Zonderlinge periode in Pakistaanse historie

ISLAMABAD, 6 OKT. Pakistan beleeft een van de meest zonderlinge periodes uit zijn 46-jarige geschiedenis. Terwijl de politici van de gevestigde partijen elkaar in de aanloop van de verkiezingen als vanouds beschimpten, nam het partijloze zakenkabinet van premier Moeen Qureshi in de laatste dagen van haar bestaan het ene drastische besluit na het andere.

In nog geen drie maanden tijd heeft de voormalige Wereldbank-manager Qureshi meer weten te bereiken dan alle regeringen van de afgelopen jaren bij elkaar. Verbaasd ontdekt het Pakistaanse publiek dat politiek ook kan worden bedreven op een eerlijke manier zonder met baantjes en andere gunsten te strooien voor vrienden of partijgenoten.

De oogst van de laatste week: het kabinet voerde de doodstraf in voor drugshandelaars, het vaardigde arrestatiebevelen uit tegen mensen die oude belastingschulden niet hadden voldaan en een ingrijpende liberalisering van de buitenlandse handel werd op gang gezet. En dat zijn nog niet eens de meest vergaande maatregelen. Eerder hadden grootgrondbezitters, die altijd onaantastbaar hadden geleken in Pakistan, te horen gekregen dat ze voor het eerst van hun leven belasting over hun inkomen moeten betalen.

De klap op de vuurpijl was de publikatie van een lijst van vooraanstaande Pakistanen die leningen uit openbare fondsen hadden gekregen en niet hadden terugbetaald. Op de lijst komen onder anderen de namen voor van ex-premier Benazir Bhutto en haar echtgenoot Asif Zardari. Voorts ook die van de broer van vorige premier Nawaz Sharif en nog twee andere ex-premiers. Wie zijn leningen niet op tijd terugbetaalde, zou worden geschrapt van de kieslijsten, zo bepaalde de interim-regering.

“Ik mag wel zeggen, dat dit een unieke stap van de regering was”, zegt Qureshi's woordvoerder Ikram Ullah Khan, nog nagenietend van dat huzarenstuk. Terwijl de media gretig zout in de wonden van de betreffende prominenten strooiden door de lijsten nationaal te verspreiden, voldeden de meesten als een haas aan hun achterstallige verplichtingen.

Voor een andere categorie, die van de drugsbazen, was er geen genade. De afgelopen jaren waren verscheidene van deze heren erin geslaagd zich te laten kiezen in het nationale parlement of in regionale volksvertegenwoordigingen. In het steeds verder aan corruptie ten prooi vallende Pakistan namen slechts weinigen hieraan aanstoot.

Veelzeggend was een recente uitspraak van een Pakistaanse rechter in Lahore: “Helaas is ons rechtsstelsel in zo'n staat geraakt dat niemand die tot de bevoorrechte klasse behoort door wie dan ook in het land ter verantwoording kan worden geroepen voor zijn daden.”

Met de politieke loopbaan van de drugsbaronnen is het door toedoen van Qureshi voorlopig gedaan en sommigen staat een gevangenisstraf in eigen land of in het buitenland te wachten. Anderen hebben het zekere voor het onzekere genomen en zijn naar het buurland Afghanistan gevlucht.

De oude elite, die er aan gewend was geraakt altijd vrijelijk uit openbare middelen te kunnen putten voor privé-doeleinden, stond paf. Waar haalde Qureshi, die nota bene slechts aan het hoofd stond van een overgangskabinet, het lef vandaan om alle taboe's van de Pakistaanse politiek zomaar te doorbreken?

De wisselende meningen over Qureshi komen in de bazar van de tweelingstad van Islamabad, Rawalpindi tot uiting. “Qureshi is een goed en eerlijk man, die handelt in het belang van Pakistan”, zegt een bedeesde verkoper van gepofte maiskolven. Een gezette man, die uit zijn auto stapt om een maiskolf te kopen, mengt zich in het gesprek en merkt met grote stelligheid op dat niemand in Pakistan van Qureshi is gediend. Wanneer de dikkerd weer in zijn auto is verdwenen, zegt een andere man dat hij dolgraag op Qureshi zou stemmen indien die zich kandidaat had gesteld bij de verkiezingen van woensdag.

Maar dit heeft Qureshi juist niet gedaan. “De kracht van dit kabinet is dat het geheel bestaat uit mensen die zelf geen politicus zijn en ook geen ambities in die richting hebben”, meent Ikram Ullah Khan. “De maatregelen die we hebben genomen hebben het publiek ervan bewust gemaakt dat wanneer gevestigde belangen geen rol spelen en de wil tot verandering aanwezig is, er in korte tijd veel gedaan kan worden.”

De verwachtingen waren bepaald niet hoog gespannen toen Qureshi half juli aantrad. Pakistan had net een ernstige constitutionele crisis achter de rug, waarbij premier Nawaz Sharif en de bejaarde president Ghulam Ishaq Khan een kille machtsstrijd uitvochten. Toen deze het land bestuurlijk begon te verlammen, greep in juli het leger in. Beide kemphanen werden onder druk gezet om af te treden en de weg vrij te maken voor nieuwe verkiezingen in de herfst.

Achter de schermen spelen de strijdkrachten ook in het democratische Pakistan nog steeds een cruciale rol. De militairen beschouwen zich als het laatste bolwerk tegen verval en corruptie in Pakistan, volgens velen niet helemaal ten onrechte. Het was ook de legertop die met de 62-jarige Qureshi op de proppen kwam. De steun van het leger was belangrijk omdat Qureshi zich daardoor kon veroorloven de oude elite met haar lang gevestigde belangen aan te pakken. “In feite wordt nu het programma van het leger uitgevoerd”, zegt een Pakistaanse journalist.

Qureshi trof een economische puinhoop aan, toen hij aan het werk ging. De schatkist bevatte slechts genoeg geld om voor twee weken aan alle verplichtingen te voldoen. Het begrotingstekort liep tegen de 10 procent. “We moesten het land van het bankroet redden”, aldus Qureshi's woordvoerder. De manier die daarvoor werd gekozen was de verhoging van de belastingopbrengsten, een voor de hand liggende maar in Pakistan zelden gebruikte methode. Inmiddels zijn de reserves van de schatkist weer wat aangevuld. Bovendien gaven het IMF en de Wereldbank, die de hervormingen van Qureshi toejuichten, Pakistan wat lucht door enkele nieuwe kredieten.

De grote vraag is nu of de frisse wind die Qureshi heeft laten waaien na de verkiezingen zal aanhouden. De partijen van Benazir Bhutto en Nawaz Sharif, de voornaamste kandidaten voor het premierschap, belijden met de mond nu een zelfde beleid als dat van Qureshi. Slechts weinigen hechten echter waarde aan de mondelinge beloften van de oude garde en de belangstelling. De belangstelling voor de verkiezingsbijeenkomsten is voor Pakistaanse begrippen lauw geweest. Niettemin verwachten de meeste waarnemers dat de nieuwe regering, mede onder invloed van de publieke opinie, niet eenvoudig op de oude voet kan doorgaan en de maatregelen van Qureshi kan terugdraaien.

Voor democratisch voelende Pakistanen is het hoe dan ook een wrange gedachte dat een door het leger aangestelde overgangsregering in een paar maanden onmiskenbaar meer goeds voor het land heeft uitgericht dan de democratisch verkozen regeringen van de afgelopen jaren.