Aandeel in toezicht

"HET WONDER VAN Den Haag', zo werd in de jaren zeventig de structuurwet genoemd die de verhouding tussen bestuur en commissarissen in grotere ondernemingen regelt. Deze krant heeft de afgelopen maanden uitvoerig stilgestaan bij deze wet en bij de taak van de commissaris twintig jaar later. Wie na twintig jaar de balans opmaakt, moet concluderen dat het systeem in de praktijk onvoldoende garantie biedt voor een goed toezicht van de raad van commissarissen op het bestuur. In het recessie-jaar 1993 is de kritiek op het functioneren van de raad van commissarissen in de Nederlanse onderneming goed losgekomen. Moeilijkheden en déconfitures bij aansprekende bedrijven als Nedlloyd en DAF hebben als katalysator gewerkt. De kritiek luidt: de commissaris is te afhankelijk, heeft een gebrek aan kritisch vermogen, is onoplettend en heeft te weinig tijd en aandacht om de zware taak naar behoren te vervullen.

De wetgeving was destijds een zwaarbevochten compromis tussen arbeid en kapitaal. De macht die toen lag bij aandeelhouders werd hun ontnomen, maar ook werknemers kregen geen directe macht. De raad van commissarissen werd een onafhankelijk orgaan, dat zijn leden coöpteert. De kwaliteit van de commissaris werd de enige garantie voor het toezicht. Van controle op de controleurs is sindsdien geen sprake.

In veel grotere ondernemingen is besluitvorming via consensus nu regel. Bestuurders en commissarissen, verantwoordelijk voor de leiding van de onderneming en de toetsing daarvan, treden bij voorkeur in gezamenlijkheid op. In theorie recruteren commissarissen de bestuurders en kiezen ze elkaar uit een kleine kring van kandidaten. De praktijk is vaak andersom: bestuurders kiezen elkaar en recruteren de commissarissen.

HET TOEZICHT OP grote ondernemingen vereist een scherper onderscheid van belangen en standpunten. Het gebrek aan discussie en kritisch vermogen in de raad van commissarissen kan worden verholpen door de verschillende belanghebbenden een vertegenwoordiging in de raad te gunnen. De factor arbeid zou bij monde van de vakbeweging graag eigen commissarissen leveren. Maar evenredige vertegenwoordiging van werknemers en werkgevers, zoals bij het in Duitsland gangbare systeem van "Mitbestimmung', biedt geen oplossing: de verhouding tussen partijen in en buiten de onderneming wordt simpelweg binnen de raad voortgezet. Dat leidt tot onverzoenbaarheid, danwel voorgekookte besluitvorming.

De sleutel ligt bij de aandeelhouders. Hun positie steekt schraal af bij de verworven rechten van werkgevers (de ondernemingsleiding samen met de commissarissen) en werknemers (vakbonden en ondernemingsraden). De aandeelhouder heeft alleen macht achteraf: hij mag het bestuur decharge verlenen, hij mag de jaarrekening goed- of afkeuren. Maar zelfs deze zeggenschap wordt de aandeelhouder door allerlei beschermingsconstructies vaak onthouden. Bij vrijwel alle grote beursgenoteerde ondernemingen in Nederland is de aandeelhouder immers zijn stemrecht ontnomen door certificering van de aandelen.

NATUURLIJK OEFENEN grootaandeelhouders achter de schermen invloed uit, maar ook zij hebben uiteindelijk geen andere mogelijkheid dan met de voeten te stemmen. Op de effectenbeurs wijzen beleggers ondernemingen regelmatig en hardhandig terecht. En die ondernemingen lijden dan de schade van een dalende of ondermaatse beurskoers. Een eerste stap om die schade te voorkomen is de aandeelhouder te laten deelnemen in het toezicht op de besluitvorming van de onderneming. Indien een vertegenwoordiging van de aandeelhouders in de raad van commissarissen wordt toegelaten, bewijzen onderneming en werknemers zichzelf dus een dienst.

In de jaren zestig leidde de parlementaire instelling van een Brede Commissie voor de herziening van het vennootschapsrecht tot het wankele compromis van de structuurwet, het Wonder van Den Haag. Doelmatiger toezicht op de Nederlandse onderneming dan sindsdien gebruikelijk is zal nu door een nieuwe Brede Commissie moeten worden ingeluid.