Tijdelijke rust op stabiele geldmarkt

AMSTERDAM, 6 OKT. Net als in de week daarvoor bleven de verhoudingen op de Nederlandse geldmarkt in de verslagweek uiterst rustig.

Dit werd weerspiegeld in stabiele geldmarktrentes. Het kortste geldmarkttarief, de daggeldrente, bewoog zich voortdurend in een nauwe marge rond de 6,5 procent. De geldmarkttarieven voor de langere termijnen stegen daarentegen licht, mogelijk voortvloeiend uit het feit dat door marktpartijen wordt verwacht dat de centrale banken in Duitsland en Nederland de officiële tarieven voorlopig ongewijzigd zullen laten. De wisseling aan de top van de Duitse centrale bank - per 1 oktober is Schlesinger opgevolgd door Tietmeyer - geeft in ieder geval geen aanleiding om een wijziging van het Duitse monetaire beleid te verwachten. Dat de Bundesbank vanmorgen het zogenaamde Repo-tarief ongewijzigd liet op 6,7 procent, lag in de lijn der verwachtingen. Deze adempauze, na de verlaging van de officiële tarieven en het Repo-tarief op 9 september jongstleden, sluit echter geenszins uit dat er nog voor de jaarwisseling een "rentestap' zal plaatsvinden. Dit geldt te meer daar het volgende inflatiecijfer in Duitsland (over oktober) naar verwachting met een "drie voor de kommma' zal zijn getooid. Daarnaast voedt het geldgroeicijfer over augustus - ondanks de massale valuta-interventies een toename van "slechts' 7,2 procent - de hoop op lagere geldgroeicijfers in de komende maanden. Ook dit maakt een verdere monetaire verruiming waarschijnlijk. Tot dat moment zal DNB naar verwachting een voorzichtige houding aannemen en niet op eigen kracht tot een verlaging van de officiële tarieven overgaan, ondanks de aanhoudende kracht van de gulden (de koers van de D-mark beweegt zich reeds geruime tijd rond de 1,1230 gulden). De zogenaamde spread in het eenmaands-segment bedraagt thans reeds 50 basispunten in Nederlands voordeel. Een substantiële oprekking hiervan zou de gulden in een kwetsbare positie kunnen manoeuvreren. De voorzichtige houding van DNB blijkt ook uit het feit dat zij voor de nieuwe belening een ongewijzigd tarief van 6,4 procent hanteert. Deze belening, met een looptijd van twee dagen, vervalt morgen, zodat DNB eventueel kan reageren op een (overigens niet te verwachten) beleidswijziging van de Bundesbank. Naast een nieuwe belening is vanaf vandaag tevens een nieuwe geldmarktkasreserve van kracht. Tot 15 oktober dient het gezamenlijke bankwezen een bedrag van 18,6 miljard gulden bij DNB aan te houden. De relatief lange looptijd is mogelijk, omdat tot 15 oktober de geldstromen van en naar de overheid beperkt zullen blijven, waardoor de 'storende invloed' van de overheid op de geldmarkt gering is. Omdat DNB in de verslagweek voldoende middelen heeft toegewezen aan de banken, kon de besparing op het contingentsberoep licht worden opgevoerd. Maandag was 81,3 procent van de contingentsperiode verstreken, terwijl 79,5 procent van het toelaatbare beroep was verbruikt.

Bron: Economisch Bureau ING Bank