Uitlokking en sensatie, zonder nazorg

Het Bachvirus. Een film over pedofilie. Regie: Robert Verhoeven en Arnold Vogel. Amsterdam, Rialto.

Al voor de première was de documentaire Het Bachvirus in opspraak geraakt. Niet vanwege het onderwerp - mannen met pedofiele emoties - maar juist omdat dat onderwerp verzwegen zou zijn. Arnold Vogel en Robert Verhoeven hadden zich verzekerd van de medewerking van een Alkmaars jongenskoor. Koorleden en dirigenten hadden meegewerkt aan de opnamen en waren geschokt toen ze het eindresultaat onder ogen kregen. Dat het ging om een film over pedofilie was hun nooit duidelijk gemaakt door de regisseurs of hun producent, zeiden dirigent en koorbestuur. Hun was voorgespiegeld dat het ging om een film over het koor, met als een soort kanttekening de specifieke ontroering die pedofiele mannen ondervinden bij de concerten. De film, waarvan de titel Het Bachvirus inderdaad meer associaties wekt met koormuziek dan met volwassen liefde voor kinderen, mag uiteindelijk worden vertoond minus enkele fragmenten waarin een directe relatie werd uitgebeeld tussen koorleden en de pedofiele mannen.

Wie de film bekijkt zal zich de wrevel en misschien ontreddering van de betrokkenen kunnen indenken. Beelden van repeterende zangertjes worden doorsneden met fragmenten van gesprekken met drie mannen die, overigens bewonderenswaardig, openhartig vertellen over hun gevoelens voor onvolwassen jongens. Aan de dirigent die enthousiast spreekt over muziek en koorzang wordt op drammerige wijze een verhaal ontfutseld over een, hem verder niet eens persoonlijk bekende, onderwijzer die onaangekondigd een vermogen naliet aan het koor en over de hartstochtelijke brieven die later in diens woning werden aangetroffen. Tenslotte zien we de mannen bij een concert van het koor. Door wat we hen eerder hoorden vertellen over hun gevoelens, is het onmogelijk blanco te luisteren naar de jongens of nog aandacht op te brengen voor de vocale inspanningen en concentratie op hun gezichten. Maar Het Bachvirus gaat over pedofilie en dus zorgden de filmers ervoor dat we ze bekijken met de ogen van de mannen, dat wil zeggen als objecten voor hun lustgevoelens.

Het Bachvirus is een misse film en dat ligt uitsluitend aan Vogel en Verhoeven. Hun opzet was, lees ik, een blik te bieden op "de belevingswereld van drie volwassen mannen die zich aangetrokken voelen tot jonge jongens'. De film die ze maakten deelt weinig mee over die belevingswereld, hij is uit op sensatie. De drie mannen worden uit hun tent gelokt om hun verlangens en herinneringen uit te leveren, waarbij Vogel en Verhoeven het niet nodig vonden het verschil te nuanceren tussen droom en daad. Ze informeren niet naar hoe die mannen zich de gevoelens van de jongens voorstellen, ze vragen niet naar hun oplossingen voor de gecompliceerde, al snel onevenwichtige machtsverhoudingen die zich voordoen zodra volwassenen en kinderen met elkaar verkeren. Bovendien verwerkten de filmers de uitspraken van de geïnterviewden systeemloos kris kras door hun film zonder de verantwoordelijkheid te nemen voor het effect.

In twee gevallen is dat, hoewel onaangenaam, te verdedigen. De sprekers zijn sterke types, al vraag ik me af of de uit het jeugdwerk afkomstige ambtenaar, die beaamt "zonder jongens' te zitten nu hij met pensioen is, zich realiseert wat voor licht die uitspraak werpt op de drijfveren van zijn loopbaan. Maar met de derde man, iemand die sinds hij met huis aan huis verspreide stencils ruchtbaarheid gaf aan zijn geaardheid, door de hele woonerf wordt geterroriseerd, hadden Vogel en Verhoeven met meer respect kunnen omspringen. Nu doen ze hun voordeel met zijn hysterie. Ze danken de meest aangrijpende momenten van hun film aan hem, doordat hij ze toestond een confrontatie te filmen met zijn op een volkgsgericht beluste buren, maar hij kreeg bitter weinig in ruil voor het gebruik van zijn ellende.