Automatisering:faillissementen op komst

De Nederlandse softwarebedrijven moeten ingrijpend reorganiseren. De ondernemingen die de harde concurrentieslag van de laatste jaren hebben overleefd, staan voor een nieuwe keuze: internationaliseren of specialiseren.

Oud-werknemers van Philips zijn goed vertegenwoordigd onder de reeks nieuw benoemde topfiguren die de tobbende automatiseringssector nieuw leven moet inblazen. Terwijl de winsten steeds verder afkalven zien softwarehuizen zich geplaatst tegenover aanhoudende economische malaise, groeiende concurrentie een steeds kritischer clientèle.

Onder de nieuwe generatie managers bevindt zich ondermeer de oud-voorzitter van de Philips-divisie communicatie systemen, mr. W. Huisman, die sinds 1 mei de nieuwe voorzitter is van de hoofddirectie van Raet, qua grootte het derde softwarehuis in Nederland. In Gouda leidt interimdirecteur J.P.S. Moerenhout, afkomstig van Philips in Apeldoorn, de reorganisatie van het verliesgevende Multihouse. BSO Beheer, een onderdeel van BSO, staat sinds deze zomer onder leiding van een andere ex-Philipsman drs. J.A.M. van der Horst.

De Philips-managers (en anderen) komen in de plaats van een reeks bekende figuren. De flamboyante Volmac-topman Van Oosterom houdt zich vanuit zijn villa's in Monaco en Curacao bezig met het sponsoren van schaakwonderkind Judith Polgar. Raet-topman Matthes ging onder druk van de grootaandeelhouders weg. Jaeken van Multihouse, woonachtig in België, vond de reistijd naar Gouda te lang en ging zich meer aan zijn familie wijden. BSO-oprichter Wintzen, bekend om zijn politieke filosofiën en artistieke jaarverslag, heeft zijn opvolger Cohen (ex-Sara Lee/Douwe Egberts) inmiddels ook voorgesteld.

Het grote aantal faillissementen van softwarehuizen en systeemhuizen in de afgelopen jaren, samen met debâcles bij de beursfondsen HCS, Infotheek, Newtron en Management Share hebben de sector een negatief imago bezorgd. Banken zijn daardoor uiterst voorzichtig met kredietverlening.

De komst van de Philips-managers is een goede graadmeter voor de penibele financiële situatie waarin veel automatiseerders inmiddels verkeren. Banken en grootaandeelhouders, die bij financieel wankele bedrijven veel invloed hebben bij de keuze van een nieuwe manager, weten weinig van automatisering en kiezen al snel voor een "degelijke' Philips-man. Dat de informatica-afdeling van Philips zich de afgelopen jaren kenmerkte door een aaneenschakeling van managementdebâcles doet er kennelijk minder toe, zo meent dr. A.J.L. de Breed van De Breed & Partners, een organisatie-adviesbureau dat zich ondermeer richt op de automatisering.

Het afgelopen jaar was het relatief rustig op het faillissementenfront. Maar als we de experts mogen geloven staat de automatiseringssector een nieuwe ronde van faillissmenten te wachten. De Breed en Partners voorspellen dat de komende tijd circa twintig procent van de huidige kleine en middelgrote informatiseringsbedrijven failliet zal gaan. Nog zo'n twintig procent van de bedrijven zou zich in de gevarenzone bevinden.

Het uitblijven van economisch herstel treft vooral de kleine automatiseerders hard, maar ook de grote concerns hebben het zwaar te verduren, zo blijkt uit onderzoek van De Breed & Partners in samenwerking met de Technische Universiteit Twente. De onderzoekers hebben de jaarverslagen over de afgelopen zeven jaar van 123 bedrijven, waaronder alle aan de beurs genoteerde automatiseerders, aan een grondige analyse onderworpen. Deze zogenoemde ƒ ire-analyse is volgens de ontwikkelaars geen "onfeilbare' methode om faillissementen te voorspellen, maar vooral bedoeld als "brandalarm'. Een score dicht bij nul geeft aan dat er reden is voor zorg, een negatieve score is een indicatie voor een penibele financiële situatie.

Vooral Cap Volmac, Exact, Baan en in mindere mate Raet, Ordina en Getronics zijn volgens de onderzoekers financieel redelijk gezond. Opmerkelijk is de negatieve score van BSO, dat over het boekjaar 1992 als én na slechtste uit het onderzoek naar voren komt, na het uiterst wankele Management Share. Dat laatste bedrijf, waar bestuurders, commissarissen en aandeelhouders de afgelopen jaren een klucht opvoerden waarbij een groot deel van het aandelenkapitaal "zoekraakte', zal volgens de onderzoekers failleren met een waarschijnlijkheid van 94 procent.

Pag.22: Nieuwe concurrenten op een krimpende markt

De lage score van BSO, waarin Philips een belang heeft van 40 procent, is volgens De Breed & Partners ontstaan doordat dit bedrijf tijdens de "gouden' jaren tachtig te weinig aandacht heeft besteedt aan een solide vermogensstructuur, met voldoende eigen vermogen. Ook de score van Multihouse, waar oud-Philipsman Moerenhout thans de scepter zwaait, is negatief, zodat dit bedrijf zich eveneens in de gevarenzone bevindt.

Automatiseerders die een soms zware financiële erfenis uit het verleden meetorsen hebben het conjuncturele tij niet mee. Ondernemingen zijn terughoudender geworden bij hun investeringen in informatietechnologie. Onderzoeksbureau's als Heliview en IDC Nederland voorspellen dat de totale bestedingen dit jaar in het gunstigste geval gelijk zullen blijven of zelfs zullen dalen. En volgend jaar is zeker geen verbetering te verwachten, zo blijkt uit de de eerste prognoses. Zo verwacht het onderzoeksbureau RMC voor 1994 een daling van de bestedingen met drie procent. In 1992 werd nog voor een bedrag van 15,3 miljard gulden aan informatietechnologie uitgegeven, een toename met 2,2 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. In 1991 lag het groeipercentage nog op 6,2 procent.

De stagnerende vraag, gecombineerd met het grote aanbod, heeft tot gevolg dat de winsten in de automatiseringssector sterk onder druk staan. Nadat eerder de prijzen van personal computers, de zgn. mainframes en minicomputers met tientallen procenten tegelijk kelderden, is nu ook de markt voor pakketsoftware aan de beurt. De verwachting is dat prijzen van pakketsoftware de komende jaren vijftien tot twintig procent zullen dalen.

Bovendien moeten de traditionele concurrenten Cap Volmac, Raet, Getronics en BSO op hun terrein steeds vaker wedijveren met bedrijven die zich tot voor kort vooral beperkten tot de levering van "hardware', ofwel computers. Grote computerfabrikanten als IBM, Apple en Digital, die ook kampen met teruglopende resultaten, bieden een steeds ruimere dienstverlening bij de computers die ze leveren. Ze verrichten werkzaamheden die softwarehuizen ook doen, zoals het integreren van computersystemen en de levering van toegepaste software. Zelfs PTT telecom, dat recentelijk het rekencentrum van DSM kocht, ontwikkelt zich tot een serieuze speler in de automatiseringssector. PTT Telecom wil niet alleen telefoondiensten aanbieden, maar ook allerlei toepassingen waaraan software te pas komt, zoals bijvoorbeeld netwerken.

De traditionele "automatiseerders' trachten zich enigszins te ontrekken aan de harde concurrentie door hun werkzaamheden op het gebied van advisering uit te breiden. Maar ook hier neemt de wedijver toe, want organisatie-advieskantoren en accountants als KPMG, Moret, Coopers en Andersen adviseren cliënten ook graag over de toepassing van informatica bij bedrijfsprocessen.

De groeiende reeks aanbieders heeft te maken met een veel kritischer cliënt die veel meer afweet van informatietechnologie dan vroeger. Bedrijven stellen zich veel meer dan vroeger de vraag hoeveel een kostbare investering in weer een nieuwe generatie computers en software bijdraagt aan de winstgevendheid van het bedrijf. De investering in informatietechnologie wordt beoordeeld naar de toevoegde waarde, die bedrijven de mogelijkheid biedt snel nieuwe vormen van dienstverlening in te voeren. Banken en verzekeraars gebruiken bijvoorbeeld hun software om in snel tempo nieuwe vormen van spaarhypotheken op de markt te brengen.

De beslissingen over investeringen in automatisering worden nu weer genomen op het niveau van de raad van bestuur en staan in dienst van de commercie. Dit gaat vaak ten nadele van het hoofd automatisering die de afgelopen tien jaar in veel bedrijven een sleutelpositie innam bij gebrek aan kennis bij het hoogste bestuurskader. Computerexperts kijken wel naar maximale functionaliteit, maar veel minder naar kosten en al helemaal niet naar de bijdrage van informatica aan de netto winst van de onderneming.

Er is een groeiende vraag naar softwarepaketten die gemakkelijk zijn aan te passen aan de specifieke behoeftes van de cliënt. De groeiende invloed van informatica op de bedrijfsvoering heeft al geleid tot een nieuw soort contract tussen automatiseerders en bedrijven, waarbij geen vaste prijs of einddatum voor het project wordt afgesproken. “Vroeger had een complex automatiseringsproject een tijdsduur van twee jaar, een prijskaartje van enkele miljoenen guldens en er werkten 35 man aan. Dat alles was tot in de detail vastgelegd in dikke contracten. In de toekomst zullen automatiseerders veel vaker langdurige, strategische relaties met hun cliënten aangaan”, zegt topman Chris van Breugel van Cap Volmac.

Het topmanagement van grote Nederlandse concerns acht het strategische belang van deze investeringen zo groot, dat uiterst geheimzinnig wordt gedaan over financiële en andere details. De raad van bestuur van het Akzo reageerde kort geleden uiterst terughoudend toen bekend werd dat Cap Volmac de mondiale leverancier van informatietechnologie wordt voor het chemieconcern. Het concern liet in een vijfregelig faxbericht weten “geen antwoord” te willen geven op de vraag welk bedrag met de overeenkomst is gemoeid. Cap Volmac bouwt niet allen software voor Akzo, maar adviseert het concern ook bij de toepassing van informatica in haar bedrijfsvoering.

De internationalisering van het bedrijfsleven heeft grote gevolgen voor de behoefte aan informatie en de daaraan verbonden automatisering. Bedrijven gebruiken systemen waarmee ze data over de landsgrenzen kunnen transporteren en voeren bij buitenlandse bedrijfsdivisies identieke computersystemen in.

Aanbieders van informatietechnologie zijn als gevolg van deze trend gedwongen ook te internationaliseren. BSO nam om die reden de internationale automatiseringstak Origin van Philips over en Volmac werd opgenomen in het netwerk van Cap Gemini Sogeti. Het grote voordeel van een internationaal netwerk is volgens van Breugel dat zijn bedrijf oplossingen die eerder zijn bedacht in het buitenland hier kan toepassen.

Met de overeenkomst met Akzo lijkt Cap Volmac de eerste vruchten te plukken van het internationale netwerk van Cap Gemini Sogeti. “Het oude Volmac deed van alles een beetje, dat was een doodlopende weg. Je hebt als lokale onderneming twee keuzes: Óf je moet je richten op één specifiek produkt of markt, óf je moet je aansluiten bij een internationaal netwerk”, meent Van Breugel van Cap Volmac.

Marktkenners verwachten dat de trend naar internationalisering de komende tijd zal leiden tot een aantal spectaculaire fusie of overnames in de automatiseringssector, waarbij ook zeker Nederlandse ondernemingen betrokken zullen zijn. Een aantal Nederlandse automatiseerders zouden door het nieuwe management met een drastische sanering "rijp' gemaakt worden voor de verkoop aan een grote, buitenlandse partij.

Ook op meer mondiale schaal gonst het van overnameverhalen. Een paar weken geleden ging op de beurs van Parijs het - noch bevestigde, nocht ontkende - gerucht dat de Amerikaanse telecomgigant AT&T overnamegesprekken zou voeren met Cap Gemini Sogeti, waarin Daimler-Benz een minderheidsbelang heeft. Beleggers namen het gerucht zeer serieus want de aandelenkoersen van Cap Gemini Sogeti en ook de Nederlandse dochter Cap Volmac schoten direct na het gerucht omhoog.

De noodzaak om aansluiting te zoeken bij een grotere, internationaal opererende partij, is noodzakelijk om te kunnen overleven als grote marktpartij. “Als wij geen onderdeel waren geworden van Cap Gemini Sogeti had ik Volmac moeten splitsen in twintig gespecialiseerde niche-bedrijven”, zegt Van Breugel van Cap Volmac veelbetekenend. Nu nog vooral nationaal opererende bedrijven als Raet, dat binnenkort zijn toekomstplannen presenteert, en BSO zullen zich volgens deskundigen óf verder moeten richten op een specifiek deel van de markt óf "internationaliseren'.

    • Paul Wessels