Wet saneren bodem: Alders vraagt senaat bedenktijd

DEN HAAG, 6 OKT. Minister Alders (milieu) heeft de Eerste Kamer een week bedenktijd gevraagd om in het kabinet te overleggen over een aanpassing van het wetsvoorstel over bodemsanering. Een meerderheid van CDA, VVD, D66 en SGP in de senaat is tegen het wetsvoorstel.

In de eerste termijn van het debat over de Wet Bodembescherming, vorige week woensdag, bleek al dat een meerderheid van de Eerste Kamer grote problemen had met het voorstel. Volgens de nieuwe regeling kan de Staat de kosten voor het onderzoeken en saneren van vervuilde grond met terugwerkende kracht verhalen op de vervuiler.

De senaat herhaalde gisteren slechts met het wetsvoorstel akkoord te gaan als vervuilers van voor 1 januari 1975 niet aansprakelijk worden gesteld. Deze datum is gebasseerd op een uitspraak van de Hoge Raad van vorig jaar. De Raad oordeelde dat bedrijven die verantwoordelijk zijn voor het vervuilen van eigen bedrijfsterrein pas vanaf 1975 konden weten dat ze hiermee de overheid schade berokkenen.

Volgens Eerste-Kamerlid Korthals Altes (VVD) mag een bedrijf achteraf niet worden gestraft voor een handeling die toendertijd niet strafbaar was. “Het rechtzekerheidsbeginsel mag niet worden geschonden voor een financieel belang van de overheid.”

De nieuwe saneringsregeling kan de Staat miljarden guldens schelen. Alders rekende de senaat voor dat met de lopende procedures een half miljard gulden kan worden verhaald. Het aantal nog niet begonnen procedures zou de Staat zelfs enige miljarden guldens kunnen opleveren, aldus de minister.

De provincies hebben 8.453 locaties bij het ministerie van VROM aangemeld die in aanmerking komen voor sanering. In 2.000 gevallen is vastgesteld dat sanering direct noodzakelijk is. In meer dan de helft van de gevallen willen de provincies de kosten verhalen op de vervuiler.

Bij de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer ondervond Alders in eerste instantie ook de nodige tegenstand. De Kamer diende ruim veertig amendementen in. Minister Alders kwam de Tweede Kamer tegemoet door de saneringsgevallen onder te verdelen in urgente en niet-urgente gevallen. Niet-urgente gevallen hoeven pas te worden gesaneerd als het gebruik van de bodem wordt gewijzigd. Alleen de VVD stemde tegen het wetsvoorstel. De partij wilde toen al de datum van 1 januari 1975 in de wet opnemen. Volgende week zal minister Alders in de Eerste Kamer zijn antwoord vervolgen.