Verdachte "ex-Gladio's' voorlopig vrijgelaten

DEN HAAG, 6 OKT. Twee ex-medewerkers van de geheime, militaireorganisatie "Gladio', die ervan worden verdacht dat zij de firma Nutricia wilden afpersen, zijn in afwachting van de behandeling van hun zaak in vrijheid gesteld. Dat heeft de Haagse rechtbank gisteren bepaald. Tegen de derde verdachte, de 37-jarige J. de W. uit Zundert, eiste officier van justitie D. van den Broek twee jaar gevangenisstraf.

J. de W. deed begin dit jaar op verzoek van zijn broer in verschillende plaatsen in Nederland brieven op de post geadresseerd aan het levensmiddelenbedrijf Nutricia in Zoetermeer. In de brieven werd gedreigddat er vergif in Nutricia-produkten zou worden gedaan als er geen vijf miljoen gulden werd betaald. Eenmaal werd een potje Olvarit babyvoeding met een lanbouwbestrijdingsmiddel opgestuurd. Ook werden aan Albert Heijn in Zaandam en het Sophia-kinderziekenhuis in Rotterdam brieven gezonden over vergiftiging van Nutriciaprodukten.

De politie arresteerde in juni 1993 de drie verdachten. Twee van hen zaten tot gisteren in voorarrest. De 44-jarige landmacht majoor N.B. en de 37-jarige A. de W. uit Roosendaal, ex-sergeant bij de commando's. Zij zeggen beiden te hebben gewerkt voor "Gladio'. De organisatie, die officieel "Inlichtingen en Operatiën' heette, is enkele jaren na de oorlog in het diepste geheim opgericht. De leden moesten, wanneer Nederland door een vreemde mogendheid zou worden bezet, inlichtingen verzamelen en sabotage acties ondernemen.

De zaak tegen hen werd aangehouden omdat de psychiatrische rapporten zo laat waren binnen gekomen, dat de verdediging de inhoud ervan nog niet met hun cliënten had kunnen bespreken. Het verzoek van de advocaat van A. de W., mr. J. Boone, om premier Lubbers en de minister van defensie Ter Beek als getuigen op te roepen werd afgewezen.

Volgens Boone is de staat in gebreke gebleken bij de opvang van de twee verdachten toen de organisatie werd opgeheven. “De staat had als een goed huisvader over haar organen moeten waken”, zo betoogde hij. Hij verwees naar de heersende praktijk bij de politie waar mensen onder strenge begeleiding slechts een beperkte tijd "undercover' werk mogen doen en na afloop nazorg krijgen. De militairen hadden volgens hem jarenlang een dubbelleven geleid. “Men had zich moeten realiseren dat de geheimhouding van dit dubbelleven een grote druk op het leven van de medewerkers inhield.”