, wat zo veel wil zeggen als het opgroeien onder één dak, en ten tweede het geslacht, de gens of bloedband. In de geslachtslijn staat het gezag van de overleden voorvaders voorop, en ligt de nadruk op de economische relatie (erfrecht etc.). Voor arme mensen had de geslachtslijn weinig betekenis.

Het laten samenvallen van bloedband met familie, die beperkt wordt tot het nucleaire gezin, is typisch voor deze eeuw in dit stukje Europa en dan nog is het eerder ideaal dan werkelijkheid. Taal is verbonden met de levende werkelijkheid, zoals Hoefnagels stelt. Taal en vooral de rechtstaal kan ook een werkelijkheid creëren, die niet bestaat. Over het algemeen biedt dit kinderen, die erkend zijn of staande huwelijk geboren, een stabiele situatie. De nadruk op de bloedband kan in vele situaties onzekerheid brengen, en de opvoedingssituatie onnodig belasten. Dat willen wij niet. Dit neemt niet weg dat een aantal kinderen lijdt onder het feit dat zij hun "roots' niet kennen. Wij erkennen dit leed, maar zullen een ander antwoord moeten vinden dan het toekennen van "een recht op ouders'.

    • J. Soetenhorst-De Savornin Lohman