"Bloedbad op Kroatische Serviërs in Krajina'

GENÈVE, 7 OKT. Het Kroatische leger heeft begin vorige maand bij de ontruiming van drie op de Kroatische Serviërs veroverde dorpen in de Krajina in totaal 67 dorpelingen vermoord; er worden nog 48 mensen vermist.

Dat heeft Tadeusz Mazowiecki, de speciale VN-rapporteur over de rechten van de mens in ex-Joegoslavië, vandaag in Genève bekendgemaakt. Mazowiecki heeft een onderzoek ter plaatse gepleegd, op basis waarvan hij vandaag rapport uitbracht.

In een open brief aan de Kroatische minister van buitenlandse zaken eiste Mazowiecki een onderzoek naar de vraag wie aan Kroatische zijde verantwoordelijk is geweest voor het bloedbad.

Het Kroatische leger veroverde begin september drie dorpen - Divoselo, Citluk en Pocitelj - op de Kroatische Serviërs. Na het verrassingsoffensief van de Kroaten dreigden de Kroatische Serviërs met vergeldingsaanvallen op een groot aantal militaire en burgerdoelen in Kroatië. Na onderhandelingen onder bemiddeling van de Verenigde Naties trokken de Kroaten zich uit het veroverde gebied terug, op voorwaarde dat de VN-vredesmacht UNPROFOR hun stellingen zou innemen en dat de Kroatische Serviërs het gebied niet zouden mogen bezetten. Na de ontruiming vonden de VN-soldaten een groot aantal ernstig verminkte lijken in de drie dorpen, waarvan zonder uitzondering alle huizen in brand waren gestoken. Onder de slachtoffers bevonden zich vrouwen en bejaarden.

Mazowiecki's onderzoek resulteerde in de vaststelling dat de onderzochte slachtoffers van dichtbij met vuurwapens waren doodgeschoten.

Ten tijde van de ontdekking van de lichamen concludeerden VN-officieren uit de omvang van het bloedbad en de aangerichte verwoestingen dat geen sprake kon zijn van een wraakactie van de betrokken Kroatische soldaten, maar dat het bevel van hogerhand moest zijn gekomen. (AP)